Elf vragen aan… Niels Oltmans

AMMERZODEN – Een van de sloten op de deur bij Jan van Arckel is Niels Oltmans. De geblokte verdediger vertelt in ‘Elf vragen aan…’ over slidings zonder schaafwonden, een halve omhaal op weg naar een periodetitel en promotie, een record-rode kaart en ‘de Tutters’. 

Naam: Niels Oltmans.
Geboren: 13 augustus 1997 in ‘s-Hertogenbosch.
Club: Jan van Arckel.
Positie: Centrale verdediger.
Dagelijks leven: Al mijn hele leven woon ik in Ammerzoden en als het en mij ligt blijft dat zo. Ik ben verkoper/vertegenwoordiger bij De Schans in Hedel en hou ook wel van een gezellig feestje of iets leuks doen met mijn vriendin, vrienden en familie. Een echte levensgenieter kan je wel zeggen.

  1. Sterke/zwakste punt: Mijn sterkste punt is het 1 op 1-duel. Ik kan mezelf goed vastbijten in een tegenstander. In het verleden liep ik daar nog wel eens wat kaarten mee op, maar dat is de laatste jaren toch wel verbeterd. Dat is dan ook wel meteen een zwakke plek. Ik kan slecht tegen mijn verlies en mezelf daardoor nog wel eens laten gaan.
  2. Kunst- of natuurgras: Natuurlijk gaat er niks boven een echte grasmat, vooral als het dan ook nog een beetje nat is. Dan rolt de bal lekker snel en kun je een sliding maken zonder schaafwonden op te lopen. Maar dat is meer een illusie voor de gemiddelde amateurclub. Daarom is kunstgras wel een goed alternatief, dan kan er altijd gevoetbald worden. Maar mijn voorkeur gaat toch wel uit naar natuurgras.
  3. Kleur voetbalschoenen: Dat maakt me eigenlijk niet zo veel uit. Ik kies wel altijd voor Adidas en dan is het meestal maar de vraag welke er zijn in maatje 46/47…. Momenteel heb ik witte.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Dat is natuurlijk het rood-wit van de ‘Jantjes’. En dan moet ik ook wel zeggen dat ik vind dat we bij Jan van Arckel een heel net sportpark hebben, wat er altijd gelikt uit ziet.
  5. Mooiste voetbalmoment: Dat is niet zo moeilijk, haha. Dat is mijn winnende goal, uit bij MOSA! We moesten die wedstrijd minimaal gelijkspelen om kans te maken op een periodetitel. Het was 1-0 voor MOSA, met nog een paar minuten te spelen. Trainer Bartje (Goesten, red.) stuurde me naar voren om wat te forceren en op een gegeven moment kregen we een vrije trap. Niek (van den Anker, red.) gooide de bal voor de pot en met een soort halve omhaal werkte ik de bal tegen de touwen. Daardoor speelden we gelijk en pakten we de periode, waarmee we uiteindelijk ook nog promoveerden dat jaar.
  6. Dieptepunt/grootste blunder: Ik word nog vaak ergens aan herinnerd door mijn ploeggenoten en daar kan ik inmiddels eigenlijk ook wel om lachen. In een wedstrijd uit bij Orthen stonden we halverwege al met 3-0 achter. Ik zat op de bank en moest in de rust gaan warmlopen. In de kleedkamer kregen mijn ploeggenoten te horen dat ze het maar beperkt moesten houden en vooral geen domme, onnodige kaarten op moesten lopen. Maar je raadt het al: vijf minuten na rust werd ik ingebracht en bij het eerste beste duel liep ik gelijk tegen een rode kaart op. Ik kon letterlijk van de ene kant van de dug-out weer oversteken naar de kleedkamer om te gaan douchen.
  7. Opvallendste teamgenoot: Dan kies ik voor onze teamleider Marie Verlouw, ook wel bekend als de ‘Tutters’. Hij is al sinds ik me kan herinneren betrokken bij het eerste en heeft daardoor echt van alles al meegemaakt. Daar komen vaak de mooiste verhalen van. Hij is een echte sfeermaker én bewaker.
  8. Voetbalhumor: We hebben een keer, toen we nog in de A speelden, met wat jongens bier in de bidons gedaan. Het was wel tijdens een training, aan het einde van het seizoen, dus de meesten konden er wel om lachen. Vooral de kleedkamerhumor is het mooiste wat er is. Dat heb ik ook wel echt gemist de afgelopen coronaperiode.
  9. Wat wil je nog bereiken: Met Jan van Arckel nog een keer in de 3e klasse spelen. Dat wordt zeker lastig, maar is niet onhaalbaar. We hebben al een tijd een vaste selectie en de afgelopen jaren ook wat meer ervaring opgebouwd. Er komen ook weer wat goede jeugdspelers bij en hopelijk komen er in de loop van tijd ook nog wat voetbalvrienden – die nu nog in hogere klassen actief zijn – terug naar de ‘Jantjes’. Dan kunnen we zeker mee gaan doen.
  10. Beste speler uit de regio: Simon van Zeelst. Die heeft in de jeugd van Jan van Arckel gevoetbald en is toen gescout door RKC/Willem II. In de coronaperiode trainde hij zo nu en dan eens met ons mee om fit te blijven. Ja, dan zie je wel dat die op het hoogste niveau in Nederland heeft gevoetbald. Dan lijkt voetbal ineens erg makkelijk.
  11. Opvallendste regioclub: Dat is lastig te zeggen op dit moment. Er is natuurlijk al dik een jaar niet gevoetbald. Maar dan moeten wij met Jan van Arckel maar een opvallend team worden komend seizoen. We moeten voor minimaal een periodetitel mee gaan doen. Ik heb in ieder geval zin om weer wedstrijden te voetballen met publiek, waarin het ergens om draait.
Foto: Frank van Engelen

Geef een antwoord