‘Pas ik nog wel bij huidig amateurvoetbal?’
BERLICUM – Iedereen van de oude voetbalstempel merkt dat er veel veranderd is. Het is vrijblijvender geworden. Spelers nemen het niet allemaal zo serieus meer, lijkt het wel. “Daar heb ik me de voorbije periode soms doorheen geworsteld, maar er komt een moment dat je dat niet meer wil. In dat stadium ben ik nu beland.” Ton Berens vertelt openhartig over zijn stoppen bij BMC. En waarschijnlijk helemaal als hoofdtrainer.
Met de 58-jarige Ossenaar stopt een voetbalman pur sang. “De sport is al ruim 50 jaar onderdeel van mijn leven”, beaamt hij. “De veranderingen zo te zien en nog mee te maken, dat doet pijn. En ik vind het vooral ook erg jammer, want voetbal is zo mooi. Of moet ik zeggen: kan zo mooi zijn. Gelukkig zijn er nog mensen die er hun schouders onder willen blijven zetten, maar die kern vrijwilligers wordt helaas ook steeds smaller. Ik denk ook niet dat dit nog te stoppen is, dus vraag me af hoe het over afzienbare tijd zal zijn.”
Berens zag menig trainer hem al voorgaan. “Om zowat dezelfde redenen. En ik zal ook zeker niet de laatste zijn. Vooral jammer dat daarmee de ervaring van voormalig voetballers, die uiteindelijk het trainersvak zijn ingegaan, meer en meer verloren gaat.”
Teveel veranderd
Over zijn eigen toekomst in het voetbal heeft de BMC-coach nog twijfels. “Er spelen wel wat dingen door mijn hoofd. Eén daarvan is om er volledig mee te stoppen. Maar mogelijk ga ik op andere wijze door in de voetballerij, alles ligt nog open. Ik heb me wel afgevraagd of mijn eigen fanatisme – zoals ik dat altijd als speler én als trainer meebracht – nog wel past bij de huidige tijd en het huidige amateurvoetbal. Het is teveel veranderd, waardoor het lastig is mijn ei daar nog echt goed – en op de manier zoals ik die zelf voor ogen heb – in kwijt te kunnen. Dan gaat het ten koste van het plezier.”
In ieder geval kan Berens terugkijken op een mooie periode als trainer. “Ik begon, samen met Chris van den Dungen, bij het toenmalige Sint Michielsgestel. Als assistent en trainer van het tweede elftal, ook nog even in combinatie met de functie van hoofd jeugdopleiding. Daarna heb ik, na het jeugdtrainerschap bij de BVO TOP Oss, als hoofdtrainer bij mooie dorpsclubs als Prinses Irene, Heeswijk, Nulandia, SES en nu dus BMC mogen werken. Daar kijk ik met heel veel plezier op terug. We zullen zien wat de keuze voor de toekomst wordt. Ik ben niet over één nacht ijs gegaan om te stoppen. Ook in de komende periode zal ik dat, bij het maken van mijn afweging, zeker niet doen.”
Visitekaartje
In Berlicum is de bouwkundig tekenaar zeker nog niet klaar. “Het seizoen duurt tot uiterlijk eind juni. Iedereen kan en mag dus tot die tijd op mijn volledige inzet rekenen. Ik wil opnieuw proberen het maximale resultaat te halen. Ondanks dat we een krappe selectie hebben, spelen voor de prijzen. Dat heb ik zo altijd nagestreefd. Onlangs heeft, in een vriendschappelijke wedstrijd, een aantal zeer jonge spelers hun visitekaartje afgegeven. Dat vind ik mooi en daar ga ik zeker een beroep op doen het komende halfjaar.”

