Elf vragen aan… Ritchie van Ooijen
DEN BOSCH – Op de valreep dan toch gelukt. Ritchie van Ooijen heeft een punt achter zijn loopbaan als speler gezet, maar hoopt als trainer nog jarenlang actief te blijven. Al een hele tijd stond hij op ons lijstje voor deze rubriek. Nu kwam de 32-jarige Bosschenaar er dan toch eindelijk aan toe om onze ‘Elf vragen aan’ te beantwoorden.
- Naam: Ritchie van Ooijen. De laatste jaren werd ik in de kleedkamer ‘opa’ genoemd.
- Geboren: 11 februari 1994 in Den Bosch.
- Club(s): De hele jeugd, tot aan mijn 25e, OJC Rosmalen, daarna twee jaartjes SCG’18 – eerst een vriendenteam, daarna het eerste – en de laatste vier jaar Emplina.
- Positie: Inzetbaar op 8, 6, 10 en eventueel 5.
- Dagelijks leven: Ik woon inmiddels al zeven jaar samen met mijn vrouw Niki en onze kinderen Luka (6) en Lara (4) in Hintham.
- Sterkste/zwakste punt: Mijn sterke punten mogen mensen zelf invullen. Zwak blijft mijn rechterbeen en ook de fysieke gesteldheid is altijd wel een dingetje geweest, haha.
- Kunst- of natuurgras: Toch kunstgras. Of het moet echt een perfecte grasmat zijn, maar die kom je tegenwoordig nog maar weinig tegen.
- Kleur voetbalschoenen: Dat is maar net welke er goed zitten, maar vaak neig ik wel naar een lichte kleur.
- Mooiste tenue en sportpark: Als we het hebben over het totaalplaatje, sportpark en tenue, dan kies ik voor OJC. Hebben we het puur over het hoofdveld, dan zeg ik honderd procent SCG’18. Dat blijft een prachtig hoofdveld, met rondom een soort verhoging.
- Mooiste voetbalmoment: Het kampioenschap in mijn eerste seizoen bij Emplina. Bijzonder om mee te maken. En hoe mooi is het dan om de drie jaren daarna ook op dat niveau te blijven.
- Dieptepunt/grootste blunder: Voor mij persoonlijk waren de blessures de grootste tegenvaller. Juist op de momenten waarop ik lekker in mijn vel zat, moest ik regelmatig een stap terug doen. Dat blijft achteraf misschien wel het meest frustrerende.
- Opvallendste teamgenoot: Ik kan hier eigenlijk niet één naam noemen. Thomas van der Horst is misschien wel de meest bijzondere. Die heeft eigenlijk geen verdere uitleg nodig… wat een figuur is dat.
Dan Jesse Dibbets, met wie ik samenspeelde bij OJC. Een van de beste spelers met wie ik ooit op het veld heb gestaan. Maar buiten het veld? Zo gek als een deur. Overal waar Jesse kwam, was het meteen een gekkenhuis.
En als laatste mag Bas Mol absoluut niet ontbreken. Ik ken Bas al heel wat jaren, eerst vanuit OJC Rosmalen en de afgelopen seizoenen bij Emplina. Op het veld was hij de aanvoerder die je iedereen gunt: altijd voorop in de strijd. Maar daarbuiten leek het soms net een klein kind. - Voetbalhumor: Het mooiste was dat Bas altijd als eerste – vaak op de meest grove manier – riep wat hij ergens van vond. Pas daarna begon hij er eens rustig over na te denken en kwam hij erachter dat het misschien niet zo handig was.
- Wat wil je nog bereiken: Goede vraag. Als speler zit het erop en neem ik afscheid van het voetbalveld. Maar helemaal loslaten zal ik het spelletje waarschijnlijk nooit. Ik hoop de komende jaren als trainer nog mooie stappen te kunnen zetten en mezelf daarin verder te ontwikkelen. Voor nu ligt de focus eerst op iets wat misschien nog wel leuker is: mijn zoontje trainen in de jeugd van OJC. Daar kijk ik enorm naar uit. Wie weet wat er daarna nog op mijn pad komt, maar voorlopig geniet ik vooral van het voetbal op een andere manier.
- Beste speler uit de regio: Joeri Vugts. Het lijkt soms alsof hij een abonnement heeft op – mooie – doelpunten. Geef hem een halve kans en de kans is groot dat hij er gewoon weer eentje in legt.
- Opvallendste regioclub: Mooi om te zien hoe Zwaluw VFC de afgelopen jaren bezig is. Ik denk dat ze komend seizoen prima mee kunnen draaien in de 1e klasse. Ook een groot compliment voor Maaskantse Boys natuurlijk: een kleine club die onder leiding van Bas van Zeelst knap is gepromoveerd.
