Elf vragen aan… Ton Verkoeijen

VLIJMEN – Ton Verkoeijen is een van de vele (maar tot zijn spijt steeds in aantal afnemende) scheidsrechters die ieder weekend verschillende wedstrijden in goede banen probeert te leiden. De 61-jarige Vughtenaar, die alweer 20 jaar in Vlijmen woont, ging er eens goed voor zitten toen wij hem onze ‘Elf vragen aan…’ voorlegden.

Naam: Ton Verkoeijen.
Geboren: In Vught, op 26 november 1958.
Club(s): Zelf tot mijn achttiende gevoetbald bij Zwaluw VFC, nu fluit ik voor de KNVB. Ik ben ook clubscheidsrechter bij diverse clubs, waaronder Real Lunet, FC Engelen en FC Den Bosch.
Positie: Vroeger een ouderwetse rechtsbuiten (type René van de Kerkhof), met veel snelheid en weinig verdedigen. Daarnaast was ook atleet bij Prins Hendrik, met sprinten en met name verspringen als specialiteit. In de jaren 80 sprong ik verder dan 7 meter. Ik heb met met het Bossche BCH ook in de hoogste badmintonklasse van Nederland gespeeld.
Sinds 12 jaar ben ik dus scheidsrechter. Ik fluit op zaterdagen de jeugd en op zondag de senioren (niveau 3e klasse). Aan de scheidsrechtersgroep van de COVS Den Bosch geef ik conditietraining en ik train ook iedere donderdag nog bij Prins Hendrik, waar ik inmiddels 50 jaar lid ben.
Dagelijks leven: Ik ben geboren en getogen in Vught, maar woon sinds 2000 in Vlijmen. Getrouwd geweest en ik heb drie kinderen. Na de scheiding ben ik gaan fluiten en sinds ruim 5 jaar heb ik weer een lieve vriendin, met wie ik sinds kort samenwoon. Het fluiten is dus nu mijn grootste hobby, maar sport in het algemeen vind ik heerlijk om te doen en te kijken. En ik puzzel graag (cryptogrammen, sudoku).
Ik ben in 1979 bij de PTT begonnen en via Sligro in de autobranche terechtgekomen. Sinds 1999 ben ik lease administrateur bij Jos van Boxtel, wat dit jaar is overgenomen door Oostendorp Autogroep. Ik pendel nu iedere dag, met veel plezier, op en neer naar Uden.

  1. Sterkste/zwakste punt: Het spel volgen is mijn sterkste punt. Ik kijk goed vooruit en weet meestal goed te anticiperen waar het spel naar toe gaat. Gek genoeg vind ik mijn sprint – vroeger mijn wapen – tegenwoordig het zwakste punt. Dat heeft ook met de slijtage in de knieën te maken. Ik moet gedoseerd aanzetten.
  2. Kunst- of natuurgras: Mijn voorkeur heeft natuurgras. In de tijd dat ik voetbalde, kenden we nog geen kunstgras. Maar ook als scheidsrechter heeft natuurgras mijn voorkeur. Aan het eind van het seizoen zijn veel velden wel heel slecht. Dan loop ik liever op kunstgras.
  3. Kleur voetbalschoenen: Ik vind al die kleuren maar niets, als het gaat om schoeisel. Zeker niet voor scheidsrechters. Zwart heeft altijd al mijn voorkeur gehad.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Het Ajax-tenue en het stadion van Barcelona, bijzonder indrukwekkend. De laatste jaren zijn er bij de amateurs veel accommodaties vernieuwd. FC Engelen heeft een mooi park gekregen, maar ook het sportpark van Nuenen vind ik heel fraai.
  5. Mooiste voetbalmoment: Als voetballer dat ik werd geselecteerd voor de Brabantse selectie tijdens een scoutingsdag en dat we in de jeugd Brabants kampioen werden. Als scheidsrechter zijn de derby’s vaak het leukst. Die tussen Nieuwkuijk en FC Engelen, waarbij de bezoekers kampioen konden worden, sprong er voor mij uit. Anthony Lurling speelde ook mee en ik werd zelf gerapporteerd vanuit de KNVB, dus er zat behoorlijk wat druk op. Het ging goed; Engelen kampioen en ik een prima rapport.
  6. Dieptepunt/grootste blunder: Als voetballer kan ik me herinneren dat ik in een wedstrijd vijf tegenstanders passeerde, de doelman omspeelde en voor de lege goal de bal tegen de paal schoot… Op één meter van de goal dus. Gelukkig wonnen we die wedstrijd toen wel. Als scheidsrechter heb ik gelukkig niet echt een grote blunder gemaakt. Natuurlijk maken alle scheidsrechters fouten en ik dus ook. Maar daar leren we ook weer van.
  7. Opvallendste teamgenoot: Als collega-scheidsrechter is André de Vaan voor mij een opvallende. Hij fluit al meer dan 40 jaar en heeft altijd veel verhalen te vertellen over wat hij allemaal heeft meegemaakt. Is soms heel vermakelijk.
  8. Voetbalhumor: We hebben met de scheidsrechters natuurlijk ook regelmatig wat plagerijen of anekdotes van collega’s. Tijdens de training moet steeds dezelfde collega naar het toilet en doet dat dan even aan de zijkant bij de sloot. Dat krijgt hij natuurlijk terug te horen, maar het verandert niet…..
  9. Wat wil je nog bereiken: Mijn ambitie is promoveren en nog één of misschien twee klassen hoger fluiten. Maar dat is geen halszaak. Buiten het voetbal om hoop ik dat ik nog lang een fijne relatie kan houden met mijn vriendin en gezond kan blijven. Ik zit ook net in een nieuwe werkomgeving en hoop dat ik daar mijn draai vind voor de resterende jaren tot aan mijn pensioen.
  10. Beste speler uit de regio: In de jeugd bij Zwaluw heb ik nog vanuit een strafschop gescoord tegen Jan van Grinsven, die toen bij BVV het doel verdedigde. In de Brabantse selectie speelde ik met veel goede voetballers, maar ik weet niet of er daarvan het betaalde voetbal hebben gehaald.
    Als scheidsrechter heb ik met enige regelmaat met oud betaald voetballers te maken. Daaraan merk je dat zij gewend zijn dat er anders wordt gefloten bij de amateurs. Dat levert met regelmaat commentaar op, maar daar kan ik wel mee omgaan. Ik geef de grens aan en als het nodig is, krijgen de heren een gele kaart. Gelukkig weten de meeste spelers wel dat de scheidsrechter toch de baas is.
  11. Opvallendste regioclub: FC Engelen. Onder Anthony Lurling is er een jeugdig team ontstaan dat zich prima in de top van de 3e klasse handhaaft. Dat zal zich vast nog wel door gaan ontwikkelen.
    Ik vind het overigens jammer dat het aantal scheidsrechters steeds minder wordt. Er gebeuren natuurlijk vervelende dingen door ontspoorde spelers of zelfs publiek, maar over het algemeen is het een prachtige hobby. Ik hoop dat meer jeugdige voetballers het eens willen proberen. Ze kunnen zich altijd melden bij de COVS in hun omgeving. Wij begeleiden ze eventueel met een headset. En wie wil er nou niet eens een keer ‘de baas’ spelen op het voetbalveld? Een pleidooi aan het eind, maar wel noodzakelijk, anders kan er straks niet meer worden gevoetbald. Want zonder scheidsrechters geen wedstrijden, dat zouden alle voetballers zich eens moeten realiseren.
Dit bericht is geplaatst in Elf vragen aan, Overig. Bookmark de permalink.

Geef een reactie