Van BMC naar kans bij een profclub

BERLICUM – Terwijl BMC – de kansloze hekkensluiter van de 3e klasse F – dit seizoen weinig te vieren heeft, is er in Berlicum tóch iets om voor te klappen: de ontwikkeling van de pas 16-jarige Lars van den Hurk. De aanvaller speelde zich in de kijker en maakt komende zomer een prachtige transfer naar RKC Waalwijk. “Ik wil profvoetballer worden”, vertelt hij enthousiast.

Van den Hurk, die in augustus pas zijn zeventiende verjaardag viert, loopt al sinds zijn vijfde rond bij BMC én speelt al een jaar in het plaatselijke eerste elftal. “Eind vorig seizoen mocht ik al meetrainen en dat ging goed. Na mijn debuut mocht ik nog een paar wedstrijden meedoen en daarna vast aansluiten bij de selectie. Dit jaar ben ik basisspeler”, vat hij zijn stormachtige doorbraak samen.

Die bleef niet onopgemerkt. Want hoewel BMC de nederlagen aaneen reeg, wist het talent zich toch te onderscheiden. Van den Hurk is (met vijf treffers) de clubtopscorer en kwam op de radar in Waalwijk, waar volgend seizoen met een Onder 19- en Onder 21-elftal wordt gestart. “Mijn trainer, Erik Meulendijk, was jeugdtrainer bij FC Den Bosch en heeft veel contacten. Hij ziet ook veel in mij. Zo is uiteindelijk RKC op de lijn gekomen.”

Geen proefwedstrijd
In eerste instantie zou de Havo 4-scholier een proefwedstrijd spelen, maar dat liep anders. “Nadat de hoofd jeugdscout van RKC bij een training kwam kijken en met mijn trainer had gesproken, hoefde ik de wedstrijd niet meer mee te doen. Ik mocht volgend jaar aansluiten bij de O19 in Waalwijk.”

Voor de jonge aanvaller wordt dat een compleet nieuwe wereld. “Ik heb nooit eerder bij een BVO, maar altijd gewoon bij BMC gezeten. Toen ik in de JO13 zat, mocht ik drie keer stage lopen bij FC Den Bosch, maar destijds was het niet goed genoeg.” Bij RKC mag hij, gezien zijn jonge leeftijd, nog twee jaar in de O19 uitkomen. “Ik ga er alles aan doen om daarna door te stromen richting het betaalde voetbal”, klinkt het strijdvaardig.

Eindexamen
Dat betekent wel dat er het nodige gaat veranderen. “Ik moet misschien naar een andere school, terwijl ik volgend jaar in mijn eindexamenjaar zit. We gaan ook vier keer per week trainen, dat wordt wel druk. Ook moet ik beter op mijn voeding letten… en het bier zal ik ook moeten laten staan”, zegt Van den Hurk met een glimlach.

Bij BMC, waar met dat laatste doorgaans minder rekening wordt gehouden, verloopt het seizoen ondertussen dus niet zo rooskleurig. Voor de ploeg die vorig jaar nog zo glansrijk kampioen werd in de 4e klasse, lijkt degradatie onafwendbaar. “We pakken nu eindelijk wat punten, maar we staan nog steeds dik onderaan”, baalt onze gesprekspartner. “Terwijl we voetballend soms niet eens veel minder zijn. Maar we geven het vaak weg en verliezen meestal net.”

Voor Van den Hurk veranderen die teleurstellende resultaten zijn persoonlijke verhaal niet. Van de Berlicumse velden naar een kans bij een profclub; die wil hij met beide handen aangrijpen.

Foto: Mary Klerkx