Elf vragen aan… Sander Suurs

EMPEL – Geef Sander Suurs een (figuurlijk) podium en je krijgt hem er niet snel meer vanaf. Eenmaal op zijn praatstoel kan hij hele boekwerken vullen. Zeker als het over voetbal, zijn Emplina en verhalen uit de oude doos gaat. ‘De Suurs’ bleek dus een ideale kandidaat voor onze wekelijkse rubriek.

Naam: Sander Suurs. Voor de meesten gewoon ‘Suurs’.
Geboren: 13 januari 1978 in Den Bosch.
Club(s): Al 29 jaar lid van Emplina. Eerst als keeper in de jeugd, daarna in de selectie, met een uitstapje van 3 jaar in een lager team. Voornamelijk in het tweede en toen ik vast in het eerste stond, raakte ik geblesseerd, wat einde carrière betekende. Ik ben daarnaast al 26,5 jaar trainer; van de E’tjes tot en met A-junioren en train nu voor het derde jaar op rij het tweede elftal. Eerder was ik ook assistent bij het eerste en tweede, in een dubbelfunctie met de A1.
Positie: Tot m’n 30e keeper, tegenwoordig dus trainer.
Dagelijks leven: Ik werk bij Hoppenbrouwers, het voormalige Piels. Als loodgieter begonnen, maar tegenwoordig ben ik magazijnbeheerder. Ik heb altijd in Den Bosch gewoond. In mijn jonge jaren op de Haren en in de Maaspoort, later op West – tegenover de Schutskamp – en nu 3,5 jaar in Empel. Dat had ik veel eerder moeten doen, want het is heerlijk om bij veel vrienden en Emplina in de buurt te wonen.

  1. Sterkste/zwakste punt: Als keeper met name mijn fanatisme en mentaliteit. Ik was zwak met meevoetballen en hoge ballen, daarom was ik eerlijk gezegd nooit goed genoeg voor het eerste. Ik was beter in de zaal.
    Als trainer denk ik dat ik er altijd een team van maak. Ik heb zelfs nog contact met spelers die elders voetballen of gestopt zijn. Zwakker is dan ook het fanatisme. Mijn emoties en mentaliteit gaan soms verder dan bij de meeste spelers en dat begrijp ik niet altijd.
  2. Kunst- of natuurgras: Een mooie grasmat hoort bij het voetbal. Ik heb een jaar met de B- of C-junioren richting Gorinchem gespeeld tegen wat kleinere zaterdagverenigingen. Die hadden alles zelf in beheer en daar lagen prachtige velden. Met name in de steden zijn de velden vaak slecht onderhouden door de gemeente. Het lijkt dan wel of de plaatselijke slager of bakker ze onderhouden. Wij hebben een mooi kunstgrasveld als hoofdveld en dat heeft daarom dus mijn voorkeur.
  3. Kleur voetbalschoenen: Zwarte Adidas Copa Mundial. Kleuren was in mijn jeugd niet. Als je die had, kreeg je schoppen. Veel spelers die nu de plastic kleurenschoentjes aan hebben, komen in de voorbereiding ook allemaal met blaren te zitten.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Wij hadden zelf met Emplina een prachtig, helemaal wit, uittenue. Jammer dat dat veranderd is. Het hoofdveld van SCG vindt ik het mooist en sfeervolst, omdat het iets van een stadion heeft, in de bossen. Vijf jaar geleden moesten we er een beslissingswedstrijd spelen om het kampioenschap met het tweede tegen Den Dungen. We wonnen met 5-1 en het was erg druk, met veel vuurwerk. We werden perfect ontvangen en hebben na de wedstrijd in de kantine samen met Den Dungen feest gevierd.
  5. Mooiste voetbalmoment: De kampioenschappen als trainer. Voor mijn gevoel heb je daar toch meer aandeel in, aangezien je dag en nacht met alles bezig bent. Maar ook de bekerfinale bij SCI met de A1 tegen Geldrop, getraind door Patrick Lodewijks, die we wonnen. En de nacompetitiefinale met de A1, in het RKC-stadion. We verloren helaas na strafschoppen van SC ’t Zandt, maar dat gebeurde voor 700 toeschouwers en was prachtig om mee te maken.
  6. Dieptepunt/grootste blunder: De degradatie van mijn teams als speler en trainer. Maar ook de tweede nacompetitiefinale tegen BMC, bij hen. We zouden feestend aan zijn komen rijden, omdat we thuis al met 5-1 hadden gewonnen, maar dat was echt niet zo. Alles zat die dag tegen. We misten veel spelers en BMC ging – terecht – voluit, waardoor ze de achterstand goedmaakten. We waren machteloos.
    Ze hebben regelmatig bij mijn aankomst het scorebord al op die eindstand staan, maar BMC heeft sindsdien nooit meer gewonnen van mijn teams.
  7. Opvallendste teamgenoot: Ik heb lang met Christian Verel gespeeld. Wat die allemaal uithaalde… Soms werd je er ook gek van of schaam je je ervoor dat hij bij ons hoorde. Die keer bijvoorbeeld dat hij – als echte mandekker – achter op de rug sprong van een spits en riep ‘ik ben een rugzak’. De scheids had het niet in de gaten, terwijl de spits gek werd en een kaart kreeg.
    Maar ook op een weekendje weg in onze jongere jaren. Hij kreeg een lelijk Duits vrouwtje in Renesse zover om van het podium te duiken, terwijl wij haar als team opvingen. Vervolgens vloog ieder meisje daar door de lucht.
  8. Voetbalhumor: Toen ik trainer was bij de A1 en B1 gingen we ieder jaar naar Port Zeelande. Een keer was ook de selectie in de buurt en we gingen samen naar feestcafé ‘de Zoom’. Kevin Verbeek, toentertijd net 16 jaar oud, wilde graag met de grote jongens meedrinken. In een uur tijd was hij zó zat dat hij van zijn kruk viel. Iets daarvoor had hij aan Henk van Dongen gevraag wie hij wel niet was? Henk was assistent bij het eerste, maar zei dat hij aanvoerder was. Kevin had tegen Henk gezegd: “Over 4 jaar sta ik in het eerste en speel ik jou uit de basis.”
    Leider Jack Verhoeven tilde hem naar de taxi, maar die mocht het park niet op. Kevin had ondertussen een plastic zakje al behoorlijk vol gekitst. Jack liep met Kevin op zijn schouder door de poort en liet om de hoek expres het zakje kots vallen. Een attent Duits stel bezorgde Jack het zakje terug, omdat hij het naar hun mening per ongeluk verloren had.
    Het mooiste was dat Kevin vier jaar later, na zijn debuut, naar Henk en mij kwam en zei: “Zie je wel dat ik gelijk had, ik sta in het eerste.”
  9. Wat wil je nog bereiken: We willen met Emplina 2 graag naar de hoofdklasse. Ik heb ook jaren geprobeerd om met de JO19-1 naar de 4e divisie te promoveren, maar dat is helaas nog niet gelukt. Als ik die kans ooit nog krijg, is dat ook zeker weer een doel.
  10. Beste speler uit de regio: Ik heb Dennis van Meurs getraind in de jeugd. Die speelde als B-junior dubbele wedstrijden op zaterdag; eerst bij de B1, daarna met de A1. Als je hem wisselde of op de bank liet starten, was hij de hele dag kwaad. In de A1 draaide hij dubbel op zondag; eerste bij het tweede en daarna door naar 1. Een goede voetballer met een geweldige mentaliteit. Dennis kon blijven gaan, was sterk en ook in de derde helft van de partij. Jammer voor ons is hij naar Nivo Sparta gegaan, maar ik verwacht en hoop hem binnenkort weer eens in het geel-blauw te zien.
  11. Opvallendste regioclub: Ik kan eigenlijk niet echt kiezen. Misschien Emplina zelf wel. Ik heb de club zien groeien van 500 naar 1400 leden. Van de 5e naar de 2e klasse en de selectiejeugdteams van de 2e klasse naar de landelijke divisies. Best knap dat ons dit lukt, want de vrijwilligers komen niet aanwaaien en veel van diezelfde mensen hebben nog steeds een Emplina-hart.
    Ik heb het gevoel dat het niveau steeds minder aan het worden is in Den Bosch. Wat opvalt is eigenlijk dat met name de dorpse clubjes het redelijk stabiel en vaak met eigen spelers doen. Bij de stadse clubs is dat helaas wisselvalliger.
    Ik ben overal altijd graag gekomen en blijven hangen in de derde helft. Of het nou bij BVV, Wilhelmina, RKJVV, OSC, DSC of BMC was, ik was er tot in de laatste uurtjes. Maar helaas zijn ook veel kantines niet meer zo gezellig als in mijn tijd. Wat dat betreft leeft het nergens ‘echt’ meer en blijven tegenstanders ook nooit meer hangen. Ook wij zelf steeds minder helaas, want op amateurniveau gaat het in mijn ogen toch ook echt om plezier, al is winnen voor mij heel belangrijk.
Foto: Henk van Esch

Eén gedachte over “Elf vragen aan… Sander Suurs

  • 20 december 2020 om 11:54
    Permalink

    Mooi stukje Sander, het is precies zoals je het verwoord hebt.
    Groetjes, Johan.

Geef een antwoord