Elf vragen aan… Erik Meulendijk

DEN BOSCH – Gooi een balletje op en Erik Meulendijk raakt niet uitgepraat over het amateurvoetbal en alles wat daar bij komt kijken. De 50-jarige regiotrainer loopt al jarenlang mee in het wereldje en is momenteel actief als hoofdcoach van eersteklasser Prinses Irene. Hij vertelt onder meer over zijn vriendengroep van vroeger, voormalig trainer Rinus Israël en excellerende aanvallers.

Naam: Erik Meulendijk. Mijn zusjes en ik worden ‘de Meultjes’ genoemd. Als we met z’n drieën zijn en iemand roep ‘hé Meul’, kijken we ook alle drie om.
Geboren: 29 november 1970 in de Kruiskamp, maar al snel verhuisd naar Geldermalsen en daarna Vught.
Club(s): Als trainer ben ik nu bezig aan mijn derde seizoen bij Prinses Irene uit Nistelrode. Hiervoor: BVV Den Bosch, RKVV Emplina, DSC Kerkdriel, RKC Waalwijk en FC Den Bosch.
Als 4/5-jarige – wat toen eigenlijk nog niet mocht, maar mijn pa was jeugdtrainer – ben ik zelf begonnen bij GVV Geldermalsen. Van mijn 6e tot 15e jaar gevoetbald bij Zwaluw VFC, daarna FC Den Bosch tot mijn 30e en toen OJC Rosmalen en v.v. Rossum.
Positie: Nu trainer/coach, maar als voetballer heb ik zo’n beetje op alle posities gespeeld, behalve aanvaller en keeper. Door mijn inzicht kon ik me snel aanpassen aan wat er op een positie werd gevraagd.

Dagelijks leven: Opgegroeid in Vught, maar al snel met Den Bosch verweven en daar ook naartoe verhuisd. Ik woon nu zo’n 20 jaar in Rosmalen, vlakbij het station, zodat we met 5 minuutjes in onze mooie, gezellige bourgondische stad zijn. Ik heb 4 kinderen: Dennis van 24, Lexy van 23, Bram van 18, Noortje van 17 en ben getrouwd met Marlous (Lousje). Ik noem mijzelf beweegcoach, ben eigenaar van Monkey Moves Den Bosch, Freerun073 en De Voetbalschool, en in de ochtenden werk ik nog bij Alliance Healthcare. Ik heb altijd van mijn hobby mijn werk kunnen maken. Ik hou ook van kaartspelletjes. Mijn vriendengroep uit Vught, vanuit de E-tjes van Zwaluw, komt – ondanks dat we nu her en der door Brabant en zelfs België wonen – nog één keer per maand bij elkaar voor een pokeravond.

  1. Sterkste/zwakste punt: Mijn sterkste punt is mijn inzicht. Zwak is dat ik als voetballer te bescheiden was. Altijd speelde ik in dienst van. Als trainer/coach denk ik dat ik er teveel vanuit ga dat mijn omgeving meteen ziet wat ik wil en waarom ik sommige dingen zeg of doe.
  2. Kunst- of natuurgras: Kunstgras, omdat er gewoonweg fijner op gevoetbald kan worden. Er zijn slechts 5 of 6 velden in heel het 073-gebied waar echt gewerkt wordt aan een mooi veld. Schijndel en Roda Boys bijvoorbeeld. Die terreinen zijn in eigen onderhoud, door vrijwilligers – echte liefhebbers. De gemeente krijgt zoiets nooit voor elkaar en dat zie je terug. Dat soort velden kunnen dus beter vervangen worden door kunstgras. Daar spelen wij bij Prinses Irene ook op. Maar wij zijn wel één van de weinigen die ook kunnen en mogen sproeien voor aanvang wedstrijd en in de rust en ons veld wordt ook als één van de weinige met zeer grote regelmaat geborsteld.
  3. Kleur voetbalschoenen: Zwart, nostalgie.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Het blauw-wit van FC Den Bosch zit uiteraard voor altijd in mijn hart. Het rood-wit van Zwaluw VFC zeer zeker ook. Het tenue van Argentinië blijf ik het mooiste tenue vinden.
  5. Mooiste voetbalmoment: De bekerfinale met FC Den Bosch is by far het mooiste. In een volle Kuip speelde ik ook nog eens een ijzersterke wedstrijd. De kampioenschappen en promoties met FC Den Bosch en in de jeugd bij Zwaluw VFC zijn ook allemaal onvergetelijk.
  6. Dieptepunt/grootste blunder: Het gedwongen vertrek bij FC Den Bosch vanwege weer eens te grote financiële zorgen. Dat had anders gekund en gemoeten. En dat ik te lang mee heb gedaan aan het prestige van clubs naar hun jeugdopleidingen. Plezier brengt kwaliteit. Investeer als BVO in randvoorwaarden voor de verenigingen in jouw regio en laat de spelers zich ontwikkelen in hun eigen omgeving, zonder de druk van het altijd moeten presteren.
  7. Opvallendste teamgenoot: Als je de verhalen leest van Toon en Theo op deze site, snap je dat daar gewoon niets boven kan. Er waren er door de jaren heen genoeg die af en toe in de buurt van hen kwamen met een (practical) joke, maar zij zijn en blijven baas boven baas. Daarnaast ook nog eens gewoon twee topgozers die heel aardig konden ballen.
  8. Voetbalhumor: Op trainingskamp was het altijd een strijd om na bedtijd ongezien buiten het hotel te komen. Wij dus met heel de groep in de lift, maar bij aankomst in de lobby bleek dat het trainerstrio daar op wacht zat. De lift was alleen zó vol dat één speler eruit viel. De liftdeur ging weer dicht en we zagen nog net dat die speler een koprol maakte, met zijn vinger vooruit en de tekst ‘good evening trainers‘ omhoog kwam en toen de trap weer op rende. Uiteindelijk hebben we taxi’s onder de balkons laten parkeren en zijn we via het dak toch op pad geweest.
    Nog eentje: in de tijd van het oude stadion De Vliert hadden we daags na de wedstrijd altijd een uitlooptraining. Een keer was dat uitlopen meteen na een uitwedstrijd, zodat we de dag daarna vrij hadden. Wij dus rennen rondom De Vliert, maar het was aardedonker. Toenmalig trainer Rinus Israël liep ook mee en Jan van Grinsven zoals gewoonlijk, met een behoorlijk tempo, voorop. Stopt die lange ineens. Hij deed net of ie over een hoge draad tussen twee paaltjes stapte. Die geintjes van Jan kenden wij uiteraard al. Allemaal stapten we over een niet-bestaande draad, altijd hopende dat iemand er toch – al was het maar voor even – intrapte. Toen we 100 meter verder omkeken, zagen we Israël allemaal in het luchtledige schoppen en grijpen naar een draad…. IJzeren Rinus is die draad nu nog aan het zoeken en liep uiteindelijk maar buiten de paaltjes om.
    Vooruit, de laatste: er kwamen ook spelers die in Den Bosch woonden op de fiets naar De Vliert. Op een dag waren ze met een hoogwerker de lichten in de lantaarnpalen aan het vervangen. Toen hebben we aan hen gevraagd om een fiets die tegen die lantaarnpaal aan stond naar boven te tillen en met het frame om die lantaarnpaal naar beneden te laten zakken. Vanuit het spelershome konden we precies zien hoe die speler probeerde om zijn fiets in eerste instantie op te tillen en daarna verbaasd keek hoe dit nu toch (on)mogelijk kon zijn. Bij de meeste verhalen moet je bij zijn geweest. Het is moeilijk te omschrijven hoe hilarisch het toen was.
  9. Wat wil je nog bereiken: Ik hoop nog lang actief te mogen blijven en mooie successen en even zoveel mooie derde helften te mogen beleven. Vijfenveertig minuten na de wedstrijd mag er in mijn bijzijn ook niet meer over de wedstrijd gesproken worden, maar moet er lol gemaakt worden. Op de eerstvolgende trainingsavond kijken we nog even terug, maar vooral weer vooruit.
  10. Beste speler uit de regio: Is Van Dijk de beste, of De Jong of Depay? Iedere positie brengt andere specifieke kwaliteiten met zich mee. In het oog springen natuurlijk de aanvallers, zoals de hier al vaker genoemde Younes Hadouir of Jesse Dibbets. Ook ik ben fan van hun spel, maar als trainer kijk ik toch ook vooral naar de waarde die verdedigers, middenvelders en keepers hebben voor een team. Daardoor kunnen die aanvallers excelleren.
  11. Opvallendste regioclub: Wat ik mooi vind, is als verenigingen een hoog vrijwillig kader én hun eigen identiteit behouden. Als ze binnen hun gemeenschap in de wijk of het dorp een toegevoegde waarde hebben, met voetbal als verbindende factor. Prinses Irene is zo’n club en ik draag daar heel graag mijn steentje aan bij.
    Door corona wordt dit eigenlijk pas mijn eerste echte seizoen. Hopelijk dan. Iedere keer was het weer opnieuw opstarten, met elk jaar het vertrek van een aantal belangrijke spelers. Nu is ook aanvoerder Gijs van Erp weer weggevallen. We zijn daardoor met een erg jonge en talentvolle groep weer een mooie uitdaging aangegaan. Een aantal gaat de rollen van de bepalende spelers zonder twijfel overnemen.

Geef een antwoord