‘Kampioenschap ga ik nog niet hardop zeggen’

VLIJMEN – Yassine Ezzoubaa is een van de verrassingen van Vlijmense Boys. De 25-jarige Drunenaar kwam vorig jaar over van NOAD’32 en heeft zich ontpopt tot een van de betere middenvelders van de competitie. We spraken met hem over zijn voetbaljeugd, de late komst naar Vlijmen en het boven verwachting verlopende seizoen.

Tijdens zijn basisschooltijd woonde Ezzoubaa op de Vliedberg, om de hoek bij Vlijmense Boys. Voetballen deed hij echter niet op sportpark ‘De Hoge Heide’, maar in Nieuwkuijk. “Dat vonden mijn ouders toen een fijnere club voor me”, lacht de vaardige middenvelder, die op zijn elfde naar Drunen verhuisde. “Toen maakte ik ook de stap naar RKDVC en daar speelde ik tot aan het seniorenvoetbal. Daarna heb ik drie jaar bij NOAD in het eerste gevoetbald en nu ben ik voor het tweede seizoen bij Vlijmen.”

Overgehaald
Twintig jaar later is hij dus alsnog op de plek beland waar hij eigenlijk al lang geleden voorbestemd was om te gaan voetballen. “Mijn hele familie speelde vroeger bij Vlijmen en dat is me altijd bijgebleven. Ik wist toen al dat ik dat ooit ook wilde.” Zijn eerste seizoen in rood-zwarte dienst werd gedomineerd door corona en was dus – geciteerd – ‘klote’. Toch was Ezzoubaa blij dat Ayoub Bakkali hem had overgehaald. “Ik kende wat jongens van het team en wilde weer plezier in het voetballen krijgen. Het is een fijne club, waar ik me thuis voel. Maar wel jammer natuurlijk dat het telkens onderbroken wordt, vooral in deze fase waarin we zitten.”

Kleins af aan
Ezzoubaa doelt op het huidige seizoen, dat boven verwachting verloopt. Vlijmense Boys is koploper en won de eerste periodetitel van de 3e klasse B. “Ik denk dat het zo lekker draait doordat iedereen voor elkaar door het vuur gaat. En doordat de groep echt hecht is met elkaar. Dat merk je aan de sfeer die er heerst in de kleedkamer en kantine. Het is een jong team, waarvan de helft elkaar al sinds kleins af aan kent.” 

Alleen bij de derby tegen Haarsteeg was Ezzoubaa geen basisspeler. Verder speelde hij elke wedstrijd, als rechtshalf of op 10. “Het gaat wel goed, maar ik weet van mezelf dat er nog meer in zit. Dat hoop ik in de tweede seizoenshelft te kunnen laten zien”, zegt hij zelfkritisch. “We hebben natuurlijk de periodetitel en aangetoond dat we van iedereen kunnen winnen. Afhankelijk van hoe fit iedereen blijft, schat ik onze kansen goed in. Een plek in de top-3 moet mogelijk zijn. En wie weet een kampioenschap, maar dat ga ik nog niet hardop zeggen.”

Geef een reactie