Gestelnaar haakt aan bij PSV 1
SINT-MICHIELSGESTEL – Eus Waayers is pas 19 jaar, maar zijn verhaal leest als dat van een doorgewinterde prof. Geboren en getogen in Sint-Michielsgestel en inmiddels al dertien jaar verbonden aan PSV. Inmiddels speelt hij zijn wedstrijden weer bij de beloften, maar in de voorbereiding liet hij zich zien bij het vlaggenschip.
Op zesjarige leeftijd verruilde Eus zijn dorpsclub SCI voor de Eindhovense topclub. Sindsdien maakt hij onafgebroken deel uit van de jeugdopleiding, groeide hij door naar Jong PSV en mocht hij in de voorbereiding op dit seizoen zelfs aansluiten bij de selectie van het eerste elftal. Spannende weken voor Eus. Meetrainen met grote namen, oefenwedstrijden spelen en zelfs mee op trainingskamp in Duitsland.
Echte Gestelnaar
Hoewel hij op jonge leeftijd al PSV’er werd, is zijn band met zijn geboortedorp nooit verwaterd. “Ik voel me nog steeds een echte Gestelnaar. Ik woon gewoon nog thuis en heb de basisschool daar afgemaakt, op De Bolster, lekker bij mij in de straat”, vertelt hij. “Ik liep iedere dag naar school, en na schooltijd werd ik opgehaald om bij PSV te trainen. Rond zeven uur werd ik dan weer thuisgebracht.”
Zijn leven zag er op jonge leeftijd al heel anders uit dan dat van zijn klasgenoten, maar voor Eus voelde het nooit als een gemis. “Ik had gewoon een ander ritme, veel voetbal. Maar ik heb er nooit moeite mee gehad. Ik heb nog steeds contact met veel vrienden van de basisschool, dus sociaal gezien heb ik niks gemist.”
Beste vriend
Ook in de klas zaten meer jonge talenten met een soortgelijk leven. “Mees Laros trainde bij FC Den Bosch, Boet van der Linden zat bij Willem II. Dat schept een band. Mees is nu zelfs mijn beste vriend. We spreken elkaar elke dag en als het kan gaan we ook naar elkaars wedstrijden kijken. Dit seizoen hebben we voor het eerst tegen elkaar gespeeld. Hij scoorde tegen ons en zij wonnen, dus dat was minder, maar toch mooi om mee te maken.”
Al op jonge leeftijd leerde Eus wat het betekent om bij een topclub te zitten en bijvoorbeeld ook te reizen voor het voetbal. “Ik weet nog goed dat we een toernooi speelden in Barcelona. Mijn eerste internationale toernooi. Ik was een jaar of zeven. Dat blijft je bij. Daarna zijn we ook in Marokko, Turkije en Italië geweest. Dan zie je als kind al behoorlijk wat van de wereld. Niet veel kinderen kunnen zeggen dat ze op hun achtste al naar Marokko vlogen voor een toernooi.”
Eten op tafel
Hoewel hij dus al lang het leven van een voetballer leidt, blijft hij altijd met beide benen op de grond. “Dat komt ook door m’n familie. Als ik ook maar een beetje ga zweven, zeggen ze het meteen. Mijn broers, mijn zus, m’n ouders, die houden me wel scherp.” Ook zijn vrienden helpen daarbij. “Die behandelen me nog precies zoals vroeger. Ze zien me niet als ‘de voetballer’. Dat wil ik ook graag zo houden. Natuurlijk maak je als voetballer bijzondere dingen mee, maar ik probeer nuchter te blijven. Zelfstandig wonen? Dat komt nog wel. Voorlopig woon ik lekker thuis. Altijd eten op tafel, haha.”
Het afgelopen seizoen maakte de vleugelverdediger zijn debuut in het betaalde voetbal bij Jong PSV. Een flinke stap, maar dit seizoen lijkt de volgende fase in zijn carrière aan te breken. In de voorbereiding mocht hij aansluiten bij de selectie van het eerste en kreeg hij volop speeltijd in oefenwedstrijden. “Het is een vertrouwde omgeving, maar het tempo ligt echt een stuk hoger. Je traint ineens met spelers waar je jaren tegenop keek. Dan wil je jezelf natuurlijk laten zien. Iedere bal moet goed zijn, je moet snel schakelen. Je voelt trainer Peter Bosz vaak meekijken en dat is toch anders dan bij de teams waar ik eerder mee trainde. Gaat er iets mis, dan moet je direct verder. Dat is leerzaam, maar ook intensief.”
Geen buitenstaander
Toch voelde Eus zich niet als een buitenstaander in het eerste. “Ik kende al veel jongens van Jong PSV. Via hen leerde ik de rest van de groep ook snel kennen. Het voelt niet alsof ik mijn plek moet bevechten, het is een leuke groep. Er waren wat spelers vertrokken, anderen gekomen, dus er gebeurde veel. Maar ik voelde me daar wel op mijn gemak.”
Waar veel jonge spelers dromen van clubs als Manchester City of Real Madrid, blijft Eus nuchter. “Dat soort bravoure past niet bij mij. Ik wil gewoon het maximale uit mezelf halen. Goed presteren, minuten maken, mezelf laten zien. Dan zien we wel wat er mogelijk is.” Hij sluit een verhuurperiode niet uit. “Als je nog niet helemaal klaar bent voor het eerste, maar meer wil dan Jong PSV, dan kan een verhuurperiode goed zijn. Daar groei je als speler van en uiteindelijk wordt PSV daar ook beter van.”
Dit seizoen wordt in veel opzichten een beslissend jaar. Zijn contract loopt nog één jaar door en dus is het zaak om zich te laten zien. “Ik wil zorgen dat ik er altijd sta en ben enorm gemotiveerd. Dan komen de kansen vanzelf. Het liefst natuurlijk bij PSV en anders wellicht bij een andere club.”
Nergens beter
In de afgelopen dertien jaar heeft Eus PSV van binnenuit zien veranderen, maar tegelijkertijd ook hetzelfde zien blijven. “Ja, trainers komen en gaan, spelers ook. Maar de club zelf voelt nog steeds als dezelfde. Alles is hier goed geregeld: de velden, de gym, medische begeleiding, voeding. Je hoeft je nergens zorgen over te maken behalve het voetbal. Dat is echt uniek. Ik denk dat je als jeugdspeler echt nergens beter kan zitten.”
Op het veld viel Eus jarenlang op door zijn lange pijpenkrullen. Maar deze zomer ging het roer om. “Iedereen kende me van die krullen, maar ik was er klaar mee. Elke ochtend bezig met gel, föhnen… Nu is het gewoon kort. Lekker makkelijk. Die krullen waren een beetje m’n imago, maar dit voelt beter.”
Kaartjes
Hij voelt zich niet alleen sterk verbonden met Sint-Michielsgestel, andersom is dat ook zo. “PSV heeft ook veel supporters in mijn dorp. Dat is al heel lang zo. Dat komt echt niet door mij. Maar als ik door het dorp loop of bij vrienden ben, vragen ze altijd hoe het bij de club gaat. En ja, ze willen ook vaak kaartjes natuurlijk, haha.”
Als hij mag dromen voor dit seizoen, houdt hij het simpel: “Veel spelen, fit blijven, me ontwikkelen. Misschien een debuut maken bij het eerste. En aan het eind van het seizoen kunnen zeggen dat ik beter ben geworden dan ik een jaar geleden was. Dan ben ik tevreden. Ik ben op mijn zesde bij PSV gekomen en sindsdien nooit meer weggegaan. PSV is echt mijn club, maar ik weet ook dat ik het zelf moet doen. Gewoon trainen, beter worden, kansen pakken. Dan komt de rest vanzelf.”

