Elf vragen aan… Niels Janssen

DEN BOSCH – Met zijn twee meter is Niels Janssen een bekende verschijning in het regionale voetbalwereldje. Al 16 jaar fluit hij zijn wedstrijden voor de KNVB. De 34-jarige scheidsrechter uit Den Bosch leidt wekelijks duels in met name de 3e en 4e klasse. Deze week geen voetballer of trainer, maar een bondsarbiter aan het woord in onze rubriek ‘Elf vragen aan’.

Naam: Cornelis (Niels) Johannes Janssen.
Geboren: 26 mei 1983 in Bergen op Zoom.
Club(s): Ik ben voorzitter van de COVS Den Bosch (scheidsrechtersvereniging), nu ongeveer 5 jaar. Veel scheidsrechters in de omgeving zijn daar lid van. Je staat er vaak toch (letterlijk) alleen voor en dan is het altijd fijn om met elkaar van gedachten te kunnen wisselen over wedstrijden, situaties, spelregels, teams en andere arbiters. Daarnaast ondersteunen we clubs op het gebied van arbitrage. Denk aan spelregelavonden, begeleidingen en het opzetten van jeugdscheidsrechters programma’s. Wij hebben kennis en expertise die we kunnen delen.
Vroeger heb ik zelf gevoetbald bij Smerdiek en FC Bergen, maar dat was vooral heel gezellig en niet zo heel competitief. Ik was vroeger al niet een hele goede voetballer en daar is niets in veranderd, haha.
Positie: Scheidsrechter voor de KNVB. Ik fluit inmiddels al 16 jaar. Ik ben begonnen bij FC Bergen met het fluiten van F-jeugd. Drie jaar later naar de KNVB gegaan, eerst jeugd gefloten en nu al jaren standaardteams in de 3e en 4e klasse. Ik ben daarnaast ook coach in het Ontwikkeltraject Scheidsrechters, waarin ik mijn passie en ervaring kan delen met (jonge) scheidsrechters. De afgelopen vijf jaar ben ik actief geweest bij OJC in de scheidsrechterscommissie, maar die taak heb ik inmiddels overgedragen aan anderen.
Dagelijks leven: Ik woon in Den Bosch en woon alleen. Ik werk al 9 jaar voor het KW1C waar ik Engels geef. Naast scheidsrechteren zijn golf en poolen mijn andere hobby’s.

  1. Sterkste/zwakste punt: Mijn sterkste punt is dat ik rustig en duidelijk blijf. Natuurlijk kan ik ook wel eens uit m’n slof schieten maar over het algemeen blijf ik vrij rustig. Daarnaast ben ik lang en groot, waardoor spelers je toch op een andere manier benaderen. Ik probeer ook zoveel mogelijk te laten voetballen en dingen op te lossen met persoonlijkheid. Met kaarten strooien en de wedstrijd kapot fluiten is voor niemand leuk.
  2. Kunst- of natuurgras: Ik fluit het liefst op kunstgras. Het spel gaat vaak iets sneller (niet altijd handig omdat je sneller moet omschakelen) en het is vaak iets voorspelbaarder omdat ballen minder van de voet springen en zo. Daarnaast zijn spelers vaak toch iets terughoudender als het gaat om het maken van slidings op kunstgras en dat maakt het voor ons scheidsrechters ook makkelijker. Tot slot zijn ook de lijnen beter te zien op een kunstgrasveld.
  3. Kleur voetbalschoenen: Scheidsrechters die op gekleurde schoenen lopen zouden echt verboden moeten worden. Als scheidsrechter loop je op zwarte schoenen. Punt.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Het mooiste sportpark vind ik dat van Bergeijk. Door de ligging tussen de bossen wordt je helemaal afgesloten van de buitenwereld en het geeft een beetje het gevoel dat je in een stadion speelt vanwege de hoge bomen rondom het veld. Mijn eigen favoriete tenue is van Nike, die zitten lekker, hebben altijd een afwijkende kleur en plakken niet als je veel zweet.
  5. Mooiste voetbalmoment: De eerste die me binnen schiet is Vlijmense Boys – Haarsteeg van het seizoen 2013-2014. Haarsteeg had toen een enorm goed scorende ploeg en Haarsteeg kwam (als ik me goed herinner) net terug uit de 2e klasse. Volgens mij was het toen een inhaalweekend of zo, want er was veel aandacht voor die wedstrijd vanuit de media en er was veel publiek. Ik kan me niet heel veel meer herinneren, maar ik weet nog dat ik rood heb gegeven, er één had kúnnen geven en dat ik heel veel heb gelopen die wedstrijd. Er stonden veel mensen op en langs het veld die mij kennen als docent en dan wil je niet afgaan natuurlijk. Gelukkig floot ik een goede wedstrijd en had ik een rapporteur die het grotendeels met me eens was. Op dat soort dagen, met veel publiek, belangen en een mooie wedstrijd is het echt genieten om tussen de jongens te staan en te mogen fluiten.
  6. Dieptepunt/grootste blunder: Ik heb gelukkig niet heel veel echte blunders gemaakt, maar vorig jaar gaf ik bij Haarsteeg – VCB per ongeluk een speler van Haarsteeg zijn tweede gele kaart, terwijl het zijn eerste was. De speler zelf zei natuurlijk dat ik fout zat, maar dat hoor je zo vaak dat je daar niet meer op reageert. Ik keek in m’n boekje en daar stond toch écht zijn nummer, dus ik was overtuigd dat ik goed zat. Pas toen de aanvoerder van VCB naar me toe kwam en zei: “Scheidsie , ik denk dat je fout zit” begon ik te twijfelen. Ondertussen kwam ook Cees van Vugt (teamleider Haarsteeg) naar me toe en dacht ik voor het eerst “ik maak een fout”. Ik heb uiteraard die jongen gewoon laten spelen en heel vaak mijn excuses aangeboden. Gelukkig gingen de mannen er goed mee om en namen ze me niks kwalijk, maar je maakt het je niet makkelijk zo. Uiteraard zaten er ook leerlingen van mij in dat team en op de tribune, dus op maandag heb ik dat wel even moeten horen.
  7. Opvallendste scheidsrechter: Ik heb altijd veel respect voor scheidsrechters die dingen kunnen oplossen met flair en persoonlijkheid in plaats van heel zwart-wit te zijn en fluiten volgens de letter van de wet. Bjorn Kuipers is daar een goed voorbeeld van op landelijk gebied. Bij ons in de regio is dat wat mij betreft Lorenzo Cairo. Mannen die de wedstrijd aanvoelen en met een strenge blik, knipoog of een glimlach vaak net zoveel bereiken als met een fluitsignaal.
  8. Voetbalhumor: Mensen die me kennen weten dat ik van een lolletje en geintje houd, op het werk en op het veld. Daar kan ik van genieten. Ik heb een tijd gefloten in Amsterdam en daar houden ze meer van een grapje en een lolletje dan hier in het zuiden. Spelers vergeten soms wel eens dat wij scheidsrechters ook voor ons plezier een wedstrijd fluiten en dat een geintje af en toe moet kunnen. Als het met respect en een knipoog gaat, kan ik dat altijd wel waarderen.
  9. Wat wil je nog bereiken: Als scheidsrechter wil ik toch nog wel een stap maken richting de 2e klasse. Het tempo, de belangen en het spelinzicht zijn daar toch iets anders. Als scheidsrechter worden er dan andere dingen van je gevraagd. Dit jaar hoop ik op een mooie derby in de 3e klasse in Den Bosch. Als coach van het Ontwikkeltraject wil ik ook zeker nog stappen maken en andere scheidsrechters beter maken. In de toekomst zou ik wel waarnemer willen worden voor de KNVB.
  10. Beste speler uit de regio: Bas van Zeelst van TGG. Ik ken Bas als leerling, maar ook van mijn tijd bij OJC. Ik heb het altijd mooi gevonden hoe hij door voorop te gaan in de strijd en het goede voorbeeld te geven mensen om zich heen beter kan laten spelen zonder daarbij écht de grens op te zoeken met de arbitrage. Natuurlijk praat hij wel met scheidsrechters, maar over het algemeen zonder daarbij over de schreef te gaan. Bij de A1 van OJC was hij enorm belangrijk en die instelling heeft hij meegenomen naar de senioren. En die brengt hij nu over op de jeugd als trainer van OJC JO13-1. Dat terwijl hij zelf bij de B-jeugd een verschrikkelijk moeilijke jongen was (sorry Bas). Veel mensen hebben toen op hem ingepraat. Hij heeft daar echt iets mee gedaan en zijn talent op de juiste manier ingezet. Heb ik altijd knap gevonden.
  11. Opvallendste regioclub: Ik volg het nieuws in de regio uiteraard ook. Ik lees deze website en hoor natuurlijk dingen op school van leerlingen. Ik volg dan ook geen specifieke ploeg, maar ik kan wel zeggen dat ik geniet van de verhalen van teams door de jaren heen. Soms gaat het wat minder, dan weer wat beter, maar de mannen geven nooit op. Teams die kampioen worden en dan weer degraderen of toch weer stappen maken, dat vind ik mooie verhalen. Ik vind het mooi dat deze website dat volgt. Ga zo door!

Geef een reactie