Anthony Lurling: gratis eten bij Kees Kroket (1)

DEN BOSCH – Anthony Lurling is ook na zijn profcarrière nog een geliefd persoon om te interviewen. Tegen de verslaggever van ViceSports.nl vertelde de huidig aanvoerder en aanstaand hoofdtrainer van FC Engelen vorig jaar – even na het zuidelijke volksfeest – over de zware carnavalsdagen, het (jeugd)trainen en de schoppen die hij kreeg bij FC Engelen.

De Messi van Breda begon na zijn carrière niet aan een glansrijk tweede leven vol glitter en glamour, maar geniet van de rust als huisman in het Brabantse dorpje Engelen. Lurling staat tegenwoordig twee keer per dag de haren van zijn hond Puck op te zuigen, kijkt Goede Tijden Slechte Tijden met zijn gezin en brengt zijn talentvolle dochter naar het kunstschaatsen.

Heel af en toe bezoekt hij nog weleens een wedstrijd van NAC, waarbij hij dan het liefst tussen de harde kern staat met een biertje in zijn hand. Verder geniet hij van het leven als amateurvoetballer in de 3e klasse, waarbij hij op het veld nog altijd even fanatiek is als vroeger. VICE Sports zocht de aanvaller op voor een gesprek over melige interviews, de ruzie bij Kees Kroket en het kampioenschap in de 4e klasse.

Ha Anthony, hoe gaat het met je?
Ik ben moe man. Ik heb een week lang volop carnaval gevierd en daar merk ik de gevolgen nog van. Nu ben ik weer aan het voetballen, ik heb zondag een wedstrijd gespeeld en dat is even pittig na een rustperiode van een paar weken. Ik was blij toen de scheidsrechter affloot.

Dat volop feesten ben jij natuurlijk niet gewend als oud-prof.
Nou, dat denkt iedereen, maar bij NAC gingen we na de wedstrijd regelmatig een biertje drinken en op carnavalsmaandag altijd de kroeg in. Dat was super, dan waren we met een man of twintig van de club allemaal hetzelfde verkleed: het ene jaar als holbewoners, dan weer als kapiteins of nerds. We stonden dan om 14.00 uur al in het café en kwamen daar om 04.00 pas weer uit. Ik ben als profvoetballer sowieso nog best regelmatig gaan stappen. Vooral bij Heerenveen, toen was ik begin twintig, vrijgezel en hadden we een hele leuke, jonge selectie. Dan kwamen we om 07.15 uur zo zat als een toeter thuis, waarna we om 08.30 uur weer moesten uitlopen bij de club.

Hoe bevalt je huidige leventje?
Prima! Ik heb nooit last gehad van het zwarte gat, had daar geen tijd voor. Ik ben vorig seizoen gelijk de spitsen van FC Den Bosch en de JO14-1 en JO19-1 van FC Engelen gaan trainen. Ik heb ook mijn trainerspapieren gehaald en ben zelf in het eerste van FC Engelen gaan spelen. Met die spitsen van FC Den Bosch ben ik na vorig seizoen gestopt, daar was geen ruimte meer voor bij de club. Maar het is zeker niet zo dat ik helemaal wil stoppen met werken.

Ik wil toch volgens een bepaalde standaard blijven leven en heb niet zoveel verdiend dat ik de rest van mijn leven stil kan zitten. Ik heb nu een soort tussenjaar, maar wil daarna weer aan de bak. Ik hoop trainer te worden in de jeugd van een betaald voetbalorganisatie, wil weleens meemaken of dat me ligt. Bij FC Engelen sta ik voor de training de ballen op te pompen, pionnen te zoeken en telefoontjes te beantwoorden van spelers die opeens niet meer kunnen.

Hoe is het voetballen bij de amateurs voor een fanatieke speler als Anthony Lurling?
Ik heb in het begin moeten wennen. Dan deden we een simpele passvorm op de training, speelden die gasten vier van de vijf ballen meters naast me. Dan dacht ik: hoe kan dat? Maar na een paar weken ging die knop om en genoot ik gewoon van het spelletje. Ik blijf wel even fanatiek tijdens de wedstrijd, of ik nou voor 90.000 man met 1. FC Köln bij Borussia Dortmund speel of voor 25 man in Engelen. Dat maakt voor mij geen verschil, ik wil altijd winnen en ben er nog altijd ziek van als we verliezen. Soms vind ik dat wel erg van mezelf, dan denk ik: doe nou eens even rustig aan man. Maar dat zit in me. Ik kan er ook niet tegen als ik thuis een potje sjoelen van mijn schoonvader verlies.

Hoe reageren tegenstanders op jou?
Heel verschillend. Vorig jaar speelden we tegen drie ploegen uit Tilburg, dat was niet altijd even gezellig voor mij als NAC’er. Soms werd ik dan 90 minuten lang uitgescholden, riepen ze “Lurling teringjong” en zochten ze me constant in het veld.

Hoe reageer jij daarop?
Wat denk je, haha? Ik kan incasseren, maar deel er dan ook wel een uit. Eén keer ben ik echt uit mijn slof geschoten. Toen trapte een jongen me na, waarna ik heel boos werd. Ik riep: “Als jij nog eens bij me in de buurt komt, moet je heel hoog springen.” Daarna is er niets meer gebeurd gelukkig. Ik vind harde duels prima, maar natrappen maakt me echt pissig.

Overmorgen deel 2 van het interview dat Vice Sports vorig jaar hield met Lurling.

Bron: Vice Sports (Tim van Boxtel)
Dit bericht is geplaatst in FC Engelen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie