Vermeer kan ogen soms zelf niet geloven

HAAREN – Luuk Vermeer promoveerde op een haar na met Nemelaer naar de hoofdklasse. De aanvoerder geeft toe dat hij zelf ook wel eens met zijn ogen staat te knipperen. Hij beaamt dat het elftal deze zomer een jasje uit doet, maar is er van overtuigd dat de volgende generatie alweer klaarstaat. “Ik vraag mezelf ook wel eens af hoe we dit toch iedere keer weer voor elkaar krijgen.”

Het was een sprookje, een absoluut hoogtepunt in het ongekende huzarenstukje wat Nemelaer al ruim een decennium neerzet. Maar dan wel een met een anticlimax. Nemelaer stond in de beslissende – krankzinnige – nacompetitiefinale met 3-0 en 5-3 voor, maar gaf het tegen Longa’30 tóch nog uit handen. De droom, promotie naar de hoofdklasse, spatte daarmee uit elkaar. Maar de trots overheerst nog altijd. In het nuchtere Haaren wordt nog even uitgerust en gaat zondag, als er meteen twee keer wordt getraind, het vizier op weer een jaar 1e klasse. Maar wel met een gewijzigde selectie. We legden Vermeer voor: blijft er nog wel iets over van het succesteam?

“Jawel hoor”, luidt zijn duidelijke antwoord. “Er zijn natuurlijk vijf ervaren jongens gestopt (Ruben Buvens, Wesley Diepens, Kamile de Jong, Kevin van Kempen en Wouter Molenaar, red.) en die gaan we zeker missen. Maar ik denk dat wij genoeg basis blijven houden om een stabiele eersteklasser te zijn. Er moeten andere jonge jongens op gaan staan. Vlieguren maken en wij sturen ze wel. Op wie ik dan doel? Op mezelf, Joeri (Vugts, red.), Gijs (van Baast, red.) en Giel (van de Ven, red.) onder meer. En vergeet de trainer en staf niet. Dat komt helemaal goed. Die jonge gasten zijn gretig, dat scheelt.”

(interview gaat verder onder de foto)

In elkaar vallen
Hoe het toch bestaat dat een dorpsclub als Nemelaer al jarenlang op eigen kracht zo’n selectie kan vormen, is een vraag die in de regio regelmatig wordt gesteld. “Dat vraag ik mezelf ook wel eens af”, lacht Vermeer, als we die kwestie aan hem voorleggen. “Ik zit er al heel wat jaren bij en heb regelmatig gedacht: als die en die stoppen, zal het wel in elkaar vallen. Maar dan staan er op een of andere manier toch weer andere jongens op, die het boven verwachting goed doen. Ze worden dan gewoon opgesteld en trekken zich op aan het niveau. Fantastisch om te zien.”

Misschien nog spijt
In een knotsgekke finale greep Nemelaer dus langs de hoofdklasse. Misschien was dat maar goed ook, denkt Vermeer, als hij eerlijk is. “Maar ik had graag in de hoofdklasse gevoetbald, hoor. Al was het maar voor één jaar. Helaas mocht het niet zo zijn, we waren zó dichtbij. Echt een bizarre wedstrijd, daar zat alles op en aan. Een middag om nooit meer te vergeten.”

In de wandelgangen ging rond dat een aantal afzwaaiers bij promotie alsnog waren doorgegaan. “Het lijkt me logisch dat je dan niet stopt”, grijnst Vermeer. “Al waren de meesten wel vastberaden dat ze hun tijd bij het eerste beëindigden. Ze gaan allemaal lager voetballen en dat is inderdaad zonde. Maar bij Nemelaer gebeuren wel meer gekke dingen. Wie weet krijgen ze nog spijt en sluiten ze na de winterstop wel weer aan”, eindigt hij smuilend.