Elf vragen aan… Stef Smits

SCHIJNDEL – Dit seizoen speelde Stef Smits bijna niet en het jaar daarvoor ook al niet bijster veel. Hij kampt nog steeds met een moeilijk definieerbare enkelblessure, maar selectiespeler van Avanti’31 voelt hij zich nog zeker wel. De 29-jarige verdediger uit Schijndel, die inmiddels in Rosmalen woont, bleek ondanks zijn kwetsuur een schot in de roos voor onze wekelijkse rubriek.

Naam: Stef Smits.
Geboren: 2 januari 1991.
Club(s): Avanti’31 sinds 1996 en speler van het eerste sinds seizoen 2010/2011.
Positie: Centrumverdediger die nog wel eens in de spits wordt gezet om een balletje binnen te koppen (als de nood hoog is).
Dagelijks leven: Ik woon sinds vorig jaar in de Groote Wielen in Rosmalen samen met Sanne (mijn verloofde). Daarvoor heb ik een aantal jaar met haar in Eindhoven gewoond. Ik ben wel geboren en getogen in Schijndel. Verder werkzaam voor MaxServ in Waalwijk, een internetbureau waar we digitale oplossingen creëren voor onze opdrachtgevers. Buiten het werk en het voetballen heb ik verschillende hobby’s als het drinken van speciaal biertjes, spelletjes doen en mooie reizen maken.

  1. Sterkste/zwakste punt: Sterk is mijn koppen, zowel verdedigend als aanvallend. Ik ben echter niet de meest technische speler.
  2. Kunst- of natuurgras: Ik blijf toch voorstander van een goede natuurgrasmat. Bij gebrek aan fatsoenlijk natuurgras speel ik wel liever op kunstgras, aangezien die velden steeds beter worden. Wij trainen wisselend op natuurgras en op kunstgras, afhankelijk van de aankomende wedstrijd, het weer en uiteraard de conditie van onze velden.
  3. Kleur voetbalschoenen: Zwarte Nike Tiempo.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Sinds wij als selectie inbreng hebben in de tenues, vind ik dat we er erg netjes op staan. Dus ik moet (met dank aan Jurgen van Puijenbroek) toch echt voor onze eigen tenues gaan.
    Ik heb ooit ook iemand horen zeggen dat het sportpark van Avanti het ‘San Siro van Schijndel’ is. Zo ver wil ik niet gaan, maar dat het een mooi sportpark is, dat is zeker. Zeker nadat dit seizoen ook de tribune flink is opgeknapt.
  5. Mooiste voetbalmoment: Een aantal seizoenen geleden deden we heel lang mee om de titel, in het seizoen waarin Real Lunet uiteindelijk kampioen werden. Ergens in de tweede competitiehelft speelden we een uitwedstrijd tegen ODC, die ook nog in de bovenste regionen te vinden waren. Dat was echt een geweldige wedstrijd, met heel veel strijd en ook heel aardig voetbal van beide kanten. Het leek in een gelijkspel te eindigen, tot wij in de blessuretijd een corner kregen. Zoals afgesproken trapte Geert van Heeswijk de bal hard naar de eerste paal, waar ik de bal achter de keeper kopte. Het resultaat was uiteraard een grote ontlading en de winst, maar wat het extra mooi maakte, was dat ODC definitief afhaakte in de race om het kampioenschap en wij Real Lunet op 1 punt bleven volgen.
  6. Dieptepunt/grootste blunder: In mijn eerste seizoen als selectiespeler degradeerden we met het eerste elftal naar de 3e klasse. Wat ik me nog goed herinner, is dat we in de nacompetitie om degradatie de eerste wedstrijd van het tweeluik thuis speelden. Aan het einde van die wedstrijd kopte ik een bal net onder de lat. Hij werd door een tegenspeler van de lijn gehaald doordat hij aan de lat ging hangen en de bal wegkopte. Dat vind ik nog steeds bizar. Aan het einde van het tweeluik kwamen we één doelpunt tekort om niet te degraderen.
  7. Opvallendste teamgenoot: Berend Arts. Volgens mij hebben jullie die naam al in wat meer lijstjes voorbij zien komen als antwoord op deze vraag. Een hele leuke gast die lekker zichzelf is en zich nergens iets van aantrekt. Dit zorgt iedere training weer voor mooie momenten.
  8. Voetbalhumor: Ik heb lange tijd met Frank Hoeven gevoetbald en iedereen op de training wist dat als er een balletje tussen jou en Frank viel, dat je die beter even kon laten gaan. De eerste keer dat Berend met het eerste meetrainde, was er ook zo’n moment. Er kwam een hoge bal en Frank stormde er naartoe. Iedereen deed rustig een stapje opzij, maar Berend kende Frank nog niet zo goed, dus die besloot om het kopduel aan te gaan. Natuurlijk was die bal voor Frank. Berend ging gestrekt en vertelde alleen nog maar een ‘pieeeeeeep’ te horen, waarop iedereen natuurlijk hard moest lachen.
  9. Wat wil je nog bereiken: Ik zou heel graag nog een keer kampioen worden met het eerste van Avanti.
  10. Beste speler uit de regio: Als ik Lucas Borato af en toe op het veld spelers voorbij zie dribbelen, dan moet ik toch zijn naam hier noemen. Hij speelt net wat te graag spelers door de benen, wat zeker niet altijd nodig is, maar wel tot mooie momenten leidt. Vorig seizoen viel hij in en speelde hij binnen één minuut twee keer dezelfde speler van Schijndel door zijn benen. Ik zal zijn naam maar niet noemen. Daar kan ik dan toch wel aardig van genieten.
  11. Opvallendste regioclub: Dit seizoen zou ik niet zo goed weten welke club ik moet noemen. Maar als ik kijk naar Rhode, dan vind ik het heel knap hoe die de afgelopen jaren zijn gegroeid. Een aantal jaren geleden deden wij niet onder voor ze, maar Rhode heeft in een paar jaar toch maar een mooi aantal promoties afgedwongen.
Foto: sportfotobrabant.nl

Geef een reactie