‘Eerst eredivisie, dan naar het buitenland’

SINT-MICHIELSGESTEL – De bekernederlaag tegen PSV was wellicht ingecalculeerd, maar de nederlagen tegen MVV en FC Dordrecht waren een grotere tegenvaller. Want Mees Laros wil met zijn club FC Den Bosch bovenin meedraaien en meedoen om de prijzen. Of hij het seizoen er wel afmaakt? “Ik denk wel dat ik blijf, maar niks is zeker.”

De jonge voetballer uit Sint-Michielsgestel is een belangrijke speler voor zijn club en heeft stevige ambities om te kijken hoe ver hij het als voetballer kan schoppen. Want hoewel hij pas 20 jaar is, leeft Laros al bijna heel zijn leven als een topsporter. Als jochie begon hij te voetballen bij RKVV Sint-Michielsgestel. “Gewoon bij het jongste elftal mee trainen”, zegt hij. “Vanuit daar, samen met mijn vriend en dorpsgenoot Eus Waayers die nu bij Jong PSV speelt, mochten we ook bij PSV meetrainen. Dat was twee of drie keer in de maand en van die selectie vielen er jongens af en gingen de jongens door.”

Uiteindelijk liep Laros er anderhalf jaar rond. “Maar helaas net voor de laatste selectie afgevallen. Toen ben ik bij SCI gaan voetballen, omdat daar iets meer animo was voor scouts van betaald voetbalorganisaties. Toen kwam dus FC Den Bosch, waar ik nu nog steeds voor speel.”

Speler van het jaar
Inmiddels is hij al bezig aan zijn twaalfde seizoen bij de club. Alle jeugdelftallen doorlopen en vorig jaar door de eigen supporters zelfs uitgeroepen tot speler van het jaar. Naast voetbal was er natuurlijk ook school. Mees zat als kind op OBS De Bolster en ging daarna naar het Rodenborch College in Rosmalen; een topsportschool. Na de MAVO vervolgt hij zijn opleiding aan het Koning Willem I College, waar hij een sportopleiding op niveau 4 afrondt. “Ik heb alles altijd goed kunnen combineren. Vorige zomer ben ik afgestudeerd en nu focus ik me volledig op het voetbal.”

Dat hij zo vroeg in het betaald voetbalcircuit terechtkomt, heeft wellicht ook te maken met zijn sportieve familie. Zijn vader speelde zelf zeventien wedstrijden in het eerste van FC Den Bosch. “Hij wist wat het inhield. Discipline, extra trainen, juiste voeding, rustmomenten pakken.” Het leverde thuis een speelse rivaliteit op. “Hij zei altijd: ik ben nog steeds beter dan jij, want ik speelde in het eerste seizoen zestien wedstrijden. Toen zei hij: je bent er nog niet. Een seizoen later was het moment daar. Toen ging ik over zijn aantal wedstrijden heen. Daarna was het wel duidelijk. Maar natuurlijk vond hij dat geweldig.”

Sport zit sowieso diep in de familie. Zijn moeder volleybalde en turnde, zijn zus Merle werd op jonge leeftijd wereldkampioen duo-dansen. “We houden gewoon heel erg van sporten. Dat je er goed in mag zijn, is mooi meegenomen, maar plezier is het belangrijkste.”

Teruggeven
Dat plezier ging wel gepaard met offers. “Als je jong bent, besef je niet hoeveel je ouders doen. Ze reden me overal naartoe. Mijn vader heeft een eigen schoenenwinkel in Veghel en moest werk combineren met wedstrijden. Soms stond mijn moeder in de winkel zodat hij mee kon.” Ook voor zijn zus was het aanpassen. “Het draaide vaak om mij. Ik hoop dat ik dat nu een beetje kan teruggeven.”

De ambitie van Mees is duidelijk. “Ik wil eerst de eredivisie halen. In Nederland kijken hoe ver ik kan komen. Vanuit daar eventueel een stap naar het buitenland. In Nederland weet je hoe het werkt, hoe er gespeeld wordt. Dus het heeft mijn voorkeur om nog even hier te blijven.” Als middenvelder of als verdediger? “Dat is een vraag die me vaker gesteld wordt. Ik denk dat ik op langere termijn meer mogelijkheden heb als verdediger. Maar de trainer ziet me liever als middenvelder en op die positie voel ik me ook prima thuis.”

Transfergeruchten
Zijn naam duikt steeds vaker op in transfergeruchten. Interesse van clubs is er, bevestigt hij. “Er zitten elke week scouts op de tribune. Interesse is een compliment, maar ik laat me er niet te veel door afleiden. Pas als het concreet wordt, is het belangrijk.” Zijn contract bij FC Den Bosch loopt tot 2028. “Dat sprak vertrouwen uit, van de club en van mij. Ik wil Den Bosch ook belonen voor wat ze twaalf jaar voor mij hebben gedaan.”

Of hij het seizoen afmaakt, durft hij niet te zeggen. “Tot 4 februari is de transferwindow open. Ik denk wel dat ik blijf, maar niks is zeker. Maar één ding is wel zeker. Zolang ik hier speel, geef ik alles voor de club. Onze ambitie is aanvallend spelen, het publiek vermaken en de play-offs halen.”

Zijn droomclub? Liverpool. “Anfield, de sfeer, You Never Walk Alone. Dat is magisch.” Zijn favoriete speler aller tijden is Messi. Maar voorbeelden zoekt hij ook dichter bij huis. “Joey Veerman en Jerdy Schouten zijn spelers waar ik graag naar kijk en nog wat van kan leren.”

Bron: Paul Post (De Brug/Rosbode)