Jaap Veen: ‘Trots op die gasten’
EMPEL – Van oorsprong is Jaap Veen een Wilhelminiaan, maar als trainer ging hij de regio in en een jaar of tien geleden streek hij neer bij Emplina. Daar is hij inmiddels al bijna uitgegroeid tot clubicoon. In ieder geval van het eerste elftal, waar hij al drie verschillende hoofdtrainers assisteerde en heel wat van zijn voormalige jeugdexponenten naar zag doorstromen.
In de voorjaarseditie van onze 073voetbalkrant beantwoordde hij zes prangende vragen.
Hoe is jouw assistentschap begonnen?
“Ricardo Aguado haalde me erbij toen hij hoofdtrainer was bij TGG. Combineerde ik toen nog met de JO17-1 van Emplina, waar ik al een jaar of vijf jeugdtrainer was. Na dat jaar sloot ik in Empel aan bij het eerste.”
Vijf jaar dus. Het voelt eigenlijk nog langer.
“Ja, dat had ik ook toen ik aan het tellen was. Maar het is toch best wel een tijdje, met ook nog een deels weggevallen seizoen door corona. Ik heb al drie verschillende trainers meegemaakt. Toen William van Overbeek naar FC Den Bosch ging, kwam Jeroen van Bezouwen en nu heb ik er twee jaar opzitten samen met Anthony Lurling.”
Wat zijn de grote verschillen tussen hen?
“Ze zijn sowieso alle drie prima, maar wel met een hele andere benadering. Jeroen liet niets aan het toeval over. Die zit er kort op, kijkt goed naar tegenstanders en zet daar een zet tegenover. Hij eist dat je dezelfde energie levert als hij. Anthony en William zijn wat rustiger. De tegenstander analyseren, dat doen zij ook, maar ze laten meer aan de spelers zelf over. Bij Anthony zie je daar een mooie groei in. Die probeert steeds vaker met een omzetting de tegenstander te misleiden.”
Is jouw rol in alle jaren ongewijzigd?
“Deels wel, maar bij Jeroen werd die anders toen het minder ging met onze standaardsituaties. Ik pakte dat op in het kampioensjaar en het ging echt met stappen vooruit. Daarnaast maakte ik de analyses van de tegenstander en tijdens de wedstrijd noteerde ik alles over hun looplijnen. Een grote leerschool, maar ook heel fijn om echt een rol te hebben. Dan merk je wel dat je stappen maakt. Afgelopen winter hebben we trouwens weer geëvalueerd en daar kwamen opnieuw de standaardsituaties uit als verbeterpunt. Dat heb ik toen dus weer opgepakt.”
Leuker dan het jeugdtrainerschap?
“Dat is niet te vergelijken met wat ik nu doe. We zijn constant bezig om het team beter te laten functioneren en weg te zetten. Vooral tactisch, hoe we de tegenstander kunnen verrassen. Als jeugdtrainer draait het met name om vervolgstappen. Daar staat de speelwijze centraal, en wat ze op een bepaalde positie moeten doen. Natuurlijk moet je ook een plan B en zo hebben, maar in de jeugd keken we meer naar de ontwikkeling. Ook super leuk, hoor. Helemaal als je een leergierige groep hebt. Wat dat betreft had ik het geluk dat ik op een perfect moment de jeugdopleiding van Emplina binnenstapte.”
Welke jongens traint je nu nog steeds?
“Er zitten er veel in de selectie die ik ooit in de jeugd heb gehad. Nino Sluyter, Thijme Deckers, Olav van Boxtel, Teun de Bresser – hopelijk wordt die jongen ooit weer helemaal fit -, Deniz Kaplan en Amin Kabbouti hebben allemaal het eerste gehaald. Heel speciaal, echt trots op die gasten. Allemaal op hun eigen manier hebben ze iets, of ze nou basis staan of niet.”
