Elf vragen aan… Teun Welvaarts

LIEMPDE – Teun Welvaarts (25) vertelt, waarschijnlijk in de letterlijke nadagen van zijn carrière, over promoties, blessures, een grindtegel, een lelijk thuisshirt en waarom tegenstanders met gekleurde schoenen beter kunnen oppassen.

  • Naam: Teun Welvaarts.
  • Geboren: In Veghel, op 3 september 2000.
  • Club(s): Al mijn hele leven bij DVG. Vroeger wel wat korte uitstapjes gehad bij Willem II, PSV en FC Den Bosch, maar daar kwamen ze er toch al snel achter dat dat hem niet ging worden.
  • Positie: In de jeugd altijd verschillende posities op het middenveld ingevuld – zelfs een tijdje centraal achterin gestaan – maar bij het eerste de afgelopen jaren toch vooral linksbuiten.
  • Dagelijks leven: Ik woon sinds kort in Boxtel, samen met twee vrienden, en werk als sales consultant in Den Bosch bij Elevation Group. Naast het voetbal ben ik regelmatig in de sportschool te vinden, en ga ik in de weekenden graag met vrienden op stap of naar een festivalletje.
  1. Sterkste/zwakste punt: Mijn kracht is de actie naar binnen maken en dan een hoekje uitkiezen. Overigens vliegen er ook genoeg het vangnet over… Ik zal de bijdehante opmerkingen vast voor zijn. Mijn zwakste punt is toch wel het fit blijven voor een langere periode.
  2. Kunst- of natuurgras: Uiteraard is een goed natuurveld het beste, maar dat heb je eigenlijk alleen de eerste en de laatste wedstrijden van het seizoen. Daartussen vind ik een goed kunstgrasveld een prima alternatief. Daar trainen we zelf ook op.
  3. Kleur voetbalschoenen: Eigenlijk altijd zwart. Tegenstanders met gekleurde schoenen worden meestal toch net wat harder aangepakt.
  4. Mooiste tenue en sportpark: Ons uittenue heeft een enorme upgrade gekregen. Dat was overigens ook wel nodig. Ons thuistenue blijft daarentegen niet helemaal mijn smaak. Anton Hermes zegt dat ie het ontwerp heeft afgekeken bij het Italiaanse Lecce. Net of die een mooi shirt hebben?! Het mooiste sportpark is denk ik van SCG’18 of Margriet.
  5. Mooiste voetbalmoment: Met het eerste heb ik twee promoties meegemaakt, dat blijven toch wel de mooiste dingen. Vooral de laatste, van vorig seizoen, staat nog erg fris in het geheugen.
  6. Dieptepunt/grootste blunder: Een paar jaar geleden maakte ik – uit bij Margriet, tijdens een hele belangrijke wedstrijd om niet te degraderen – na een minuut of tien een nogal ongelukkig eigen doelpunt. Die werd ook nog eens heel fraai vastgelegd door de lokale fotograaf. Uiteindelijk wonnen we daar gelukkig alsnog door een doelpunt van onze huidige fysiotherapeut.
  7. Opvallendste teamgenoot: Er hebben bij ons toch wel wat mooie figuren rondgelopen. Van de bijzondere rituelen voor de wedstrijd van Peter Versantvoort, tot aan alle uitspraken van onze nieuwste aanwinst Willem Mosink. Verder blijf ik me wekelijks verbazen over onze teammanager. Die weet eigenlijk nooit hoe die de avond ervoor thuis is gekomen, waar zijn fiets is, en wat ie uitgespookt heeft. Op een kater heb ik hem desondanks nog nooit kunnen betrappen. Een waardig opvolger van Erik van de Laar.
  8. Voetbalhumor: Door de jaren heen toch wel aardig wat mooie dingen meegemaakt. Vooral het teamweekend van twee jaar geleden, in Düsseldorf, was denk ik wel een mooi uitstapje. Qua humor is me toch wel het meest bijgebleven dat ze een keer een 30×30 grindtegel onderin iemand zijn tas gestopt hadden. Die heeft daar een tijdje mee rondgelopen, totdat ie toch eigenlijk wel wat zwaarder aanvoelde dan normaal. Blijf ik een mooi verhaal vinden.
  9. Wat wil je nog bereiken: Op voetbalgebied niet heel veel meer. Door alle blessures van de afgelopen jaren is de kans groot dat ik vanaf volgend seizoen – na bijna negen jaar in het eerste – lager ga voetballen. Een van mijn beste vrienden heeft een huis gekocht in Liempde, dus ik ben van plan om met hem in het zaterdagelftal te gaan voetballen. Daar spelen ook veel jongens waarmee ik vroeger in het eerste samen speelde.
  10. Beste speler uit de regio: De beste waar ik tegen heb gespeeld, is Adil Ramzi, toen inmiddels al 43. Het was een van mijn eerste wedstrijden bij het eerste en ik dacht, op 17-jarige leeftijd, dat ik hem wel even stuk zou lopen. Eindstand was dat ik vooral achter hem heb aangelopen en na een uur helemaal gesloopt was. Aan hem was overigens bijna niet te zien dat hij überhaupt een wedstijd had gespeeld. Mijn beste medespeler was Basje Smulders. Die kleine kon, ook op die leeftijd, nog steeds wel aardig ballen.
  11. Opvallendste regioclub: Ik moet bekennen dat ik niet alle regioclubs wekelijks op de voet volg. Wel denk ik dat ODC het, gezien hun jonge selectie, prima heeft gedaan in onze competitie. Meer complimenten ga ik ze overigens ook niet geven, als DVG’er.
    Voor onszelf is het denk ik vooral belangrijk om ons rechtstreeks te handhaven, en van daaruit uit te groeien tot een stabiele derdeklasser.
Foto: Nerissa Seebregts