Elf vragen aan… Ramon van Rixtel

VINKEL – Bij RKKSV, waar hij eerder als captain furore maakte, debuteerde de inmiddels 36-jarige Ramon van Rixtel als hoofdtrainer. Afgelopen zomer stapte hij over naar Vinkel, waar hij eerder EVVC 2 coachte, maar nu het eerste elftal in zijn hoede heeft gekregen. We legden onze vragen deze week voor aan de  joviale Rosmalenaar.

Naam: Ramon van Rixtel.
Geboren: 7 juni 1986 in ‘s-Hertogenbosch.
Club(s): Als trainer RKC Waalwijk, OJC Rosmalen, HVCH, RKSV Schijndel, RKKSV en momenteel EVVC.
Positie: Trainer dus.
Dagelijks leven: Ik woon in Rosmalen, met mijn vrouw Ragna en kinderen Lucca en Raff. Ik werk op de Sportacademie van het Koning Willem I College en mijn hobby’s zijn fietsen, voetbal en leuke dingen doen met het gezin.

  1. Sterkste/zwakste punt: Ik probeer de ploeg met wisselende en uitdagende trainingen zich zowel aanvallend als verdedigend verder te laten ontwikkelen. Niet alle spelers waarderen altijd de aangepaste spellen, omdat ze dan teveel moeten nadenken. Ik probeer het trainen/coachen vooral te zien vanuit ontwikkeling en daar ligt denk ik ook direct mijn zwakte. Doordat ontwikkelen voor mij hoger staat, kan het zijn dat het resultaat uit het oog verloren gaat. Verder heb ik ook echt geen zin om als politieagent te moeten fungeren.
  2. Kunst- of natuurgras: Absoluut een strakke grasmat. Al is het wel fijn om op kunstgras te trainen. De oefeningen lopen dan vaak toch net wat soepeler.
  3. Kleur voetbalschoenen: Ik heb net nieuwe, zwarte Adidas-schoenen gekregen van Juul van de Ven, speler van het tweede. Hij paste ze niet. Als trainer gekleurde schoenen hebben, vind ik sowieso niet echt overkomen.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Het uittenue van OJC, wat wij destijds hadden toen ik er zelf nog voetbalde. Witte sokken, witte broek en een blauw-zwart gestreept shirt. Het mooiste sportpak vond ik denk ik wel De Hoef, ook van OJC. Misschien is het de nostalgie, maar het hoofdveld lag mooi apart van de rest, met de tribune. En rondom kon je ook verhoogd staan.
  5. Mooiste voetbalmoment: Ik denk het kampioenschap met EVVC 2. Het jaar voordat ik daar als trainer kwam, eindigden ze als tweede, maar na 5 wedstrijden stonden we onderaan, met 1 maar punt. Ik zie Bart Haerkens nog zitten, tijdens de bespreking van de zesde wedstrijd: ‘Kunnen we niet gewoon weer 4-4-2 gaan spelen?’ Anderhalf jaar later werden we kampioen en promoveerden we naar de reserve 1e klasse, met 4-3-3 en goed voetbal.
    Het winnen van de finale om de provincie Brabant Cup, met HVCH A1, was ook mooi. We wonnen van OJC A1, veelal mijn oude spelers die ik de jaren ervoor in de B1 had getraind. Met dat team pakten we tot twee keer toe een periode en speelden we voor promotie naar de 1e divisie.
  6. Dieptepunt/grootste blunder: Als speler het mislopen van het kampioenschap met OJC A1 op de laatste speeldag. Thuis verloren wij, voor volle tribunes, van Kozakken Boys, die op dat moment tiende stonden. Verder de vele knieblessures, waardoor ik uiteindelijk op mijn 28e al ben gestopt met voetballen. Als trainer vond ik de afgelopen jaren teleurstellend. Vanwege corona was het moeilijk om iedereen bij elkaar te houden. Bij mijn club RKKSV lukte het niet om eruit te halen wat ik dacht dat erin zat. Het doet mij goed om te zien dat ze nu weer goed gestart zijn. Hopelijk kunnen ze die lijn doortrekken.
  7. Opvallendste teamgenoot: Martin Roelofs. Een nieuweling, maar wat wij in korte tijd al met hem hebben meegemaakt is echt prachtig. Op de eerste plaats: topkeeper! De oudste van het stel, maar het meest afgetraind van allemaal. Op iedere training doet hij wel een keer de schorpioen à la René Higuita. Iedere dinsdag, donderdag en zondag komt ie, vanuit Berghem, op z’n scooter – als ie het doet althans – naar ons sportpark gereden. In de korte tijd dat hij bij de club is, heeft Martin al meerdere optredens gegeven in de kantine, met zijn nummer 1 hit ‘Huisje op wielen’. Tegen SBC hield ie voor het eerst de nul en dat hebben zijn ploeggenoten de héle week moeten aanhoren. Een absolute toevoeging voor ieder team.
  8. Voetbalhumor: In de A1 van OJC voetbalde ik met Edo, een speler met het hart op de tong. Mooie kerel, die vooral wilde genieten. Onze trainer dacht daar destijds echter compleet anders over. Die twee waren niet bepaald elkaars beste vrienden. Wanneer wij tijdens trainingen wisselden van oefening, schoot Edo – terwijl de trainer de andere kant op keek – wel eens van afstand een bal richting hem. Als die dan raak was, draaide hij zich snel om, alsof er niks aan de hand was. Of dat echt humor is, dat weet ik niet. Maar ik lag toen in ieder geval helemaal in een deuk, de trainer niet. En ik denk dat ik zelf nu voorlopig ook maar met een helm op ga lopen…
  9. Wat wil je nog bereiken: Ik kijk niet zo ver vooruit. Wat ik op dit moment wil, is dat we met EVVC 1 aanvallend en dominant voetbal gaan spelen, met resultaat. Dat is het enige waar ik op dit moment invloed op heb. Wat daarna nog gaat gebeuren, zien we dan wel weer.
  10. Beste speler uit de regio: Pieter Schrassert Bert, momenteel bondscoach Oranje onder 17. Ik heb zelf een enkele training van hem gehad, toen Pieter nog trainer was bij OJC, lang geleden. Hij is heel duidelijk in zijn spelbedoeling, energiek en benadert iedereen met oprechte belangstelling. Laatst nog een scholing mogen volgen van Pieter, die hij weer op een inspirerende manier invult. Als ik hem af en toe tegenkom bij de Albert Heijn maken we ook altijd een praatje over het voetballen.
  11. Opvallendste regioclub: Nemelaer. Volgens mij te vergelijken met Vinkel. Een dorpsclub, waar iedereen zijn stinkende best doet en daarmee tot bijzondere prestaties komt. Jammer dat ze de promotie vorig jaar misliepen, maar volgens mij zijn ze alleen maar trots – en terecht – op het mooie seizoen. Ook nu er daar een aantal spelers gestopt zijn, zit er geen druk op de ketel om te móeten presteren, maar verwacht iedereen vooral dat spelers en staf hun best doen.
Foto: André Nouwens