Dagboek deel 4: Wedstrijdspanning

DEN BOSCH – Het amateurvoetbalwereldje beschreven door de ogen van een anonieme speler uit de 073-regio. Ludiek, eerlijk, confronterend en waarschijnlijk voor velen herkenbaar. In dit dagboek word je wekelijks meegenomen in verhalen die zich afspelen op het veld, langs de lijn, in de kleedkamer of tijdens de derde helft. Deze week deel 4; wedstrijdspanning.

Gezonde stress of spanning kan soms het beste in de mens naar boven halen. Een klein beetje zenuwen horen bij het leven. Ik kan me nog goed herinneren dat teamgenoten oprecht heel zenuwachtig waren voor een wedstrijd. Dat waren de jongens die speelden in de achterhoede. Ik kende dat gevoel niet. Ik voetbalde op gevoel en deed vaak gewoon waar ik zin in had. Dat was met tijden geniaal, maar vaak genoeg ook heel slecht. Ondanks dat was ik toch een gewaardeerde kracht binnen het elftal. Een jongen die iets extra’s had. Omdat ik gelukkig vaak beslissend was, accepteerden mijn teamgenoten mijn eigenaardige trekjes. Na een mislukte actie, deed ik het gewoon opnieuw. Zenuwen of wedstrijdspanning hoorden er voor mij dus niet bij.

Toch kreeg ik er ook mee te maken, toen ik werd omgeturnd naar centrale verdediger. We hadden een aardig jaar. Kampioen worden zou niet meer lukken, maar we deden wel mee voor de tweede plek. We speelden een thuiswedstrijd tegen de nummer drie. Bij winst sloegen we een gat en het stond 2-2, met nog een paar minuten te gaan. We hadden daar, gezien de ranglijst, vrede mee en speelden achterin de bal rond. Ik kreeg hem van onze keeper en wilde, iets te nonchalant, een aanvaller uitkappen. Ik verspeelde de bal, de spits kon hem in een leeg doel schuiven en we verloren dus met 3-2. We eindigden dat jaar, mede door deze verschrikkelijke fout, als derde – waardoor we ook geen periode haalden.

Bang mannetje
Vanaf dat moment ben ik een periode heel onzeker geweest. Bang aan de bal, simpele dingen mislukten. Ik wilde er alles aan doen om maar geen fout te maken. Het verbaast me als ik er nu op terugkijk, dat ik mentaal zo kwetsbaar was. Ik was veranderd van een zelfverzekerde aanvaller, die lak aan alles had, in een bang mannetje. Bang om een pass te geven zelfs. Ik ging me ook ineens anders voorbereiden op wedstrijden. Ik lette op mijn voeding, zat ’s ochtends in plaats van worstenbroodjes een bord spaghetti naar binnen te werken, en dronk de avond ervoor niet zoveel meer als voorheen. Ik was op zoek naar houvast, iets waar ik zelfvertrouwen uit kon putten. Het hielp allemaal niet, de zenuwen voor én tijdens de wedstrijd bleven.

Respect
Toen dacht ik nog eens terug aan mijn vroegere jaren, waarin ik nooit begreep waarom je zenuwachtig zou moeten zijn voor een wedstrijd. Het verschil zat hem voor mij in het feit dat iedere fout die ik achterin maakte genadeloos afgestraft ging worden. Dat gebeurde in die periode ook regelmatig. Gelukkig haalde mijn club voor het jaar daarop een aantal versterkingen voor de achterhoede, waardoor ik weer naar mijn vertrouwde plekje in de aanval verhuisde. Sindsdien heb ik wel meer respect gekregen voor het vak van verdedigen. Ik vind er nog steeds niks aan, maar besefte wel dat de meeste verdedigers mentaal sterker moesten zijn dan de frivole rechtsbuiten die aan zijn zoveelste actie begint. Bij deze wil ik dan ook mijn waardering uitspreken voor al die gasten die wekelijks achter een spits aan rennen en er tegelijkertijd voor moeten zorgen dat ze geen fout maken. Het blijft toch een vak apart. Waar ik mentaal niet goed genoeg voor was.

Geef een reactie