Waar gebeurd: auto van de trainer

DEN BOSCH – Voetbalhumor is van alle tijden. Waar we in deze rubriek meestal graven in het verleden, gebeurt er ook in het hedendaagse amateurvoetbal gelukkig nog genoeg om om te lachen. Matthew Vos vertelde ons bijvoorbeeld een mooie anekdote over de auto van zijn toenmalige trainer Hennie van Ooijen. “

We gaan terug naar 2017-2018, het laatste seizoen waarin Wilhelmina in de 3e klasse speelde. “Ondanks de degradatie was dat binnen de spelersgroep een gezellig jaar”, weet Vos nog precies. “Sportief helaas niet, ook voor mij zelf niet. Voor de winterstop raakte ik, tegen Real Lunet, geblesseerd aan mijn enkel. Bandjes gescheurd. Maar de tweede competitiehelft wilde ik er weer staan.”

De hervatting van het seizoen verliep alleen niet helemaal volgens plan, zo vertelt de verdediger verder: “De eerste wedstrijd na de winterstop speelden we vriendschappelijk tegen RKTVC. De avond ervoor belde Sjeffie van Esch me: ‘Vos, ga je mee uit eten?’ Ik zei nog: ‘Ja, is goed, maar we gaan niet op stap, want ik moet een beetje fit zijn morgen.’ Een andere vriend, die ook mee was, zat alleen aan de Chardonnay en ik vond dat ook wel lekker en ging dus meedrinken. Na twee flessen waren we zo zat als een aap en zijn we alsnog naar het Hart gegaan. Veel bekenden, borreltje hier, borreltje daar. Ik had het weer naar m’n zin zoals altijd.”

Op weg naar huis – omdat een paar dames thuisgebracht moesten worden – ging het echter mis. “Mijn fiets stond bij Sjeffie. Onderweg daar naartoe kwamen we de auto van de trainer tegen, want die woonden allebei in de stad. Zegt Sjeffie, geloof ik: ‘Kom, we maken een foto bij de auto. Maar ik, natuurlijk zo zat als een aap, klom meteen die auto op met m’n stomme kop. Een gele Fiat 500, ik weet het nog goed. Sta ik op die auto, zak ik toch door dat dak heen! Ik voelde me meteen helemaal klote natuurlijk. De rest schrok, maar moest keihard lachen.”

Zuignap
Vos wilde dat rotgevoel zo snel mogelijk kwijtraken en daarvoor zag hij maar één remedie: “Toen we die meiden hadden afgezet, zei ik tegen de Sjef: nu moeten we op stap ook. We gingen terug, schroefden heel ons kop eraf in de kroeg en ik bleef bij Sjeffie slapen. Toen ik wakker werd – met een kater, niet normaal – zat meteen in m’n achterhoofd dat ik die wagen had gesloopt… Beneden stond de moeder van Sjeffie in de keuken. Ze keek me aan en vroeg me: ‘Jungske, wa ist? Wa kekte moeilijk?’ Daar antwoordde ik op met de vraag: ‘Euh, heb jij een zuignap?’ Haar logische reactie was: ‘Een zuignap, hoezo dat dan?’ Toen ik uitlegde dat ik straalbezopen over de wagen van de trainer was gelopen, kon ze alleen nog maar lachen.”

Mét zuignap in de voetbaltas werd even later koers gezet richting Wilhelmina. “Ik keek op de parkeerplaats naar die wagen en zag een deuk van 60 bij 60 centimeter in dat dak… Extra zuur, met m’n katerhoofd, naar binnen dus. De trainer wist natuurlijk weer hoe laat het was en zei: ‘Was weer gezellig gisteren, hè.’ Ik gaf geen antwoord, maar hij pakte meteen z’n telefoon om me foto’s van z’n auto te laten zien. ‘Kijk dan, een of andere malloot heeft over m’n wagen heen gelopen vannacht.’ Ik kon niks anders dan zeggen: ‘Dat meen je niet! Echt niet normaal.’ Ik voelde me echt kut, want Hennie is gewoon een goeie vent, klaar.”

Bij vertrek naar Tiel wachtte Vos expres tot iedereen weggereden was. “Ik die zuignap gepakt en trekken aan dat dak, maar ik kreeg er geen enkele beweging in. Bartje van Schijndel kwam toen naar buiten. Die moet keihard lachen. ‘Wa bende gij nou aan het doen?’, op z’n Maren-Kessels. Ik hem het verhaal verteld. Die jongen heeft me de hele dag uitgelachen… Jordey van Ham had ik het ook al verteld en in de kleedkamer kreeg die de foto’s van Hennie te zien. Hij zei daarna: ‘Maat, jij bent echt de lul als ie dit te weten komt. Hij wil het uit gaan zoeken wie het heeft gedaan, met camerabeelden enzo.’ Er schoot me meteen te binnen dat Van Ooijen mij daar op z’n wagen zou zien staan. Wijn is fijn, hè.”

Opbiechten
Na de wedstrijd besloot Vos om het verhaal op te gaan biechten. “Toen ik hem belde zei ie dat ie naar Tante Pietje ging. ‘Kom daar maar naartoe, dan kun je gelijk doorgaan met waar je gister mee geëindigd bent’, lachte hij. Maar ik zei dat ik dat maar niet deed en eraan kwam, naar zijn huis. Met knikkende knietjes naar binnen, maar Hennie dacht dat ik voor iets heel anders kan. ‘Matth, ik weet dat je gezopen hebt, maar dat moet je niet meer doen, ik heb daar geen zin in’, zei ie. Toen ik zei dat het dat niet was, ging er een lichtje branden bij de trainer. ‘Hedde gij mijn auto gemold? Hoe kunde zo stom zijn?!’ Hij werd wel even kwaad, maar ineens begon hij te lachen. ‘Dat wordt betalen pikkie. Dat kost denk ik wel 1500 tot 2000 euro’, overdreef hij. Ik zag m’n carnaval, wat er bijna aan kwam, al helemaal in duigen vallen en vroeg of ik dat ook stapje voor stapje kon betalen. Hij zo: ‘Nee, nee, dan kunde gij ook stapje voor stap op stap.’ Sjeffie hield het niet meer en barste in lachen uit.”

Na een tijdje zei Van Ooijen dat Vos hem 600 euro moest betalen. “Daar baalde ik van. Bij de eerstvolgende training ging het keislecht. Maar na de training zei Hennie: “Ah joh, doe maar 150 euro.’ Ik helemaal blij dat het toch nog meeviel. Ik heb alles natuurlijk netjes betaald en uiteindelijk hebben we er samen keihard om gelachen. De vrouw van Hennie mocht me gelukkig ook wel. Alleen deed ze net of ze me een tijd negeerde, omdat ik haar Fiatje had gemold.”

Geef een antwoord