Uit de krant: Halve eeuw FC Engelen

DEN BOSCH – Een van de blikvangers van de 073voetbalkrant die na de afgelopen winterstop verscheen, was het uitgebreide interview met Annie Kraaijkamp. De kwieke tachtiger vertelde liefdevol over haar cluppie, waaraan ze al bijna vijftig jaar innig is verbonden.


Annie Kraaijkamp: halve eeuw FC Engelen

Meer dan 50 jaar geleden startte Annie Kraaijkamp met haar vrijwilligerswerk bij FC Engelen. Nog altijd is ze, bijna 89 jaar oud, iedere zondag van de partij bij ‘haar cluppie’, zoals ze de plaatselijke voetbalvereniging liefkozend noemt. “Ik wil het nog lang niet missen.”

Annie volgde haar man Evert, sluismeester van beroep, van Vianen naar Arkel, Meerkerk, Wijk bij Duurstede en Spijkenisse. Het echtpaar streek rond de oprichting van FC Engelen (1971) neer bij de sluis bij het dorpje onder de rook van Den Bosch. “Ze gingen toen langs de deur om vrijwilligers te werven. Aangezien mijn man in Vianen en Spijkenisse ook altijd gevoetbald had, voelden wij daar wel wat voor.”

De beginjaren van de club staan Annie nog helder voor de geest: “Er was geen kantine, dus werd er bier en limonade verkocht uit een auto. Er moest toch iets verdiend worden. Daarna konden we terecht in een oude schuur, waar de voetballers op een plank zaten, met een afgezaagde boom als tafel. Er was een varkensschuur naast, waar ze zich konden wassen bij een voederbak. Toen de schuur te klein werd, konden we een oude, houten noodschool ophalen en hergebruiken. De spelers en supporters wilden naast het drinken ook iets eten. Daarom ging ik ’s morgens honderden slaatjes maken, die vaak rond lunchtijd alweer uitverkocht waren. Het was behelpen, maar een prachtige tijd.”

Moderner
In 1984 vernielde een grote storm de houten kantine, genaamd ’t Vutterke, dusdanig dat er een stenen exemplaar voor in de plaats kwam. “Vanaf toen ging het er wat moderner aan toe. We kregen er meer barpersoneel bij, er werd friet gebakken en we hebben er heel wat voetbalfeestjes gegeven. Rad van Avontuur, bingo, ook een hele mooie periode.”

De trainers die haar uit het verleden nog bijstaan zijn onder meer Hartman (“de allereerste”), Mees en Van der Steen. “Die laatste was nog bij het jubileum toen FC Engelen vijftig jaar bestond. Om eerlijk te zijn, moest ik even goed kijken wie ik voor me had. Ik herkende hem helemaal niet meer.” Aan Appie Scheepens heeft ze misschien wel de allermooiste herinneringen: “Daar kon je echt mee lachen. We gingen ook met een hele groep, waaronder hij, op vakantie.”

Dekentjes en winterjassen
Heel even, medio jaren 90, zegde ze haar club vaarwel. “Ik ging aan de slag in de horeca bij de Brabanthallen. Bij de veemarkt op woensdagochtend. Toen ik daar na een paar jaar weer stopte, stonden ze al snel weer op de stoep; of ik niet wilde terugkomen bij de voetbalclub. Ach ja, ik kon m’n jongens ook eigenlijk niet missen.”

Tot een paar jaar geleden hielp Annie nog mee achter de bar. “Inmiddels doe ik het zwaardere werk niet meer. Ik ontvang de scheidsrechters en besturen van de tegenstanders, verzorg de kleding en was nog iedere week alles van het eerste en tweede elftal. Doe ik al 35 jaar, maar er komt wel steeds meer bij. Eerst waren het alleen shirts, broeken en sokken, tegenwoordig hebben ze ook dekentjes en winterjassen.”

Erelid
Bij FC Engelen veranderde er de afgelopen jaren wel meer. Sinds 2011 voetbalt de club bijvoorbeeld op een hypermodern complex. “Niet meer te vergelijken met vroeger, nu zit alles erop en eraan”, zegt Annie glunderend. “Het dorp Engelen is gegroeid en er moest een school bijkomen. Daar hadden ze onze velden voor nodig.”

Evert, die zich ook jarenlang inzette als jeugdleider, bestuurslid en grensrechter van het eerste elftal, maakte de nieuwbouw nog mee, maar overleed negen jaar geleden. “Vlak voor zijn overlijden, werden we allebei uitgeroepen tot erelid van FC Engelen. Fijn dat mijn man dat nog meegemaakt heeft. Ik ben op wel meer plekken gehuldigd. Door de KNVB, als Engelenaar van het jaar, als bestuurslid van de Zonnebloem, waar ik al veertig jaar bij zit – eerst een zilveren, later een gouden speld – en ik kreeg vijftien jaar geleden al een lintje van de koningin. Mooi toch.”

Verschrikkelijk
Een gouden kracht is Kraaijkamp, die zich ook al vele jaren inzet voor de seniorenvereniging. “Het is tegenwoordig niet meer zo makkelijk om vrijwilligers te vinden, maar ik heb het altijd met veel plezier gedaan. En nog. Ik wil en kan het ook gewoon niet missen, vooral de mensen er omheen. Zoals nu, de winterstop en dit regenachtige weer, vind ik echt verschrikkelijk. Ik houd ervan met mensen om te gaan, ben niet voor niks al om 8.00 uur ’s morgens op de club. En ze houden er ook van mij. Ja, dat merk ik wel. Ze helpen me, nu ik niet zo zwaar meer mag tillen, overal mee.”

Kleedkamers vernoemd
Er kwam anderhalf jaar geleden nog meer waardering voor haar werk. “Toen werden de kleedkamers van het eerste en tweede elftal naar mij vernoemd.” Is ze terecht trots op. Maar ook is ze een beetje teleurgesteld over de resultaten van het vlaggenschip dit seizoen. “Vorig jaar heeft Anthony Lurling ze naar de 2e klasse gebracht, maar ondanks de inzet van de spelers, is dat op dit moment helaas iets te hoog gegrepen.”

Op moment van schrijven wacht FC Engelen 1, waarvan bijna de volledige selectie vertrok, nog altijd op het eerste punt van het seizoen. “We hebben nu veel jonge spelers, die helaas nog niet het niveau van de 2e klasse aankunnen. Niet leuk dat we elke week verliezen, maar volgend seizoen gaan ze er weer voor in de 3e klasse.”

Theo Beekmans, de nieuwe aanvoerder, is degene waarmee ze het meest contact heeft. “Die heeft nu de leiding beneden”, zegt Annie, verwijzend naar de kleedkamers die zich op het Engelerpark onder de kantine bevinden. “Soms moet hij even een woordje doen, als de jongens alle was op een hoopje hebben gegooid.”

Opvoeden
In maart viert ze haar 89ste verjaardag, maar nog altijd is Annie bezig met ‘opvoeden’, zegt ze lachend. “Ach, zo gaat dat. Mijn eigen kleinzoon heeft ook even gevoetbald, maar stopte al na de Kanjers. Heel vroeger speelde mijn zoon ook bij FC Engelen, maar die zit nu helemaal in de modelvliegtuigen. Ook prima toch.”

Zelf zweert ze wel bij voetbal. “Duitsland, Engeland, Italië, ik heb alle zenders, hoor. Ik ga nooit naar de bioscoop of naar een café, dus vind ik dat dat wel mag. Verder puzzel en lees ik wat in mijn appartement in Hof van Engelen, recht tegenover de voetbalvelden. Ik loop ook elke dag nog een kilometer of vijf. Lekker in m’n eentje, op mijn eigen tempo. Maar het liefst ben ik op de club. Volgend jaar heb ik er, door die korte onderbreking, vijftig jaar als vrijwilliger opzitten. Ik hoop er nog lang mee door te kunnen gaan.”