Dennis van Nistelrooij, spits van SCG’18

SINT MICHIELSGESTEL – Voor het derde jaar verdedigt Dennis van Nistelrooij de kleuren van SCG’18. Hij is er op zijn plek, heeft het goed naar zijn zin. “Mooi clubje”, zegt ie, als we vragen naar zijn eerste ingeving wanneer hij aan de Gestelse voetbalvereniging denkt. “We hebben ook een leuk team, alleen is het allemaal nog jong.” Een interview met de puntspeler van de derdeklasser.

Als jonge twintiger voetbalde Van Nistelrooij – bij Real Lunet – met veel spelers die van een hoger niveau kwamen. “Daar heb ik veel van geleerd”, zegt hij. “Ik kwam alleen niet heel veel aan voetballen toe, omdat Jaouad (Chraou, red.) voor mij stond.” Hij besloot na enkele jaren te kiezen voor een overstap naar SCG. “Waarom die club? Omdat dat toch een beetje vertrouwd was. Ik kom uit Vught en heb in de jeugd bij Zwaluw gevoetbald, maar vóór Real speelde ik bij SCI, een van de twee voorlopers van SCG. En ik heb ook altijd op school gezeten in Gestel, dus ik ken daar aardig wat jongens.”

Bergafwaarts
Zo doeltreffend als zijn illustere naamgenoot ooit was bij PSV, Manchester United en Real Madrid, zo mager is de doelpuntenproductie van déze Van Nistelrooij in Gestelse dienst vooralsnog. Vorig jaar maakte hij één competitiegoal en in zijn eerste seizoen waren het er vier. Tijdens de voorbereiding en eerste bekerronde van deze jaargang schoot de lange aanvaller ze wél makkelijk binnen. “Heerlijk voor een spits”, zegt hij. “Tegen Haarsteeg pikte ik drie goaltjes mee en we waren door in de beker. De start van de competitie was voor het team ook goed, maar voor mij minder. Meteen in de eerste competitiewedstrijd raakte ik geblesseerd aan m’n enkel en daardoor miste ik drie of vier wedstrijden. Tegen Zwaluw was ik er weer bij, maar vanaf toen ging het met de resultaten eigenlijk bergafwaarts. Het was moeilijk terugkomen, met die kutblessure.”

Bij zijn rentree al helemaal, omdat Van Nistelrooij tegen de volgens hem ‘beste verdediger van de competitie’ stond.  “Olaf van Berkel, niet normaal. Ja, het is een maat van mij, maar ons hele team had het erover.” Zijn voormalige club ziet hij als grote titelkandidaat: “Samen met Avanti en Schijndel. Onze concurrenten? BMC, DVG en Alem, denk ik. Vooral DVG is altijd lastig. Ik hoop niet dat we tegen degradatie moeten gaan strijden, maar we zijn flink gezakt op de ranglijst.”

Leuke duels
SCG moet de middenmoot zeker aan kunnen, vertelt de spits verder: “Waarom we daar niet staan dan? We hebben gewoon een jonge ploeg. Je merkt dat we als team aan het groeien zijn en daar ben ik onderdeel van. De afgelopen jaren hebben we best veel wisselingen gehad qua spelers. Met Ritchie (van Ooijen, red.) en Rick (van Pinxten, red.), de opa’s, hebben we twee jongens die veel rust bewaren. En Abel Gersjes staat achterin, dat is echt een beest. Levert leuke duels op tijdens de training.”

Met zijn 25 jaar zit Van Nistelrooij dicht tegen de ouderen aan. Zoals bij meer clubs heeft er de laatste jaren veel verjonging plaatsgevonden op sportpark Zegenwerp. “Er komt alleen weinig tot niks aan jeugd door”, ziet de stukadoor. “Ze willen tegenwoordig allemaal op zaterdag voetballen.” Zelf is hij het voetballen in het eerste elftal nog lang niet beu. Zoals het er nu uit ziet, denkt hij voorlopig wel te blijven hangen in Sint Michielsgestel. “Het is alleen kut dat het nu stil ligt. Hopelijk is alles snel weer een beetje normaal, maar ik ben er bang voor.”

Foto: schijndel-online.nl

Geef een antwoord