Waar gebeurd: mee met de A1

ROSMALEN – In het eerste elftal scoorde hij later aan de lopende band, maar in de jeugd van OJC was Toon van Uden opvallend genoeg helemaal niet zo’n groot talent. Pas op latere leeftijd werd zijn scorend vermogen op waarde geschat. Al was hij daar natuurlijk ook zelf debet aan…

“Ik begon in de C7 en speelde daarna respectievelijk in de C6, B3 en B2. Daar werd ik meteen in de voorbereiding naar de B1 gehaald door Jo van Alebeek, die zag wel wat in me. Daarna was het twee jaar de A2. Een leuk elftal hoor, met onder meer Sjef Heijmans, Wilco Voets, Wilco Rovers, Dennis Tjon, Frank Peperkamp en Edwin van Meel en twee geweldige gasten – Jos van ‘t Root en Jos Voets – als trainer.”

Natuurlijk was Toon de topschutter van het elftal. “Ik maakte er in het eerste jaar heel veel, ik dacht rond de 30. En geheel volgens traditie werd ik in het volgende seizoen door Tonnie van Pinxteren, de trainer van de A1, gevraagd om een keer mee te gaan met hun. De A1 speelde toen toch in de koningsklasse van het jeugdvoetbal. De hoofdklasse op zondagochtend, tegen allemaal betaald voetbalclubs. Wie wilde daar nou niet in spelen? Ik dus mee, voor de zoveelste keer, maar ik wist eigenlijk toch al dat ik geen echte kans kreeg. Of gewoonweg nog niet goed genoeg was, dat kon ook.”

Frikandellen speciaal
Toon en de trainer, een echte clubman die zelf ook jarenlang in het eerste elftal voetbalde, lagen elkaar niet. “We waren geen fan van elkaar, nee. Ik zat ook wederom op de bank, bij die wedstrijd waarvoor ik was gevraagd. Daar had ik ergens wel, maar eigenlijk ook geen begrip voor. Ik was er sowieso wel klaar mee. Toen mijn vader naast de dug-out kwam staan en vroeg hoe en wat, antwoordde ik dus geïrriteerd. Hij vroeg of ik ook honger had en ik zei ja. Daarna kwam de vraag of ik iets van de friettent lustte. ‘Doe maar twee frikandellen speciaal en een friet speciaal’, zei ik. Die heb ik toen heerlijk op staan eten, naast de bank waarop de reservespelers en Tonnie zaten. Ik was helemaal klaar met de A1, mij hoefde hij nooit meer te vragen. Het was misschien een aparte manier om dat duidelijk te maken, maar ik kon in de A1 gewoon nooit mijn draai vinden. Ik vond het niks toentertijd.”

Een gewaagde keuze, maar die legde Toon geen windeieren. “In dat jaar heb ik 49 doelpunten gemaakt in de A2 en veul schik gehad. De rest daarna is bekend. Ik had de grootste springplank naar het 1e niet nodig. Ik dacht, ik kom er wel, haha. Of de verhouding met Tonnie nog goed is gekomen? Niet echt. We hadden wel respect voor elkaars kunnen, maar hebben het nooit uitgesproken. Hij heeft me dat betreffende seizoen nog een keer gevraagd, maar ik vond het bij Jos en Jos prettiger. We hadden vruuger met de A2 een heel dik elftal. Zeker in mijn tweede jaar had de A1 daar destijds echt schrik van.”

Geef een antwoord