‘Tegenstanders moeten bang zijn voor Wilhelmina’

DEN BOSCH – Coen van Overbeek, huidig assistent van Henny van Ooijen, neemt volgend seizoen het stokje over. Eindelijk komt de oer-Wilhelminiaan – al vanaf z’n vierde jaar lid van de club – officieel aan het roer te staan. “Wilhelmina moet een club zijn waar tegenstanders bang voor zijn, met verzorgd aanvallend voetbal en veel zelf opgeleide jongens.”

Op twee jaar RKC en drie jaar FC Den Bosch na, doorliep Van Overbeek in zijn tijd als voetballer de volledige jeugdopleiding van Wilhelmina. “In De Vliert maakte ik wat minuten bij het eerste, maar helaas was ik niet goed genoeg om door te breken.” Hij besloot terug te keren bij Wilhelmina, waar hij 16 jaar in de hoofdmacht speelde en tegelijkertijd verschillende jeugdteams trainde. “Nadat het lichaam niet meer wilde, heb ik met veel pijn besloten om te stoppen. Een jaartje probeerde ik het nog in een vriendenteam, maar het seizoen erop ben ik assistent trainer geworden bij het eerste.”

De club was op dat moment een beetje in verval geraakt, zag Van Overbeek: “De jeugd werd wat minder en het eerste was een beetje kleurloos geworden. Er is daarop een nieuw bestuur gekomen en er werd een nieuwe technische commissie opgericht, met goede idee├źn voor de toekomst. Daarin ben ik meegegaan en zo ben ik assistent geworden van Hennie van Ooijen en heb ik mijn UEFA B-diploma (voormalig TC2, red.) gehaald. Volgend seizoen mag ik eindelijk zelf de scepter zwaaien bij mijn club.”

Kunstgras-hoofdveld
De 41-jarige tegelzetter kijkt uit naar het nieuwe hoofdstuk in zijn voetballeven: “We hebben een leuke, jonge groep, waar nog veel rek in zit. Met een aantal talenten in onze JO19 en JO17 ziet de toekomst er goed uit. Ik hoop dat dit team echte Wilhelminianen bij elkaar kan blijven en door kan groeien richting de 2e klasse. De faciliteiten worden steeds beter, met eind dit seizoen een nieuw kunstgras-hoofdveld met LED-verlichting, waardoor we meer ruimte hebben en beter tactisch kunnen trainen. Hopelijk volgen ook nog videobeelden, waardoor de spelers – en ook ik zelf – stappen kunnen maken in onze ontwikkeling.”

Bang zijn
Als het aan Van Overbeek ligt, wordt Wilhelmina weer het gevreesde geel-zwarte leger van weleer. “In mijn ogen moet het een club zijn waar tegenstanders bang voor zijn. En waar supporters van kunnen genieten, met verzorgd aanvallend voetbal en veel jongens die door de club zelf zijn opgeleid. Ik hoop dat ik Wilhelmina die stappen kan laten maken en er een van de langstzittende trainers kan worden.”

Stiekem wordt er ook alvast verder gekeken dan een toekomst als trainer op vertrouwde grond. “Een stap naar de jeugd van een BVO lijkt me ook wel mooi. Maar nu eerst maar eens genieten en leren van de komende jaren en dan proberen te gaan voor de UEFA A-opleiding en kijken waar mijn top ligt. Misschien kan ik ooit samen met mijn broer op een leuk niveau trainen. Dat zou een mooie afsluiter kunnen zijn. Samen gevoetbald, gewerkt en dan samen een team trainen.”

Dit bericht is geplaatst in Wilhelmina. Bookmark de permalink.

Geef een reactie