Elf vragen aan… Robin van der Drift

VLIJMEN – Meer en meer komt het zaterdagvoetbal in trek. Zo ook bij Robin van der Drift, die sinds dit seizoen bij eersteklassser Almkerk tot de selectie behoort. De Vlijmenaar kende mooie tijden bij verschillende clubs in onze regio, maar heeft zijn uitdaging nu elders gezocht. Hij beantwoordde deze week onze ‘Elf vragen aan…’.

Naam: Robin van der Drift.
Geboren: 10 september 1991 te ‘s-Hertogenbosch.
Club(s): Vlijmense Boys, OJC Rosmalen, Nieuwkuijk, Haarsteeg en dit is mijn eerste seizoen bij Almkerk (zaterdag 1e klasse). Dat is al een aardig lijstje, maar ik vind het gewoon leuk om nieuwe mensen te leren kennen en mezelf uit te dagen.
Positie: Doelman.
Dagelijks leven: Ik woon samen met mijn vriendin Jill in Vlijmen. Sinds 2012 werk ik als inkoper bij Nooteboom Textiel, een groothandel in stoffen in Tilburg. Daar ben ik verantwoordelijk voor de goederen uit Turkije, dus ik moet ook regelmatig naar het buitenland. Vaste hobby’s heb ik niet echt, maar ik kan wel genieten van een pubquiz of een avondje Catan.

  1. Sterkste/zwakste punt: Op de lijn kom ik aardig uit de voeten. Voorafgaand aan dit seizoen dacht ik dat ik ook redelijk kon meevoetballen, maar als ik het niveau van mijn concurrent Maikel Korebrits bekijk, denk ik dat daar nog flink wat te halen valt.
  2. Kunst- of natuurgras: Vrijwel heel onze competitie traint en speelt op kunstgras. Een mooi natuurgrasveld is tegenwoordig zeldzaam, dus als doelman heb ik liever kunstgras. Het enige nadeel bij matig kunstgras is het dragen van een legging, dat vind ik eigenlijk geen uitstraling hebben.
  3. Kleur voetbalschoenen: Zwarte Copa’s natuurlijk! Keepers hebben geen gifgroene schoenen met panterprint nodig om te laten zien dat ze gek zijn.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Het tenue van OJC en Almkerk vind ik erg gaaf. Gekleurde strepen met een effen broek en shirt, dat ziet er gewoon strak uit. Het mooiste sportpark uit de regio ligt natuurlijk in Sint-Michielsgestel (SGC’18). Ik ben er al een tijdje niet geweest, maar vroeger stond het bekend om het leuke barpersoneel. Ik vraag me af of dat niveau nóg hoger is geworden sinds de fusie.
  5. Mooiste voetbalmoment: Ik heb het geluk dat ik al heel veel mee heb mogen maken; van het ruiken aan de hoofdklasse tot degradatie naar de 5e klasse, promoties, nacompetities, bekerfinales, periodetitels, kampioenschappen en nu dus zaterdagvoetbal. Het is lastig om hier één moment uit kiezen, aangezien ik soms het geheugen van een zeef heb.
  6. Dieptepunt/grootste blunder: Mijn kruisbandblessure die me bijna twee jaar aan de kant hield. Ik heb me toen ook niet meer op het sportpark laten zien, want dat vond ik te confronterend. Daarna ben ik weer begonnen met voetballen, 3e klasse reserve, op zondag om 10.00 uur, meestal als linksback. Als we het dan over een dieptepunt moeten hebben dan is dat het wel. Maar ik heb er stiekem wel van genoten.
  7. Opvallendste teamgenoot: Dat moet Remy Roodenburg zijn, ik denk dat al mijn teamgenoten dat kunnen bevestigen. Ik vraag me soms serieus af of hij nou een act speelt, of dat hij écht zo is. In verband met zijn werk kan ik niet te veel in detail treden, maar we lachen ons regelmatig helemaal stuk om hem.
    Uit het verleden kies ik voor Patrick Diepstraten. Ik weet nog wel een wedstrijd in Tilburg, Reeshof-uit. Iedereen was omgekleed en klaar voor de warming-up, behalve Patrick Diepstraten, destijds een jaar of 40. Eenmaal de schoenen aangetrokken stond hij op en zei: “Jongens, het lichaam van Christus is er klaar voor, we kunnen.” Maar niemand wist dat hij eigenlijk doodnerveus was voor een wedstrijd. Pas aan het einde van zijn carrière vertelde hij dat hij elke zondag ’s ochtends in bad ging zitten met een cognacje om tot rust te komen. Soms twee bij een derby. Dat verklaarde meteen waarom hij wel eens een wedstrijd uit heeft gespeeld met een gebroken kuitbeen.
  8. Voetbalhumor: We hadden het net over natuurgras, hè. Rollenbollen in een zandbak is niet mijn ding, dat werd mij in de E-jeugd al duidelijk. Als ik dan geen zin had om te duiken, dan zei mijn trainer Rien de Vaan altijd dat hij beter Bert en Ernie op goal kon zetten. Uiteindelijk heeft hij dat ook een keer écht gedaan. Toen heb ik twintig minuten toe moeten kijken hoe ze aan het afwerken waren op twee poppen.
  9. Wat wil je nog bereiken: Ik heb de eerste seizoenshelft niet gespeeld, maar de laatste drie wedstrijden wel, door een liesblessure van Maikel. Hopelijk kan ik de rest van het seizoen afmaken onder de lat, dat zou erg mooi zijn. Ik geloof niet dat er voor mij meer in zit dan dat, ook omdat ik mijn aandacht steeds vaker moet gaan richten op mijn werk en later misschien op mijn gezin.
  10. Beste speler uit de regio: Ik zie in Sebastiaan van Bakel (Haarsteeg) een echt groot talent. Ik heb gehoord dat hij wekelijks met FC Den Bosch meetraint, dus als hij daar leert om langs zijn verdediger te gaan in plaats van er doorheen, dan kan hij het ver gaan schoppen, als hij dat zelf wil. Met 12 doelpunten staat hij er ook prima voor.
  11. Opvallendste regioclub: Ik volg de 3e klasse C natuurlijk, met Haarsteeg, Nieuwkuijk en Vlijmense Boys. Er staan nu 9 clubs binnen 3 punten van elkaar, dus als ik een wedstrijdje mee kan pakken, dan doe ik dat. Opvallend vind ik zowel Haarsteeg als Nieuwkuijk. Beide clubs waren of zijn dicht bij een periodetitel. Zondag zal PSV vast wel winnen van Feyenoord, dus ik ga lekker bij Nieuwkuijk – Vlijmense Boys kijken om half 3.

Foto: svgeinoord.nl
Dit bericht is geplaatst in Elf vragen aan, Overig. Bookmark de permalink.

Geef een reactie