Elf vragen aan… Jordy Broks

SCHIJNDEL – Een ideale schoonzoon is Jordy Broks allesbehalve. De linker centrale verdediger van RKSV Schijndel vormt samen met Thomas-Jan van Raaij, volgens eigen zeggen, het duo ‘hakken & zagen’. Hij is tegelijkertijd sfeermaker in de kleedkamer, maar ook de voorstopper die aanvallers anderhalf uur het leven zuur maakt. Het kostte wat moeite om zijn antwoorden voor onze rubriek te verzamelen, maar de aanhouder wint… En dan hedde ôk wa!

Naam: Jordy Broks.
Geboren: 22 maart 1995 in Schijndel. Ik heb een paar jaar van mijn jeugd in Sint Oedenrode gewoond, maar ben al 20 Schijndelnaar. Daar woon ik nu ook nog steeds.
Club(s): Begonnen bij Rhode, maar na één jaar (toen ik voortaan wist aan welke kant ik moest scoren en dat de bal rond was) ben ik naar Schijndel gegaan. Daar heb ik eigenlijk de hele jeugdopleiding doorlopen en speel ik nu inmiddels voor het 5e jaar in het eerste elftal.
Positie: Ik ben linksbenig en in de jeugd begonnen als linksvoor. Gaandeweg is dat gezakt naar linkshalf en de laatste jaren in de jeugdopleiding was ik linksback. Nu sta ik sinds 2,5 jaar links centraal achterin.
Dagelijks leven: Sinds een maandje of twee woon ik samen met mijn vriendin Juliette in Eerde, een plaatsje tussen Schijndel en Veghel. We zijn drie jaar samen, hebben nog geen kinderen en zijn niet getrouwd. Dat wil ik de komende jaren ook nog graag zo houden. Ik werk bij BAS Trucks, hemelsbreed 300 meter van mijn woning, waar ik verantwoordelijk ben voor de inkopen van gebruikte busjes, trucks, opleggers en bouwmachines binnen Nederland.

  1. Sterkste/zwakste punt: Ik denk dat mijn inspeelpass een sterk punt is en dat ik nooit opgeef binnen de lijnen. Op de training wel eens ooit, maar bij een wedstrijd echt nooit. Mijn zwakste punt is denk ik mijn slechte been. Ik speel bij wijze van nog liever een bal met buitenkant links, dan dat ik hem met mijn rechter binnenkant voet inspeel.
  2. Kunst- of natuurgras: Er gaat niks boven een strakke grasmat. Zeker nu, aan het begin van het seizoen, zijn alle (of ja, de meeste) hoofdvelden lekker strak. Bij ons ook, ja.
  3. Kleur voetbalschoenen: Ik koop altijd aan het begin van ieder seizoen een nieuw setje met pinnen en eentje met kunststof noppen. Normaal ben ik niet vies van een fel kleurtje, maar dit keer heb ik een paar helemaal zwart en een helemaal wit.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Het mooiste tenue bij ons in de regio vind ik echt ons nieuwe uittenue. Fel oranje shirt, met een donkerblauwe broek en donkerblauwe sokken, met fel oranje accenten. Verder vind ik het hoofdveld, in combinatie met de tribune en kantine, bij Brabantia wel echt heel mooi en strak. En niet omdat ik zelf bij Schijndel speel, maar wij hebben zelf ook echt een mooi complex, met een mooi hoofdveld.
  5. Mooiste voetbalmoment: Dan ga ik voor het kampioenschap in de B1, wat in de laatste wedstrijd van het seizoen nog beslist moest worden. In de senioren heb ik – zoals de meesten waarschijnlijk wel weten – helaas nog niet zoveel mooie voetbalmomenten meegemaakt. Wordt tijd om weer eens voor de prijzen te gaan spelen op het Zuideinderpark.
  6. Dieptepunt/grootste blunder: Mijn grootste dieptepunt is toch wel echt met afstand het voor de derde keer op rij degraderen met het eerste elftal van Schijndel. Ik kwam erbij toen er nog hoofdklasse werd gespeeld, maar we kelderden toen hard naar beneden. Daarnaast is een heel groot dieptepunt het afscheuren van mijn kruisband, in 2017, aan het begin van het seizoen uit bij v.v. Handel. Ik lag er alles bij elkaar een jaar uit en toen ik weer hersteld was, begon de corona waardoor we lang stil hebben gelegen.
  7. Opvallendste teamgenoot: Ik moet zeggen dat we wel echt een leuk team hebben, met allemaal spelers die stuk voor stuk iets voor elkaar over hebben. Helaas mag ik mezelf voortaan een van de oudsten noemen, maar als ik moet kiezen met wie ik het meeste optrek, dan zijn dat toch wel Stan Guns en Brent Blummel. Mijn favoriete eikeltjes, noem ik ze altijd. Die twee kunnen overigens ook echt goed voetballen en ooit ook het verschil maken. De meest bijzondere teamgenoot is Marc Onwezen. Daar kan ik een heel boek over schrijven, in positieve zin. Daar daar krijg je simpelweg geen tweede van gevonden.
  8. Voetbalhumor: Ik kan zo gauw geen mooie anekdote bedenken. We hebben zoveel mooie dingen mee gemaakt, maar de kantine-avondjes na de derby tegen Avanti spannen toch wel de kroon. Dat is zowel bij Avanti als bij ons altijd een groot feest. En tijdens het jaarlijkse trainingskamp naar Spanje maken we ook echt een hoop mooie dingen mee. Vorig jaar kon het helaas niet doorgaan, maar dat gaan we dit jaar dubbel en dwars inhalen.
  9. Wat wil je nog bereiken: Het wordt tijd dat we na al die jaren eens prijzen gaan pakken bij RKSV Schijndel. De afspraken bij ons zijn duidelijk, het geheel steekt goed in elkaar. We hebben ook weer een prima voorbereiding gehad, het wordt tijd dat we onszelf eens gaan belonen met een promotie naar de 2e klasse.
  10. Beste speler uit de regio: Dat is Sven Blummel. Niet voor niets dat deze jongen nu betaald voetbal speelt. Toen ik vijf jaar geleden voor het eerst mee mocht trainen en zo nu en dan eens bij de wedstrijdselectie van het 1e elftal zat, speelde Schijndel nog hoofdklasse. Sven zat toen ook nog bij Schijndel en hij was op trainingen in partijvormen altijd mijn directe tegenstander. Dat was voor mij gewoon een straf, puur omdat ik het niet bij kon benen tegen hem.
  11. Opvallendste regioclub: Ik kijk nooit zo naar andere voetbalclubs, ik kijk altijd naar onszelf. Henry van Alebeek is drie jaar geleden bij ons begonnen als trainer en hij heeft een duidelijk visie, die hij ook overbrengt naar ons toe. Er zit een goede drive in en we hebben een jonge, fitte ploeg, die al voor drie jaar zo goed als bij elkaar is gebleven. De resultaten zijn goed, zoals ik eerder al zei het wordt tijd dat we onszelf gaan belonen dit seizoen.
Foto’s: Cees van Raaij

Geef een antwoord