Voor altijd Maliskamper in hart en nieren
ROSMALEN – Alweer 16 seizoenen aaneengeregen knalt Ron van Boxtel (34) elke wedstrijddag in Maliskamps eerste elftal. Zijn vader Hans – ook bekend als ’t Bokkie – ging hem in de jaren ’70 en ’80 voor in de hoofdmacht. Bij beiden zit het voetbal, Maliskamp, grondig geworteld in het DNA. Ron was eerder aangemeld als lid van de voetbalclub dan dat hij zich Nederlands staatsburger mocht noemen.
Op zijn twaalfde kreeg de regionale FC zijn talenten in het vizier, maar vijf jaar later werd de blauwwitte episode beëindigd. Ondanks interesse van gerenommeerde amateurclubs volgde Ron zijn hart. Hij keerde zonder ommezwaai terug naar rood-wit, naar Maliskamp.
Tegen inmiddels vergane glorie als TGG, Heerewaarden, Rossum en Herptse Boys in de 5e klasse F, dat was toch effe andere koek dan klinkende namen als Ajax, De Graafschap, PSV of Roda JC. Maar ook op het lagere niveau ging Ron voorop in de strijd, zoals hij dat nog altijd heel gedreven doet. Bij Maliskamp promoveerde hij vanaf 2006 twee keer, was er eenmaal op het nippertje handhaving en ook één keer degradatie. Na Jos van der Els, Theo van Geffen en Ben Hoek volgden Henk van Hattum, Koos Meesters, Willem van den Berg en sinds het begin van het lopende seizoen Manfred van Erp als trainer.
Wie sprongen er uit?
“Theo en Willem. Ook op ons niveau kon je dat ware peoplemanagers noemen. En qua spelintelligentie – het voetbalgogme, zeg maar – vond ik Koos er wel wat uitspringen. Manfred bevalt goed. Een hele rustige en ingetogen man, die op tactisch gebied zeker een aanvulling is voor onze groep. Hij lijkt steeds meer op zijn plek te zijn.”
Wie wordt er kampioen in de 4e klasse E?
“Ik denk dat wij een goede kans maken, ook omdat – en dat klinkt misschien wat snoeverig – 4E niet de allersterkste indeling heeft. Weet je wat het allermooiste zou zijn? Als RKKSV en wij het ultieme gevecht om de titel aan moeten gaan. Wat is er mooier dan bijvoorbeeld een beslissingswedstrijd tussen de Kruisstraat en ons? En dan voor volle tribunes op het hoofdveld van OJC, dat lijkt me een magnifiek vooruitzicht.”
Welke clubs gaan om behoud spelen?
“DSS’14, Teisterbanders en Wilhelmina. Die laatste is misschien wat verrassend, maar dat idee heb ik zo. Over de twee degradanten hoef ik niet zo heel lang na te denken: Buren en Wadenoijen.”

Waar zie je Maliskamp over 10 jaar?
“Zou heel mooi zijn als het dan een stabiele derdeklasser is. Maar er breekt de laatste jaren maar weinig jeugd door bij de club, dat zou wel eens een obstakel kunnen gaan vormen. Op dit moment is er jeugd en ook talent genoeg, maar of dat allemaal doorkomt… Er is zoveel keuze in activiteiten en sporten. Uit het talentvolle team van mijn eigen jeugdjaren zijn er destijds trouwens ook verdomde weinig teruggekeerd. Een fusie met een andere club? Nee, voor mij is het kraakhelder dat Maliskamp zichzelf moet zien te blijven en zijn identiteit moet behouden. De Malis is de Malis en niets anders.”
Klopt het, zoals je partner Noortje denkt, dat je pas stopt als je op maandagochtend niet meer kunt lopen?
“Nou, dat zal wel meevallen. Normaal gesproken zitten er nog wel een paar jaar in het vat. We hebben een heel leuk team en wat voor mij zeker ook weegt, is dat ik er energie uithaal en het tegelijk een uitlaatklep voor me is.”
Je zoontjes, worden of zijn dat Maliskampers?
“Nu zijn ze dat wel, maar straks worden Wes en Raf aangemeld bij BMC. We wonen in Berlicum, dus dat is gewoon korter bij en praktischer. Maar wie weet kiezen ze later wel anders, zoals ik dat zelf eerder ook kon en mocht van mijn ouders.”
Zien we jou ooit nog terug als (jeugd)trainer?
“Waar ze ook gaan voetballen, ik ga me niet opdringen. Maar als ik zie dat de jongens behoefte hebben aan meer gerichte oefenstof, dan is er wel een kans dat ik opsta en me er mee ga bemoeien… Dat zal dan waarschijnlijk bij BMC zijn, omdat naar verwachting mijn zoontjes daar gaan spelen. Maar het hart, het gevoel, dat zal altijd Maliskamp zijn en blijven. Dat weet ik honderd procent zeker.”

