‘Ik vond gewoon dat er iets moest gebeuren’

ZALTBOMMEL/ROSMALEN – Tegenwoordig kennen we Theo van Geffen natuurlijk als hoofdtrainer van Nemelaer. Maar in zijn jongere jaren was hij een begenadigd voetballer op de regionale amateurvelden. Als grillige aanvaller maakte hij furore bij onder meer OJC Rosmalen en Nivo Sparta. Onlangs vertelde hij ons een prachtige anekdote uit zijn tijd bij de Bommelse zaterdagclub.

Direct betrokkenen zullen het voorval waarschijnlijk nooit meer vergeten. Maar ook voor degene die destijds niet langs de lijn stond, is het een te leuk verhaal om niet nog eens af te stoffen. We gaan terug naar 2007, het jaar waarin Nivo Sparta debuteerde in de hoofdklasse, destijds het hoogste amateurniveau van het land. Van Geffen was aan zijn laatste loodjes als voetballer bezig, maar wilde dat seizoen nog graag meepikken.

Hij begon tegen Nunspeet, tijdens de tweede thuiswedstrijd, zoals het merendeel van dat seizoen op de bank. In de tweede helft besloot Theo uit zichzelf te gaan warmlopen. Hij maakte zich klaar en ging toen naar de trainer, om hem brutaal te vertellen dat ie er klaar voor was. “De andere wisselspelers vroegen nog wat ik ging doen, want de trainer had niets gezegd. Maar ik vond dat er iets moest gebeuren. Zéker nadat Nunspeet de 0-2 maakte en Randy van Heijnsbergen rood kreeg. Ik deed dus mijn jack uit, liep naar de trainer en vroeg wie er uit zou gaan. De jongens op de bank geloofden hun ogen niet.” Van Geffen mocht nog invallen ook. “Hoe ik dat voor elkaar heb gekregen? Waarom ie niet gewoon zei dat ik moest gaan zitten? Omdat we alsnog met 3-2 wonnen, dankzij de winnende goal van mij in de blessuretijd”, lacht Van Geffen nog maar een keer hardop als hij de anekdote uit de archiefkast haalt.

Gekkenhuis
“Het was de allereerste overwinning van Nivo Sparta op het allerhoogste amateurniveau. We speelden in een competitie met clubs als Spakenburg, IJsselmeervogels, Kozakken Boys, DOVO en Sparta Nijkerk. Het was na die late treffer natuurlijk gekkenhuis in Bommel. Ze hebben het er nu nog over. Ja, en ook over dat hilarische moment dat er aan vooraf ging.”

De trainer van dienst was destijds (en nu in naam opnieuw) Bert Ruijsch. “Daar had ik toen goed contact mee. Maar na dat voorval niet meer, haha. Nee, ik kan het nog altijd super goed vinden met Bert, ben laatst nog op visite geweest bij hem. Hij keek – toen ik me meldde na mijn warming-up – om en dacht ‘wat is dit nou’, maar wisselde gewoon. Na afloop werd er met geen woord over het voorval gerept. Het werd eigenlijk later pas onderwerp van gesprek. Op dat moment werd het gewoon doodgezwegen, deden we alsof het zo afgesproken was. Dan heeft niemand het daar over. Een slimmigheid van de coach. Bert had met veel kapiteins te maken en managede dat super.”

Geef een antwoord