Elf vragen aan… Sten van Vessem

SINT MICHIELSGESTEL – Er vertrekken en stoppen nogal wat spelers uit de selectie van SCG’18. Sten van Vessem hoort bij die laatste groep. De bijna 34-jarige routinier wilde aansluiten bij een lager team van Gestel of Blauw Geel zaterdag, maar ziet daar toch vanaf. Wel hoopt hij ooit nog ergens kampioen te worden. Slechts een voorlopig afscheid dus, deze ‘Elf vragen aan…’.

Naam: Sten van Vessem. Ik heb vernomen dat ik vernoemd ben naar een schaatser uit Scandinavië, Sten Stensen.
Geboren: 4 mei 1986 te ‘s-Hertogenbosch.
Club(s): Dit is mijn tweede seizoen bij SCG’18. Daarvoor heb ik 10 jaar bij Blauw Geel’38 in Veghel gevoetbald en daarvoor 5 jaar in het eerste van RKVV Sint Michielsgestel.
Positie: Linksback of linkshalf. Ik denk dat ik mijn meest succesvolle jaren linksback heb gespeeld, dus vind ik dát het meest mijn positie.
Dagelijks leven: Ik woon samen met mijn vriendin in Sint Michielsgestel. Op het moment is ze zwanger van ons eerste kindje. Afgelopen dinsdag hebben we te horen gekregen dat het een jongetje wordt. Ik heb tot voor kort gewerkt bij stukadoorsbedrijf L&L, drie dagen als stukadoor en twee dagen als werkvoorbereider/calculator. Sinds vorige maand ben ik actief als coördinator/instructeur bij de stukadoorsopleiding.

  1. Sterkste/zwakste punt: Sterk zijn mijn tactisch inzicht, het lopen zonder bal, het neusje voor de goal en ik ben een aardige kopper. Mijn techniek is nooit mijn sterkste punt geweest.
  2. Kunst- of natuurgras: Ik voetbal al jaren op kunstgras, dus daar gaat mijn voorkeur naar uit. Het is altijd te bespelen en op te trainen, dus dat is ideaal voor een amateurclub.
  3. Kleur voetbalschoenen: Zwart, het liefst helemaal. Die zijn tegenwoordig juist uniek, met al die gekleurde modellen. Er zijn ook veel trekjes die ik heb op zondag voor een wedstrijd, dingen die ik altijd hetzelfde doe. Als ik die niet doe is het geen probleem en maakt het niet veel uit, maar toch blijf ik ze meestal doen. Een beetje autistische trekjes, denk ik. Het mooiste voorbeeld komt uit mijn tijd bij Blauw Geel. Als ik het veld op rende voor de warming-up, schreeuwde ik een paar keer ‘whaaa, whaaa, whaaa’. Mooi gezicht om de tegenstander en supporters dan te zien kijken.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Eerlijk is eerlijk, het hoofdveld van SCG is wel echt uniek, met die dijk eromheen en tegenwoordig het terras naast de tribune. Maar er staat me altijd iets bij van het sportpark van Bergeijk. Ik kan het me niet heel goed meer herinneren, omdat het denk ik meer dan 15 jaar geleden is dat ik er heb gevoetbald. Maar dat maakte wel indruk op me, zo in de bossen.
    Wat er als eerste in me opkomt bij mooiste tenue is het huidige (spierwitte) uitshirt van Blauw Geel.
  5. Mooiste voetbalmoment: Dat kan er maar één zijn en daar vertel ik maar al te graag over; de kampioenswedstrijd in de hoofdklasse met Blauw Geel in 2017. We speelden, met nog vier wedstrijden te gaan, tegen naaste concurrent Quick uit Den Haag. Uit verloren we nog met 3-0, maar als we thuis wonnen, waren we kampioen. Alles was al geregeld en zelf waren we ook overtuigd dat het ging gebeuren. Vijf minuten na rust kroop er echter iemand uit mijn rug en die kopte de 1-2 binnen. Ik dacht ‘het zal toch niet, mede door een onoplettendheidje van mij…’, maar gelukkig maakte Alexander Mols vijf minuten later gelijk. Ik kreeg nog geel, waardoor ik de week erop geschorst zou zijn, en toen de klok inmiddels op 90 minuten stond, kreeg Danny Verbakel op links, iets over het middenveld, de bal. Ik dacht ‘alsjeblieft Danny, doe er nog één keer iets goeds mee’. Hij gaf een strakke wreefpass op Alexander Mols en door miscommunicatie tussen een verdediger en de keeper van Quick kon die hem oppikken en binnenlopen. Heel het sportpark ontplofte! Blijdschap en opluchting was bij iedereen te zien. De beelden op Youtube zijn geweldig om regelmatig terug te kijken.
  6. Dieptepunt/grootste blunder: Dat we ons met Blauw Geel hadden geplaatst voor de KNVB beker, maar ik niet bij de groep zat voor de wedstrijd tegen VVV-Venlo. Ik begon dat seizoen met een blessure, maar was net op tijd fit. De trainer besloot toch dat ik niet bij de groep zat. Van de ene kant begrijpelijk, maar aan de andere kant; als je al tien jaar bij Blauw Geel voetbalt, hoopte ik op wat meer krediet. Gelukkig is het geen rampzalig dieptepunt. Ik ben nooit ernstig geblesseerd geweest, dus dan is dit toch wel iets om mee te leven. Hoewel het toch wel erg jammer is.
  7. Opvallendste teamgenoot: Daan Voets, alias MarroDaantje. Hij kan erg goed voetballen, maar als het ook maar even tegen zit, gaat het kopje hangen. En dan heeft ie als rechtsback moeite om te verdedigen. Want zoals ie zelf altijd zegt: “ik kan echt niet verdedigen”. In het kleedlokaal naait iedereen hem ook vaak op. Hij reageert overal op, dus vandaar dat we vaak bezig blijven. Mooi om te vermelden is dat ie voor de winterstop niet meespeelde, maar daarna de eerste twee wedstrijden weer wel en die meteen 6 punten, 0 tegendoelpunten en 2 assists voor hem opleverden.
  8. Voetbalhumor: Giovanni Henskens en Sander Maas waren bij Blauw Geel altijd tegen elkaar bezig. Eén actie van Giovanni, waar ik ook bij was, kan ik me nog goed herinneren. Voor de training had ie de autosleutels van Sander gepakt en hij was naar zijn auto gelopen met een hoop confetti. Die deed hij in de waaiers en zette die op maximaal. Toen we na de training gedoucht waren, liepen we met Sander mee naar zijn wagen. Uiteraard omdat we al wisten wat er ging gebeuren. En ja hoor, missie geslaagd! Heel zijn wagen lag onder de confetti. De aanstekelijke lach van Giovanni sprong er nog bovenuit en maakte het nog grappiger.
  9. Wat wil je nog bereiken: Ooit wil ik nog ergens kampioen worden, maakt me niet uit in welk elftal. Na dit seizoen stop ik ermee, dus in een selectieteam zal dat sowieso niet meer worden. Ik zat er aan te denken om lager bij Gestel te gaan voetballen of bij Blauw Geel zaterdag, maar met de kleine op komst en de lerarenopleiding waaraan ik ga beginnen in september, heb ik besloten nog nergens aan te sluiten. Zodra ik het erg ga missen, dan kan ik altijd nog ergens aansluiten. En anders over een paar jaar, mocht ik dan weer gaan voetballen. Dat kampioenschap wil ik toch eigenlijk nog wel een keer bereiken. En ik wil ooit wederom met Emiel van de Sande in een elftal voetballen. We hebben zóveel plezier gehad in het kleedlokaal in alle tien de jaren die ik met hem heb gespeeld bij Blauw Geel.
  10. Beste speler uit de regio: Ymanuel Hurkmans uit Schijndel komt zo als eerste in mij op. Hij is net weer terug van het twee keer afscheuren van zijn kruisband. Als hij toen niet geblesseerd was geraakt, ben ik er van overtuigd dat hij nu betaald voetbal zou spelen. Mark Dobbelsteen uit Heeswijk noem ik ook altijd bij zulke vragen. Het lijkt zo makkelijk als je hem ziet voetballen. Trots dat ik met deze twee heb mogen voetballen. Als je wat meer kijkt naar clubs echt vlakbij, dan zou ik Joep van der Meijden van ODC noemen. Lastig om tegen te voetballen. Snel, goeie actie en scorend vermogen. Ik denk wel dat ie makkelijk uit de wedstrijd te halen is, door hem wat op te naaien. Maar hij is volgens mij nog redelijk jong. Toch erg jammer dat ie, als Gestelnaar, niet bij SCG speelt.
  11. Opvallendste regioclub: Knap van Den Dungen, hun goede prestaties. Ik moet zeggen dat toen wij daar uit speelden, ik ze voetballend niet best vond. Maar ze weten wat ze kunnen, knokken keihard met z’n allen en ze hebben voorhoedespelers rondlopen die makkelijk scoren. Met die formule kun je toch een heel eind komen. Ik gun het ze van harte.
Foto: Gerald van Zanten

Geef een reactie