Elf vragen aan… Dionys van Duijnhoven

BERLICUM – Een manusje van alles. Met die titel doen we Dionys – Dio voor intimi – toch echt tekort. Hoewel de BMC’er pur sang al ruim 30 jaar geen voetbalschoen meer heeft aangehad, is hij al sinds jaar en dag betrokken bij het eerste elftal van zijn club. Deze week maken we uitgebreid kennis met de persoon achter de teammanager van BMC 1.

Naam: Dionys van Duynhoven, maar de meesten noemen me Dio. Wat korter en makkelijker. De betekenis van mijn voornaam is de Griekse God van wijn, bier en feesten. Mijn ouders hadden een vooruitziende blik.
Geboren: Op 4 december 1965 in Athene, Griekenland. Vandaar die mooie voornaam.
Club(s): Alleen BMC, alweer bijna 45 jaar lid van onze vereniging.
Positie: Rechts langs de dug-out. Zitten vind ik maar niks, dan heb je geen goed overzicht en tijdens de wedstrijd heb ik geen rust in mijn lijf. Gezonde spanning, noem het maar beleving.
Dagelijks leven: Ik woon mijn hele leven al in Berlicum, ben blijmoedig vrijgezel en werk als Senior Controleur bij The Greenery BV in Barendrecht. Ik ben dus vrijwilliger/teammanager bij BMC 1 en een hapje eten en biertje drinken met vrienden doe ik ook graag. En op z’n tijd op stap, maar dan niet meer zo wild als vroeger. Ik ben ook de jongste niet meer. Ik maak ook graag korte stedentrips naar het buitenland. Niet dat ik last van heimwee heb, maar lange vakanties zijn niet echt aan mij niet besteed. Na een dag of vijf heb ik het meestal wel weer gezien.

  1. Sterkste/zwakste punt: Over mijn sterkste punt moeten anderen maar oordelen, maar ik ben eerlijk en rechtvaardig en ik sta altijd voor iedereen klaar. Mijn zwakste punt weet ik wel; als wij knullig of onterecht verliezen, ben ik daar wel een paar daagjes ziek van. De biertjes smaken dan ook niet zo lekker als bij een overwinning. Daarnaast ga ik op (verjaardags)feestjes zowat altijd als laatste naar huis. Of is dat misschien juist een sterk punt?
  2. Kunst- of natuurgras: Niks is fijner dan op een goede natuurgrasmat een wedstrijd spelen. Bij BMC trainen én spelen we sinds enkele jaren, volgens mij tot ieders tevredenheid, op kunstgras. We hebben geen last meer van een slecht trainingsveld en kunnen in de winterperiode ook bijna altijd doortrainen én vriendschappelijk voetballen. Dat is bij BMC wel eens anders geweest.
  3. Kleur voetbalschoenen: Die heb ik al ruim 30 jaar niet meer. Sinds ik mijn kruisbanden afscheurde heb ik nooit geen voetbalschoen meer aangehad. Maar vroeger in de jeugd had ik meestal zwarte Adidas schoenen. Volgens mij waren er toen nog  geen andere kleuren.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Ons zwart uittenue met gouden opdruk vind ik wel iets speciaals hebben. Ik vind RKSV Margriet en FC Engelen echt prachtige accommodaties hebben, maar zelf vind ik – indien goed onderhouden – een ietwat ouder complex veel meer voetbalsfeer en gezelligheid hebben. Nieuwe accommodaties zijn net (tennis)paviljoens en geen (voetbal)kantines. Ik ben meer van het bruine café. Onder meer SCG’18, Nulandia en RKDVC hebben hun complexen meer dan aardig opgeknapt, zonder concessies te doen aan de (voetbal)sfeer.
  5. Mooiste voetbalmoment: De hele nacompetitie om promotie naar de 2e klasse, met als hoogtepunt dat we met 3 bussen naar Drunen gingen, om daar de beslissingswedstrijd tegen SC Emma te spelen. We wonnen in de verlenging met 1-0, door een doelpunt van Gijs van der Voort, en hebben daarna een paar daagjes flink gefeest. Onder Theo van Lieshout promoveerden we toen voor het eerst in de historie van BMC naar de 2e klasse. Helaas hielden we het maar één jaar vol.
  6. Dieptepunt/grootste blunder: In de tweede ronde van een andere nacompetitie speelden we tegen Baardwijk. We hadden op eigen veld vrij eenvoudig gewonnen, maar in de returnwedstrijd verspeelden we de riante 3-0 voorsprong en degradeerden we, met op papier een best sterk elftal, alsnog naar de 4e klasse. Verder stond jaren geleden Hedel – BMC op het programma en toen we aan de warming-up wilden beginnen, bleken onze intrapballen nog in Berlicum te liggen. Gelukkig kreeg ik van de leider van Hedel  vervangende intrapballen en wonnen we, anders had ik dat nog jaren moeten aanhoren. Sindsdien neem ik bij uitwedstrijden de intrapballen zelf maar mee in de auto. We zijn ze nooit meer vergeten.
  7. Opvallendste teamgenoot: In elke generatie zitten wel een paar kleurrijke personen. Maar als ik er toch één of twee moet opnoemen, zeg ik Ruud van de Akker en Sjors van Zoggel. Als Ruud het woord heeft, hoeven andere mensen weinig of niks meer te zeggen. En als lid van de spelersraad regelde hij ook altijd leuke uitjes. Ik kan me nog herinneren dat we met de hele selectie naar ‘de Skihut’ in Rotterdam gingen. Voordat iedereen binnen was en zijn eerste biertje op had, stond Ruud al op de bar te zingen met een stel mooie meiden om zich heen. Maar ook Sjors, dit seizoen helaas in het rood-zwart van RKKSV te bewonderen, is zo’n kleurrijk persoon. Zo zal ik z’n gekke capriolen, onder andere na afloop van de thuiswedstrijd tegen Avanti’31 en op ons winteruitje in Tenerife en Portugal, niet vlug meer vergeten.
  8. Voetbalhumor: Na ruim 25 jaar teammanagerschap kan ik wel een boek schrijven. Wat ik heb meegemaakt, is niet op een paar A4-tjes te noteren. Ik zal een grap vertellen van nog niet zo lang geleden en eentje uit de oude doos.
    Toen de nieuwe groepsapp voor de selectie en begeleiding van dit seizoen, door Joost Mathijssen, werd aangemaakt, stond daar Ton Berens – onze nieuwe hooftrainer – nog niet bij. Iedereen kreeg wat later een uitnodiging per mail voor de eerste bijeenkomst, maar ’s ochtends kwam er in de groepsapp nog een reminder. Al vlug kwamen er al een paar afmeldingen, maar Richard de Laat appte dat iedereen zich persoonlijk bij de nieuwe trainer moesten afmelden. Voor de volledigheid had hij het telefoonnummer ‘van de trainer’ erbij gezet. Enkele spelers hebben dat nummer toen gebeld of geappt, maar het bleek een heel ander nummer dan die van Ton. De vrouwen die opnamen of de appjes lazen, snapten er niks van. Ze hadden blijkbaar iets met andere ballen. Man, man, man, wat hebben wij er ’s avonds bij die bijeenkomst om gelachen.
    En zo heb ik er nog veel meer. Ik zal bijvoorbeeld nooit meer vergeten dat Joris Alkemade in de winterperiode op een bevroren hoofdveld bij Maaskantse Boys de warming-up begon op Noren, zijn schaatsen dus. Onze hoofdtrainer destijds, Hennie Zweers, was er in eerste instantie helemaal niet blij mee. Hij sommeerde Joris om diréct zijn schaatsen uit te doen. Maar na de wedstrijd, onder het genot van een biertje, zag hij de humor er ook wel van in.
  9. Wat wil je nog bereiken: Gezond zijn én blijven, zeker in deze rare Coronatijden. Verder hoop ik nog een paar jaar teammanager van de boys te mogen zijn. Als ik de 30 jaar heb bereikt, zullen we nog wel eens bekijken of we er nog een paar jaartjes aanplakken. Maar ik wil zeker nog een keer promoveren met ons clubke. En dan hopen dat we het langer in de 2e klasse volhouden. En dan moet EVVC niet degraderen, want ik wil nog wel twee keer winnen van Bûmke.
  10. Beste speler uit de regio: Ik heb eigenlijk geen idee. Ik ken de spelers niet meer zo goed bij naam als vroeger. Toen kende ik er van zowat elke vereniging in de regio wel een stuk of 5. Vaak worden op deze site dezelfde namen genoemd en dat zal wel best kloppen, hoor. Maar als ik toch ook één speler moet noemen zeg ik Gerwin van den Boom. Zeker omdat ik hem zelf als speler van BMC heb meegemaakt en weet wat zijn voetbalkwaliteiten zijn. Ik heb bovendien met eigen ogen gezien hoe beslissend hij is geweest bij de diverse promoties van EVVC. Hopelijk is ie snel weer fit.
  11. Opvallendste regioclub: Den Dungen, omdat zij afgelopen jaar als promovendus het ontzettend goed hebben gedaan. Ik denk ook dat ze komend seizoen hoge ogen gaan gooien in de 3e klasse C. Maar ook BMC wil ik noemen. Niet omdat we het afgelopen seizoen zo goed hebben gedaan, want voordat de competitie werd stilgelegd stonden we op de allerlaatste plek. BMC onwaardig, maar ook Avanti’31 stond te laag vond ik. De 3e klasse D Zuid II was een klasse waar bijna iedereen van iedereen kon winnen. Natuurlijk hadden we een (te) smalle selectie, vele langdurige blessures en konden we moeizaam het netje vinden, maar de standenlijst liegt nu eenmaal niet. Hopelijk gaan we het dit seizoen stukken beter doen. Ik verheug me nu al op de vele (streek)derby’s en uiteraard ook de derde helften. Hopelijk worden de penningmeesters van onze 3e klasse C de grote winnaars. Want nog een dergelijk coronaseizoen en veel verenigingen zullen het niet overleven, ben ik bang.
Foto: Swanhill sr.

Geef een reactie