Elf vragen aan… Achmed Erassan

DEN BOSCH – Jarenlang maakte hij als voetballer de velden in en buiten onze regio ‘onveilig’. Achmed Erassan (links op de foto) was ondanks zijn vaak spijkerharde verdedigingsspel een graag geziene voetballer. Tegenwoordig staat hij, in de schaduw, de hoofdtrainer van FC Engelen bij. Met veel plezier stelden wij de Bossche Marokkaan onze wekelijks elf vragen.

Naam: Achmed Erassan.
Geboren: 1 november 1976.
Club(s): Concordia SVD, BVV, RKJVV, VVM (Den Haag), DESK, CHC, RKSV Oisterwijk en last but not least – sinds 2012 – FC Engelen. Eigenlijk teveel om op te noemen, maar bij elke club bewaar ik mooie herinneringen en heb ik nog goed contact. Bij Engelen heb ik eerst 2 jaar als speler een soort van afgebouwd en daarna ben ik verder gegaan in verschillende (trainers)functies.
Positie: Vroeger 4 en 6, nu links of rechts naast Anthony.
Dagelijks leven: Ik woon al sinds 1986 met veel plezier in Den Bosch, ben getrouwd en heb inmiddels 4 kids, waarvan er 2 ook bij FC Engelen voetballen. Ik werk sinds kort, na een leven lang in de automotive actief te zijn geweest, bij de gemeente als werkconsulent. Uiteraard staat voetbal als hobby op één. Daarnaast speelden we wat potjes squash totdat corona roet in het eten gooide. Nu loop ik vaak naar de koelkast voor wat beweging.

  1. Sterkste/zwakste punt: Als speler was ik geen stylist maar een harde – wel faire – verdediger. Later werd ik vanuit het middenveld wat meer voetballer. Ik had wel een redelijke pass en schot, denk ik. Als assistent-trainer ben ik eigenlijk een mensen-mens. Ik vind het super om met die jonge gasten te werken en pas mezelf makkelijk aan een hoofdtrainer aan. Ik vind het gewoon leuk om over het spelletje na te denken en te lullen.
  2. Kunst- of natuurgras: Ik denk dat iedereen van mijn leeftijd de voorkeur heeft voor een lekkere grasmat. Heb er een hoop omgeploegd in mijn tijd. Maar tegenwoordig kan je als amateurclub bijna niet zonder kunstgras. Gelukkig hebben we bij FC Engelen een gloednieuwe mat liggen, waar we nu lekker altijd op kunnen trainen en spelen.
  3. Kleur voetbalschoenen: Zwarte schoenen hoort toch echt bij voetbal, vind ik. Gelukkig zie je ook steeds meer jongens weer teruggaan naar die kleur.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Niet omdat ik nu bij Engelen zit, maar het paars-wit vind ik echt iets hebben. Het blauw-zwart van SCG is ook klassiek mooi. En ook qua sportpark vind ik SCG wat hebben, met de tribune, de gezellige kantine die op het hoofdveld uitkijkt en natuurlijk de heuvels rondom het veld. Die maken er een mooi kuipje van.
  5. Mooiste voetbalmoment: Eén moment is voor mij het mooist, omdat we promoveerden naar de 2e klasse, maar je kan het meer als ‘meest bizar’ bestempelen. We speelden met RKSV Oisterwijk eigenlijk een rampseizoen in de 3e klasse. We eindigden als 8e, maar pakten wel alsnog een periode. In de nacompetitie kwam alles samen. We wonnen alles en pakten in de finale, op het terrein van DVG, ook SBC.
    De kampioenschappen met RKJVV waren ook mooi om mee te maken. En niet te vergeten de bekerfinale met Oisterwijk tegen het grote ASWH, met een Bossche enclave en Bas Gösgens als trainer.
  6. Dieptepunt/grootste blunder: Het dieptepunt moet een degradatie zijn met Oisterwijk en DESK helaas. Echte blunders van mezelf kan ik niet meer herinneren, maar ik zal als verdediger zeker een keer mooi hebben gescoord bij de eigen keeper.
  7. Opvallendste teamgenoot: We hadden bij Oisterwijk een gozer, Patrick Janssen, die zo gek als een deur was. Hij was altijd in sloten aan het springen of naakt door de gangen of over kantinetafels aan het glijden. Of er wat verboden middelen mee gemoeid zijn, durf ik niet te zeggen.
  8. Voetbalhumor: Dat kan ik nu wel toegeven. We waren een keer met de Bosschenaren onderweg naar Oisterwijk. Voor de wedstrijd belde ik, in de auto, als ‘secretaris’ van BVV naar de tegenstander dat het veld eruit lag en er dus niet gevoetbald kon worden. Later hoorden we dat BVV samen met de scheidsrechter de warming-up hadden gedaan, om daarna lekker naar huis te gaan. De tegenstander was niet komen opdagen…
  9. Wat wil je nog bereiken: Het zou mooi zijn als we met Engelen weer een kampioenschap mogen vieren. Promotie naar de 2e klasse zou een unicum zijn voor de club. Buiten het voetbal wil ik gewoon een goed mens zijn.
  10. Beste speler uit de regio: In mijn tijd als speler was Johan Marcé een baas. Hij scoorde bij ons altijd, maar daarnaast was het ook gewoon een hele goede speler en mens. En voor nu zeg ik Younes Hadouir. Ik vind het heel erg voor hem dat hij geblesseerd is geraakt en misschien dus ook einde carrière. Ik had hem een beter einde gegund.
  11. Opvallendste regioclub: TGG viel me wel op voor de coronastop, met fitte oudgedienden Arda Havar en Roy Netten. Samen met Zwaluw zie ik ze toch wel als grote kanshebbers voor het kampioenschap. Zelf schat ik ons ook hoog in, als we alles fit houden en ons voetbalspelletje met een dosis gif kunnen spelen. Maar de vraag is eerst wat er gaat gebeuren in deze bizarre tijd met dit virus in ons midden. Ik hoop dat de maatregelen snel effect hebben, zodat we eindelijk weer normaal kunnen doen. Al ben ik bang dat ook dit seizoen weer naar de knoppen gaat. Het belangrijkste is dat iedereen hier verstandig mee omgaat en gezond blijft.
Foto: Jan Verhoeven

Geef een antwoord