Terug in de tijd: Theo in Rossum (1)

ROSSUM – Theo van Geffen kende als voetballer, in de jaren ’90 en ’00, geweldige tijden bij onder meer Schijndel, Wilhelmina Boys, OJC Rosmalen en Nivo Sparta. Stuk voor stuk gerespecteerde clubs, die op aardig niveau actief waren. Maar drie achtereenvolgende seizoenen maakte de aanvaller zijn goals in de lagere regionen van het amateurvoetbal. Met het kleine Rossum bestormde hij tussen 2001 en 2004 de voetballadder. Van Geffen beleefde er drie ‘superjaren’, waarover hij graag vertelt.

“Ik was een half seizoen geblesseerd vanwege een hernia, maar tekende in de overige 2,5 jaar voor maar liefst 75 competitiedoelpunten”, begint de goaltjesdief van weleer trots. Jan Hooijmans, een championkweker die zelf ook in het eerste elftal voetbalde, zorgde ervoor dat Rossum zich flink versterkte. Bert Ruijsch werd trainer en nam Van Geffen mee. “Eerst had ie dat al gedaan naar Wilhelmina Boys en later ging ik nog mee naar Nivo Sparta.” De club reeg de overwinningen aaneen en promoveerde in korte tijd van de 5e naar de 2e klasse. Naast Van Geffen voegden indertijd ook spelers als Peter Netten, Erik Meulendijk, William van Overbeek, Richard Stricker, Mark Damen en Karel Bouman zich bij de spelersgroep. “De meesten kwamen erbij in het laatste jaar. Dat was teveel van het goede en liep uiteindelijk fout”, kan Van Geffen zich nog goed herinneren.

Maar genoten heeft hij van zijn tijd in Rossum. “Na de wedstrijd zat de kantine altijd tot een uur of 9 à 10 vol, met regelmatig een optreden van plaatselijk zanger Ferdi Hamilton of Rob van Daal, die bevriend was met Gert en Tonnie, het stel wat de kantine runde. Zij beheerden ook De Parel, het dorpshuis van Rossum, en daar was altijd de wedstrijdbespreking. Verse soep, uiteraard met champignons, en van de plaatselijke bakker kregen we bij winst warme, verse, luxe broodjes. Hadden we verloren, dan was het de week erop gewoon bruin of wit brood. We hebben bijna drie jaar lang luxe broodjes op.”

(klik voor grotere versie)

Hansie Hansie
Het hoogste amateurniveau was het zeker niet, maar desondanks gingen de spelers van Rossum naar de uitwedstrijden met een busje. “Alles was super geregeld, het was één grote familie”, weet Van Geffen nog. “Onze verzorger – Leen Verhoekx, inmiddels helaas overleden – was misschien wel de grootste clubman. Die deed alles voor ons. We kregen door hem zelf geplukte appels en peren mee en hij deed een betonnen wals achter zijn luxe autootje om het veld gelijk te maken, ongekend.”

De grote concurrent was steevast Ophemert. “Van Hansie Hansie. Zij promoveerden, met onder meer John de Bever, Pascal Langenhuijzen, Gert van Hanegem (de zoon van, red.) en Bossche doelman Edwin Verdonk in de gelederen, ook ieder jaar. Via de nacompetitie, want wij werden kampioen. Kraay was daar, samen met Piet de Kruif, toen trainer. Hij zei in onze laatste ontmoeting dat hij nooit meer tegen mij wilde spelen. Ik scoorde te vaak naar zijn zin, haha. Niet lang daarna belde hij me en hadden we in hotel Vught een gesprek. Hij wilde me overhalen om naar Lienden te komen en zei: ‘Ik speel niet meer tégen jou, dus pak ik je er zelf bij.’ Uiteindelijk heb ik het niet gedaan, maar ben ik na Rossum terug naar OJC gegaan.”

Van Geffen heeft nog veel meer te vertellen over zijn tijd als speler van Rossum. Later deze week deel 2 van die belevenissen.

Geef een antwoord