Liefst elke dag voetballen
SINT-MICHIELSGESTEL/NIEUWKUIJK – Na een knotsgekke slotfase trok ZVS/Bodemflex woensdagavond, in de streekderby tegen DZV/Van de Biggelaar, toch nog aan het langste eind: 5-4. Met twee treffers was Milan van Esch wederom belangrijk bij de Gestelse formatie. Net als op het veld, met zijn club Nieuwkuijk, timmert de 23-jarige technicus aardig aan de weg.
Het duel in de eerste divisie van het landelijke zaalvoetbal verdiende misschien wel geen winnaar. “Voor rust waren zij beter, in de tweede helft – toen we er voor kozen om iets hoger druk te zetten – wij”, reageert Van Esch. Toch leken de punten, toen De Biggelaar net voor tijd op 3-4 kwam, mee naar Den Bosch te gaan. “We hadden zes overtredingen gemaakt en kregen een 10-metertrap tegen. In eerste instantie pakte Raymond (Strik, red.) hem nog goed, maar in de rebound ging ie er alsnog in.”
Toch kantelde de wedstrijd in de allerlaatste minuut volledig. “Binnen een paar seconden maakten we twee goals en wonnen we toch nog”, geniet Van Esch nog even na. Pas begin dit seizoen sloot hij aan bij ZVS, maar hij heeft het er goed naar zijn zin: “In het begin even aanpassen aan de intensiteit en wat je allemaal mag op dit niveau, maar het is een leuk team. Ik zaalvoetbalde altijd al in de buurt, in een onderlinge competitie, maar na de coronaperiode ging die niet meer verder. Ik vind het spelletje veel te mooi en via mijn vader, die Johan den Otter nog kende van vroeger, ben ik bij ZVS aangesloten.”
Combineren
Het valt prima te combineren met het veldvoetbal, legt Van Esch uit: “Ik ben sowieso iemand die het liefst elke dag voetbalt. We spelen onze wedstrijden normaal ook op vrijdag, dus dan heb ik aan de zaterdag genoeg rust.”
Ook buiten gaat het, na een moeizame seizoenstart, de goede kant op met Nieuwkuijk. “We pakken de laatste tijd zowel op het veld als in de zaal punten. We moesten even wennen aan de 2e klasse, maar draaien nu goed mee. De eerste elf is bij ons ook gewoon een prima team. We merken alleen wel dat het in de breedte iets te smal is. Blessures kunnen we niet makkelijk opvangen, terwijl onze tegenstanders er ook na vijf keer wisselen niet zwakker op worden.”

