Waar gebeurd: grote pietskoe

ROSMALEN – Toon van Uden is nog lang niet uitverteld. De voetballende hoogtijdagen liggen inmiddels achter de 54-jarige Rosmalenaar, maar met veel plezier en enthousiasme kijkt hij er nog steeds geregeld op terug. De anekdote van deze week begint, zoals vaker, op een doorsnee zaterdagavond.

“Vruuger, in munne tijd als aankomende topspits, was er discotheek de Goldfinger. Daarvoor was het nog de Toog in Nuland, maar ‘de Gold’ was bij uitstek mijn ideale voorbereiding op een potje voetbal op de zondagmiddag. Maar er waren uitzonderingen natuurlijk. Zoals een keer toen we thuis tegen het Someren van Karel Verdonkschot moesten. Die was groot, locht en had een geweldige pegel en een goede vrije trap.”

Zoals gebruikelijk in die tijd werd er op zaterdagavond om 21.00 uur verzameld voor de ‘ideale wedstrijdvoorbereiding’ van Van Uden. “We gingen altijd met onder andere mijn teamgenoot Lawrence Heijmans, een zeer getalenteerde middenvelder, en Jan van der Doelen uit de Kruisstraat. Allemaal gasten die net als ik wel van een fisje houwen. Wij dus naar de Gold, onderin bij de Zebrabar was onze vaste stek. Kontjes kijken waar je niet aan mocht komen. Die danseressen draaiden en draaiden met de heupen, ge werd er horendol en gruwelijk geil van.”

Niet zo’n jagers
Het avondje verliep zoals eigenlijk altijd. “Veel bier, baco en slappe klets”, vat Van Uden samen. “Jan en Lawrence waren niet zo’n jagers, zal ik maar zeggen. Die Van der Doelen moeste er op slaan, bij wijze van spreken. Ik liep wat meer rond en we gingen ergens anders staan. Ineens kwam ik plots in aanraking met een joint. Van wie, hoe en waarom is me op de dag van vandaag nog een raadsel, maar schijnbaar heb ik – terwijl ik tegen roken ben – een paar hijsen genomen. En toen ging dus de lamp definitief uit.”

Niet okselfris
Zondag vroeg in de middag werd er voor de wedstrijd verzameld bij OJC en hoorde Van Uden van alles waarvan hij zich niets meer kon herinneren. “Lawrence vroeg of het ging. Ik was op z’n zachts gezegd niet okselfris. Maar ik zei ‘ja, het was gezellig’, in de veronderstelling dat we met z’n allen tegelijk naar huis waren gegaan. Maar wat bleek, zij waren om 2 uur al vertrokken en het personeel had mij om 4 uur op munne fiets gezet en fikse duw gegeven richting huis. Ik heb daar na die hijsen blijkbaar twee uur lang als een debiel gewoon gestaan. Verders niks, helemaal alleen.”

Grote pietskoe
Er werd die middag ook nog gevoetbald, al had Van Uden daar in eerste instantie weinig oren naar. “Ik had echt fikse koppijn en een kater. Gelukkig kwam clubman Tien d’n Uitert naar me toe en die gaf me twee pilletjes. Hij zei tegen Ciric, onze trainer: ‘Het komt helemaal goed met ‘m.’ Maar Vladi wilde me reserve zetten, omdat ie het niet kon waarderen en zeker niet begrijpen. Ik was volgens hem een ‘grote pietskoe‘, zoals ie dat altijd zo mooi zei.”

Toch kwam alles goed, kan onze anekdoteverteller zich nog als de dag van gisteren herinneren: “We wonnen met 6-3 en ik maakte, net als Marco Korthals, 3 goals. En, ja hoor, ook Karel Verdonkschot maakte er 3. Al met al was het dus een geweldige voorbereiding, die vaak herhaald werd. Liefst zonder joint. En helaas vaak met wisselend resultaat.”

Geef een reactie