Elf vragen aan… Sonny Cayaux

ROSMALEN – Sonny Cayaux (bijna 33), aanvaller van Maliskamp, over een drieling in de jeugd van NEC, een dubbele panna geven, een gebroken enkel, ‘laat die bal liggen’ en de aanvoerder wat meer bedienen.

Naam: Sonny (Aron) Cayaux, vernoemd naar Ajax-spelers Sonny Silooy en Aron Winter.
Geboren: Op 12 augustus 1989 in ‘s-Hertogenbosch.
Club(s): Boxtel, Wilhelmina, NEC, Quick 1888, OJC Rosmalen, FC Drunen en tegenwoordig Maliskamp.
Positie: Ik draag rugnummer 10, maar mijn positie is meestal linksbuiten. Ik kan op meerdere posities spelen en ik heb ze ook bijna allemaal gehad. De laatste jaren speel ik als linksbuiten en spits. 
Dagelijks leven: Ik ben er eentje van een drieling, woonachtig in Den Bosch Zuid, heb geen relatie en mijn favoriete club is Ajax.

  1. Sterkste/zwakste punt: Ik moet het hebben van mijn techniek en snelheid. Dus aannemen, spelen, door bewegen. Lopende spelers zijn moeilijk te verdedigen. Mijn meest vervelende punt is ‘positief coachen’. Ik coach mijn teamgenoten teveel, haha. Ik scheld ze niet uit, hoor. En het is goed bedoeld allemaal, maar soms is het teveel. Met een vrije trap tegen, hoor je de bal bijvoorbeeld te laten liggen. Als een van mijn teamgenoten hem meeneemt, dan coach ik: laat die bal liggen! Je kunt je dan beter focussen op de volgende situatie. De tegenstander is trouwens altijd erg dankbaar als je de bal een paar meters dichter bij het doel legt.
  2. Kunst- of natuurgras: Een mooie strakke grasmat. De meeste voetbalvelden zijn echter al gauw versleten. Dan is kunstgras een heel fijn alternatief, ook voor in de winter, maar dat hebben we bij Maliskamp niet.
  3. Kleur voetbalschoenen: Zwarte voetbalschoenen staan altijd netjes. Gekleurde kunnen wel, maar alleen als ze dezelfde kleur hebben als de wedstrijdsokken.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Het thuistenue van Maliskamp. Rood vind ik een mooie kleur. Het heeft wat weg van het thuistenue van Ajax. Ook bij het mooiste sportpark kies ik voor mijn huidige club. Eerlijk is eerlijk, het is allemaal niet nieuw meer. Bij andere verenigingen zien de kantine en kleedkamers er vaak mooier uit. Maar Maliskamp heeft wel een prachtige ligging in de bossen. Wij hebben nooit last van hard wind, omdat er voldoende beschutting vanuit de bossen is. Er is ook een tribune aan het hoofdveld, met daarnaast het overdekte terras van de kantine, met speeltuin voor de kinderen.
  5. Mooiste voetbalmoment: Ik heb samen met mijn broertjes in de jeugd van NEC gespeeld. Dat was een mooie tijd, waarin we dachten dat we nog wel eens prof konden worden. We staan met het team van toen in het boek van 100 jaar NEC. Andere mooie momenten zijn een aantal doelpunten die ik heb gemaakt. Sommigen zaten er echt lekker in en dankzij Jean Marc van der Els – onder meer onze wedstrijdfotograaf – zijn er een aantal mooie foto’s van, waarvoor dank. Een panna geven zit ook een beetje in mijn spel. Ik ben er niet bewust op uit, maar het gebeurt wel eens. Er zijn zelfs gasten bij die een dubbele panna hebben ontvangen, dat voelde wel lekker hoor.
  6. Dieptepunt/grootste blunder: Ik wilde een keer een stevig duel inzetten, maar op laatste moment hield ik me in. Toen verstapte ik me simpelweg, met als resultaat een breuk in mijn enkel. Toen het gebeurde wist ik meteen dat het mis was. Helaas heb ik nog steeds klachten aan die enkel en wordt het niet meer zoals het ooit was. Met name de hiel en flexibiliteit van de enkel zorgen voor wat pijntjes.
  7. Opvallendste teamgenoot: Mark van de Ven, omdat hij altijd voorop gaat in de strijd. Mark is niet heel breed of groot, maar wint bijna duels. Met name kopduels, onvoorstelbaar eigenlijk dat hij die altijd wint.
  8. Voetbalhumor: Dan denk ik aan verschillende uitspraken:
    “Wij staan bovenaan, ja wij staan bovenaan!” (toen we wekenlang koploper waren)
    “Niet alleen moeilijk kijken!!” (trainer tijdens conditie-oefeningen)
    “Printplaat kapot” (trainer als iemand zich niet goed gedraagt)
    “Ik ben er niet jongens, ik heb geen oppas” (jonge vaders binnen het team)
    “Wie neemt de volgende keer het bier mee?”
    “Ga ze maar zoeken!!” (als we gewonnen hebben)
  9. Wat wil je nog bereiken: Ik hoop nog een aantal mooie momenten of doelpunten (mee) te maken met en voor Maliskamp. En natuurlijk wil ik kampioen worden. Spelen voor promotie is haalbaar voor onze groep.
  10. Beste speler uit de regio: Voor mij is dat Ron van Boxtel. Die is heer en meester in duels, fysiek sterk en eigenlijk niet van de bal te krijgen. Zijn werklust is voor zo’n goede speler eigenlijk niet op zijn plaats. We zouden Ron wat vaker moet ‘bedienen’, want de inzet, meters en duelkracht die hij heeft is niet normaal.
  11. Opvallendste regioclub: Ik volg het onvoldoende en ben eigenlijk alleen bezig met mijn eigen club. Over Maliskamp wil ik dan wel kwijt dat wij thuis heel lang ongeslagen zijn geweest. Op eigen veld wonnen we afgelopen seizoen bijvoorbeeld gewoon van Wilhelmina en Nulandia, toch niet de minste verenigingen.
Foto’s: Jean-Marc van der Els

Geef een antwoord