Elf vragen aan… Lenard Weber

DEN BOSCH – Zijn voetbalcarrière ligt alweer een tijdje achter hem, maar Lenard Weber blijft bovengemiddeld actief in het regionale voetbal. Inmiddels is hij neergestreken bij de Brakel-Zuilichem-Combinatie, waar hij als hoofdtrainer van de zaterdag vierdeklasser zijn expertise overbrengt. Tussen de drukte voor de vakantie door beantwoordde de Bosschenaar onze vragen volmondig.

  • Naam: Leonardus Weber.
  • Geboren: 27 januari 1985 te ‘s-Hertogenbosch.
  • Clubs: Als speler RKJVV, BVV en OJC. Daarna ben ik hoofd jeugdopleiding geweest bij BVV, FC Engelen en DSC, en trainer bij de KNVB, DSC, Achilles Reek en nu BZC’14.
  • Positie: Voorheen ausputzer of statische middenvelder, daarna HJO en nu trainer-coach.
  • Dagelijks leven: Ik ben vanaf 2008 docent op praktijkschool de Rijzert, getrouwd met Sylvia en vader van Djayden (10). Samen wonen we nu een jaartje of acht op Hintham. Voetbal is eigenlijk mijn grootste hobby, daar ben ik 24/7 mee bezig. Je kunt eigenlijk wel zeggen een uit de hand gelopen hobby. Maar kan geen genoeg krijgen van het spelletje.
  1. Sterkste/zwakste punt: Als voetballer moest ik het van mijn inzicht en techniek hebben, maar ook de wil om altijd het maximale te presteren. Daarnaast was ik denk ik een goed verlengstuk voor een trainer. Als trainer kan ik een wedstrijd aardig lezen en denk ik dat eerlijk en betrouwbaar ben voor mijn spelers. Zwak was mijn snelheid. En daarnaast kan ik absoluut niet tegen mijn verlies. Met een spelletje Monopoly worden de briefjes nog steeds onder de tafel gestoken. Als trainer ga ik me dit jaar laten testen. Met zoveel concurrentie in het team worden keuzes maken en die goed verantwoorden het belangrijkste.
  2. Kunst- of natuurgras: Ik zou als speler voor een natuurgrasveld gaan, maar als trainer kies ik voor kunstgras. Dat is beter om je speelwijze altijd optimaal op te kunnen trainen. Wij spelen in zowel Brakel als Zuilichem, waar we om de thuiswedstrijd voetballen, op natuurgras. Hopen dat de velden komend jaar beter zijn.
  3. Kleur voetbalschoenen: Vroeger speelde ik alleen maar op de Adidas Predator, dus simpel zwart-rood. Tegenwoordig kan alles. Als ze de dozen er maar af halen, dan vind ik het allemaal goed.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Het uittenue van BZC’14; mooi babyblauw, met een donkerblauwe broek en blauwe sokken. Ook het nieuwe thuistenue van FC Den Bosch heeft wel iets. Van de oude Panasonic-tijd. Ik vind het sportpark van SCG’18 iets gemoedelijks hebben. Het hoofdveld in een kuil en een gezellige kantine.
  5. Mooiste voetbalmoment: Als trainer speelden we met DSC 2 de halve finale van de nacompetitie op een vol sportpark in Kerkdriel. We moesten tegen, toen nog, Sint Michielsgestel 2, waar we in de competitie twee keer van verloren hadden. Tot de 90e minuut stonden we weer met 0-1 achter, maar het werd in de extra tijd gelijk en na de verlenging wonnen we met 3-1. Vooral die groep en begeleidingsstaf was super om mee te werken. Als speler was het een hoogtepunt dat ik als 16-jarige mijn debuut mocht maken bij BVV, dat toen werd getraind door John Huisman.
  6. Dieptepunt/grootste blunder: Het kampioenschap mislopen, in de laatste wedstrijd met OJC A1. We speelden tegen Kozakken Boys en verloren met 1-2, waardoor Kozakken Boys later promoveerde via de nacompetitie. Ons team bestond toen uit een aantal bekende namen die nu nog actief zijn, zoals Arda Havar, Kevin van Zijl, Bart Tinus en Wesley Meeuwsen. Daarnaast dat ik helaas te vroeg heb moeten stoppen met voetballen door fysieke ongemakken. Ik had stiekem nog wel willen voetballen.
  7. Opvallendste teamgenoot: Het is al een tijdje geleden, maar ik heb nog een tijdje bij RKJVV 5 gespeeld. Een goed team – dat ieder jaar dik kampioen werd – met mannen als Johan Marcé, Maickel de Kloe en Sander van de Hoorn. Die waren iedere wedstrijd bloedfanatiek, maar er liep daar ook een Cor de Graaf in. Hij was keeper en een clown eerste klas, maar ook een geweldige gozer.
  8. Voetbalhumor: Cor had een keer wat boterhammen met pindakaas meegenomen, voor jongens die rijp waren voor een wisselbeurt. Of hij maakte een dansje in de kleedkamer, met zijn zwarte tangaslip. Nu zullen ze misschien vaker zeggen: wat een k..-keeper hadden wij.
  9. Wat wil je nog bereiken: Met name gezond blijven. Dat is het allerbelangrijkste voor me, zeker na wat tegenslagen afgelopen jaar. Daarnaast willen we met BZC’14 doorgroeien tot een stabiele derdeklasser. Persoonlijk hoop ik binnen nu en 4 jaar mijn UEFA-A te halen, om zo wat stappen omhoog te zetten. Wat dat brengt, zien we in de toekomst. Maar de ambitie om met nog betere voetballers te werken is er zeker.
  10. Beste speler uit de regio: Ik heb met best wat goede voetballers gespeeld. Younes Hadouir, Wesley Meeuwsen, Arda Havar, Bart Tinus. Maar in mijn laatste jaar bij RKJVV 1 heb ik gezien hoe belangrijk Johan Marcé voor de club was. Hoe scherp hij zijn ploeg kan houden en hoe makkelijk hij doelpunten maakt, dat kunnen er maar weinig zeggen.
  11. Opvallendste regioclub: Ik vind het mooi als clubs hun eigen jeugd de kans geven. Ik heb een jaar bij FC Engelen mee mogen lopen en daar komt een grote groep talent aan die die kans krijgt. Die hebben een mooie basis voor een stabiele toekomst.
Foto: Emiel de Bruijn