Waar gebeurd: zelfs Vloet spoort niet

ROSMALEN – Voor Wiljan Vloet hebben zowel Theo van Geffen als Toon van Uden veel respect. “De beste totale trainer die ik heb meegemaakt”, vindt Toon zelfs. Toch waren ze het lang niet altijd eens met de latere eredivisietrainer, namen ze ook hem af en toe op de hak en gingen ze tegen hem in. Een aantal anekdotes uit vervlogen tijden onderschrijven dat.

Een keer zei Vloet in de rust tegen Toon dat hij wat vaker van kant moest wisselen. “Jij op rechts, Theo op links, meer variatie.” Maar daar dácht Toon nog niet eens over na. “Bekijk het maar”, zei hij doodleuk. “Ik heb die gast in mijn zakken, dus blijf mooi op links staan.” Zelfs Vloet spoorde volgens het duo soms niet.

Respect voor de coach was er zeker, maar af en toe konden de spelers het niet laten om wat kwajongensstreken uit te halen. “Tijdens een bespreking had Frank Brands een keer een grote lul op bord getekend en daar flapovers overheen gehangen”, weet Theo nog goed. “De Vloet was uitleg aan het geven op het bord, maar dat scheen door, dus hij was constant over die lul aan het wrijven. Hij onderbrak zijn bespreking om te vragen waarom wij zaten te gieren. De Brands ging stuk en wij ook.”

In de lucht
Flauw humor, dat konden en kunnen de twee wel waarderen. Zo ook een keer uit bij Sint Michielsgestel. “Ad Sluijter keepte daar, Ronnie Bal en nog zo’n andere ervaren gast stonden samen achterin. Toon en ik liepen wat te kloten. Het lukte allemaal niet echt. Het bleef lang gelijk, maar toen zei ik op het veld: Hey Toon, zie jij hem? Toon reageerde: Wat dan? Ik weer: Zie jij hem hangen? Toon: Jazeker, ik zie hem. Je zag die gasten kijken. Die dachten: wat is dit nou weer? En wij nog een keer er bovenop: ik zie hem. Er hangt er eentje in de lucht. Binnen een paar minuten lag het balletje in het netje en liepen we langs die gasten: Had je op moeten letten. We zeiden het nog, er hing er eentje in de lucht. Geweldig toch?”

Wat Toon minder geweldig vond, was dat hij een keer op de bank terecht kwam. “Vloet wou me disciplinair straffen. Ik was weer eens stout geweest, of scoorde een paar weken niet, dus moest ik aangepakt worden. Kijk, Vloet gaf je vertrouwen, maar dat moest je niet misbruiken. Dan kon je gaan zitten. Ik was boos jonge. Ik weet het nog goed, het was tegen Volharding en halverwege de tweede helft stond het 1-1. Ik kon het niet meer aanzien. Ik ben uit de dug-out opgestaan, naar Vloet gelopen en zei: haal Carl (van der Plas, red.) er maar af, ik ga erin. Hij deed het nog ook en het werd alsnog 5-1. Drie doelpunten van Theo, allemaal na een assist van mij, en zelf maakte ik er ook nog eentje.”

Wc-bezoek
Eén keer ging het pas écht mis. En dat was eigenlijk niet eens de bedoeling. “We zaten wat te kaarten en te zuipen bij zo’n verre reis naar huis”, steekt Van Geffen nog een keer van wal. “Toon zat met zijn rug naar de wc toen er iemand in de bus ging pissen. Ik riep: Toon, Toon, Frans zit op de wc, deur dicht! Dus Toon ging met zijn voeten tegen de stoel en zijn lijf tegen de wc-deur hangen, zodat die niet meer open kon. Door een kier van de deur kiepte Toon nog wat van zijn fles bier de wc in, terwijl we in de wc Frans – onze grensrechter – steeds bozer hoorden worden. Toen Toon de deur na een tijdje weer los liet, kwam alleen niet Frans eruit, maar Wiljan Vloet… Hij had een vuurrood hoofd en er kwam stoom uit zijn oren. Dat was oorlog. ‘Jullie komen er dinsdag wel achter”, riep hij nog. En jawel hoor, dinsdag geen bal aangeraakt en alleen maar gelopen.”

Geef een antwoord