Dagboek deel 3: Uitwedstrijden

DEN BOSCH – Een eerste elftalspeler uit onze regio – die anoniem wenst te blijven – deelt zijn verhalen via onze site. Soms serieus, meestal met een knipoog, altijd recht uit het hart. In dit dagboek word je wekelijks meegenomen in zijn anekdotes die zich afspelen op het veld, langs de lijn, in de kleedkamer of tijdens de derde helft. In deel 3 is het onderwerp uitwedstrijden.

Zie ook:
Dagboek van een amateurvoetballer (2) (02-06-’20)
Dagboek van een amateurvoetballer (1) (28-05-’20)

Uitwedstrijden zijn toch altijd minder leuk dan thuisduels. Je moet er vroeg zijn, een stukje rijden in de auto, daar de kleedkamer zoeken, even in de kantine hangen, het veld checken en dan kan je eindelijk gaan omkleden en het veld op. Ik heb altijd een hekel gehad aan dat doelloze vroeg verzamelen en dat rondspoken op een sportpark waar niemand je kent en je met niemand een gezellig praatje kunt maken. Uitwedstrijden stonden dus met rode pen omcirkeld in mijn agenda. Totdat onze keeper een oude Opel Manta kocht. Zo een als je kent uit New Kids-films, maar dan knalrood.

Volgens hem was het een goed ding. Had maar 4 ton op de teller en er zat nog zeker 5 maanden APK op. Een koopje dus. De eerstvolgende wedstrijd was ik een van de uitverkorenen. Ik mocht, samen met nog twee teamgenoten, meerijden in de Manta. Aan de rijstijl te zien, was onze keeper niet van plan het wagentje nog door te verkopen. Overal met piepende bandjes wegrijden, op de heenweg de trainer inhalen en met je blote reet uit het raam hangen en even een paar donuts maken bij de tegenstander op de parkeerplaats om ons bezoek aan te kondigen. Het was voor ons wekelijkse kost. Uitwedstrijden waren ineens een feestje dankzij die vuurrode Manta.

Op een zomerdag moesten we uit naar DSC. Destijds een topteam in onze competitie. Ik had me, zoals altijd, weer verzekerd van een plekje in de Manta. We verloren de wedstrijd in Kerkdriel met 4-3 (ruststand 1-3). Best wel balen dus, maar we hadden al gehoord dat er na afloop een feestje georganiseerd was. We besloten dus met zijn vieren om toch maar even te blijven hangen. We kregen het ene na het andere biertje aangeboden en het werd steeds gezelliger. Ook de aanwezigheid van het nodige vrouwelijke schoon deed veel goed. Dat vrouwelijke schoon achter de bar is trouwens bij DSC al jaren goed geregeld.

Inmiddels was het 9 uur en liep het feestje ten einde. We hadden helaas geen vervoer terug. We besloten op dat moment dat het een goed idee was om steen-papier-schaar te doen, waarbij de verliezer terug zou rijden. Ik ben er absoluut niet trots op en heb ook gezworen dat ik het nooit meer zou doen. Maar we stapten dus met z’n drieën bij onze dronken teamgenoot in.

De terugweg was gezellig en toen we bijna terug waren, besloot onze keeper dat het leuk was om even in het gras met de Manta wat donuts te maken. Hij nam het stuur over en begon als een gek te spinnen op een stuk groen, waarvan ik me nog steeds afvraag van wie het eigenlijk is. Na een minuut of vijf sloeg het spreekwoordelijke noodlot toe en begon de motorkap te roken. De motor was opgeblazen en de auto deed niks meer. We hebben de Manta toen maar naar de kant van de weg geduwd. Onze keeper regelde dat hij daar een dag later opgetakeld werd.

Dollemansrit
Het was een droevig einde van een gedenkwaardige periode. De Manta was er niet meer en uitwedstrijden waren weer net zo vervelend als daarvoor. Ik weet nog dat we hadden afgesproken te zwijgen over deze dollemansrit. Mensen hadden natuurlijk wel vragen over waar dat oude barrel ineens gebleven was, maar gelukkig praatte niemand zijn mond voorbij. En zijn we allemaal zonder kleerscheuren weggekomen. Dat had zeker slechter af kunnen lopen. Hoe iets kleins en simpels zoals een simpele auto zo bepalend kan zijn voor de sfeer, is wel iets aparts. Nog altijd bij het zien van zo’n auto moet ik glimlachen en denk ik terug aan de mooie tijden die we hebben gehad in de Manta. RIP Manta 2012.

Geef een reactie