Elf vragen aan… Manfred van Erp

BERLICUM – Hoewel Manfred van Erp een wat teleurstellend seizoen achter de rug heeft met BMC, heeft de 52-jarige Geffenaar het nog altijd prima naar zijn zin bij de Berlicum Middelrode Combinatie. Aangezien de club haar doelstelling net niet waarmaakte en nacompetitie uit bleef, had de trainer deze week alle tijd om onze elf vragen te beantwoorden.

Naam: Manfred van Erp.
Geboren: 26 januari 1967 in Rosmalen.
Club(s): Als speler altijd RKKSV. Als trainer RKKSV 2, vijf jaar Nooit Gedacht 2 en nu voor het vijfde seizoen BMC. Eerst bij het 2e, maar de laatste twee seizoenen heb ik het 1e onder mijn hoede.
Positie: Als speler was ik een echte nummer 10. Op die positie heb ik tot mijn 35e gespeeld. Daarna nog 4 jaar als laatste man. Nu als trainer langs de lijn.
Dagelijks leven: Woonachtig in Geffen, getrouwd met Margitta, met wie ik samen drie kinderen heb. Twee meiden en een jongen, die alle drie voetballen bij Nooit Gedacht. Mijn zoon kampt momenteel met een zware blessure aan de achterste kruisband. In het dagelijks leven ben ik werkzaam bij Markant Zonwering, als zelfstandig ondernemer.

  1. Sterkste/zwakste punt: Het zwakke punt is nog steeds dat ik slecht tegen mijn verlies kan. Dat verandert nooit meer, ben ik bang. Mijn sterkste punt is denk ik toch mijn voetbalinzicht en om van een elftal een echt team te maken.
  2. Kunst- of natuurgras: Geef mij tegenwoordig maar kunstgras. Daar kun je altijd op trainen en spelen. Natuurgras kunnen ze vandaag de dag blijkbaar niet meer goed onderhouden, jammer genoeg. Want er gaat niets boven een goede, groene grasmat.
  3. Kleur voetbalschoenen: Dat maakt mij eigenlijk niets uit, als ze maar in het mandje geschoten worden. Of het nou witte, zwarte of gele zijn, zal mij een zorg zijn.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Ik vind het zwarte uittenue van BMC echt mooi. Voor het sportpark kies ik dan uiteraard dat van RKKSV, waar het altijd gezellig was. En volgens mij nog steeds, al kom ik er tegenwoordig niet veel meer.
  5. Mooiste voetbalmoment: Als speler diverse kampioenschappen en promoties met het eerste van RKKSV. Daar hadden we voor een klein clubje een echt goed team, met veel jongens uit de Kruisstraat. Veel grote clubs hadden in die jaren veel ontzag voor ons elftal, daar kunnen we volgens mij met z’n allen trots op terugkijken. En als trainer de promoties met Nooit Gedacht en BMC natuurlijk.
  6. Dieptepunt: Dat ik samen met een vriend op donderdagavond in de kantine lekker een pilsje aan het drinken was en hij een dag later overleed. Dat zet je wel aan het denken.
  7. Opvallendste teamgenoot: Bij BMC is dat toch wel mijn assistent Alex van Ewijk, een echte BMC’er. Als ie gaat vertellen, dan trek er maar twee dagen voor uit. En op het einde weet je nog niks. Dit zal ik wel weer moeten aanhoren zodra ik hem tegenkom.
  8. Voetbalhumor: Vorig jaar zijn we met de selectie van BMC op trainingskamp geweest en daar heb ik veel zitten kaarten met Richard Verhagen. En maar tegen elkaar op gaan met kloppen, waardoor wij het kamp behoorlijk goed hebben gesponsord.
  9. Wat wil je nog bereiken: Met BMC promoveren naar de 2e klasse, wat met deze groep zeker tot de mogelijkheden behoort. Vorig seizoen hebben we er al kort bij gezeten. Dat smaakt naar meer, alleen dan moeten de vele blessures een keer gaan ophouden.
  10. Beste speler uit de regio: In de 3e klasse, die ik wekelijks zie, vind ik Paul Beekmans bij Zwaluw VFC toch nog echt goed. En Gerwin van den Boom van EVVC. Ik kan slecht iemand van BMC noemen, al zou ik dat zeker ook kunnen, maar dan doe sommigen tekort.
  11. Opvallendste regioclub: Dat is voor mij CHC. Niet alleen omdat ze ongeslagen kampioen zijn geworden, maar ook omdat ze weer een kwaliteitsinjectie krijgen. Dat ze zulke spelers kunnen halen vind ik knap, maar ook apart.
    Als wij met BMC het seizoen gaan analyseren, hebben we het zelf laten liggen door de wisselvalligheid en vele blessures. Maar daar moeten we ons eigenlijk niet achter verschuilen. Onze insteek was om top-3 te spelen en eventueel een periodetitel te pakken, maar dat is net niet gelukt. De 4e plaats betekent normaal gesproken bijna altijd nacompetitie, behalve in deze klasse. Voor mij persoonlijk is dat wel een teleurstelling, maar we gaan met volle moed op naar volgend seizoen.
Dit bericht is geplaatst in BMC, Elf vragen aan. Bookmark de permalink.

Geef een reactie